3-bb 2.4

Yarnstorming
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Yarnstorming

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de dag
Je kan uitleggen wat yarnstorming is
Je hebt de opdrachten tot en met 31 af.

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht 
Werkboek pagina 78
opdracht 28
5 minuten
Klaar? neem de woorden door op pagina 78
timer
5:00

Slide 3 - Tekstslide

Opdracht 
Werkboek pagina 80
opdracht 29-30


Exercise 29

Slide 4 - Tekstslide

Opdracht
Werkboek pagina 81
opdracht 31
Hulp: werkboek pagina 79

timer
10:00

Slide 5 - Tekstslide

Planning
- Opdracht van vorige les nakijken
- Doel van de les bespreken

Slide 6 - Tekstslide

Doel van de dag
Je kan can / can't gebruiken in een zin

Slide 7 - Tekstslide

Nakijken
Werkboek pagina 81
opdracht 31
Hulp: werkboek pagina 79

7 minuten
timer
7:00

Slide 8 - Tekstslide

Can & can't

Slide 9 - Tekstslide

Explanation can & can't
'can' betekent 'kunnen' of 'mogen'
'can't' betekent 'niet kunnen' of 'niet mogen'

'can't' is kort voor 'cannot'

Slide 10 - Tekstslide

Example (voorbeeld)
I can speak English. = Ik kan Engels spreken.

I can't speak English. = Ik kan geen Engels spreken.

Slide 11 - Tekstslide

Wat betekent 'can'?
A
kunnen
B
nodig hebben
C
moeten
D
mogen

Slide 12 - Quizvraag

Wat betekent 'can't'?
A
niet mogen
B
kunnen
C
niet kunnen
D
niet mogen OF niet kunnen

Slide 13 - Quizvraag

Een vraag stellen
Bij vragen staat 'can' vooraan in de zin.

Can you help me?
Can you speak English?

Slide 14 - Tekstslide

Waar staat 'can' in een vraagzin?
A
vooraan
B
achteraan
C
leguaan
D
in het midden

Slide 15 - Quizvraag

Exercise
vul steeds can OF can't in.

Slide 16 - Tekstslide

A snake _____ jump.

Slide 17 - Open vraag

Beyoncé _____ sing.

Slide 18 - Open vraag

Birds _____ fly.

Slide 19 - Open vraag

She _____ ride a bike.

Slide 20 - Open vraag

You _____ swim here.

Slide 21 - Open vraag

Uitspraak
H aan het begin van veel woorden spreek je de letter niet uit.
- hour
W je spreek de letter niet uit als deze gevolgd wordt door een r.
- wrong
Gh als deze voor een t staan of aan het einde van woorden staan
- thought
K spreek je niet uit als deze gevolgd wordt door een n: know

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht
Werkboek pagina 82
opdracht 33-34
Klaar? boekopdracht afmaken

Slide 23 - Tekstslide