TIJDVAK 8 · 1800-1900
Burgers en stoommachines
Examenstof geschiedenis vwo
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Burgers en stoommachines
Examenstof geschiedenis vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: KA 31-36, contexten Verlichting 1650-1900 en China 1842-2001. Image credit: Dickinson Brothers / Wikimedia Commons, publiek domein
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Wat ga je kunnen?
Ik kan de kenmerkende aspecten van tijdvak 8 uitleggen, verbinden met de contexten Verlichting en China en herkennen in een onbekende bron.
Deze slide heeft geen instructies
Welke woorden en beelden horen bij de 19e eeuw?
Verwacht: stoommachine, fabriek, arbeiders, kiesrecht, stromingen, koloniën, China. Gebruik de woorden als ophaak: eerst industrie en sociale kwestie, dan de stromingen in Europa, dan democratisering, emancipatie en imperialisme in China.
De spinning jenny, houtsnede uit 1836
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Van handwerk naar fabriek
De industriële revolutie begon in Groot-Brittannië en greep in de 19e eeuw om zich heen in de westerse wereld
Machines en spoorwegen verplaatsten werk van huis en werkplaats naar de fabriek; steden groeiden snel
Zo ontstond een industriële samenleving: massaproductie, groeiende steden en nieuwe sociale klassen
KA 31. De industriële revolutie legde in de westerse wereld de basis voor een industriële samenleving. Veelgemaakte fout: denken dat het een plotselinge gebeurtenis was. Het was een langdurig proces. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein
Weefzaal met machines in een Britse katoenfabriek, 1835
TIJDVAK 8 · 1800-1900
De sociale kwestie
Veel fabrieksarbeiders werkten lang voor weinig loon en woonden slecht
De sociale kwestie: de discussie over die sociale ongelijkheid en hoe die op te lossen is
Arbeiders organiseerden coöperaties, vakbonden en politieke partijen
Veel van die organisaties oriënteerden zich op het socialisme
KA 32. Syllabus (par. 4.3): door toenemende sociale ongelijkheid en politieke bewustwording organiseerden arbeiders coöperaties, vakbonden en politieke partijen. Veelgemaakte fout: de sociale kwestie gelijkstellen aan kinderarbeid alleen. Image credit: Baines / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Burgers en Stoommachines: De sociale kwestie, leven en werken in armoede (Stefan van der Leeden). Kijkvraag: welke problemen noemt de video voor arbeiders, en wie moest die volgens de video oplossen?
Waarom hoort de sociale kwestie bij de industriële revolutie?
Fabrieken betaalden arbeiders beter dan ambachtslieden
Fabriekswerk en stadsgroei gaven grote sociale ongelijkheid
De sociale kwestie ging over het koloniale bestuur
De adel verloor haar bezit aan de fabrikanten
De snelle industrialisatie bracht lange werkdagen, lage lonen en slechte huisvesting. Verwachte fout: de sociale kwestie zien als een los gevolg van politiek.
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Na Napoleon: restauratie
Op het Congres van Wenen (1814-1815) wilden de overwinnaars van Napoleon een stabiele politieke orde scheppen
Zij herstelden veel van de situatie van vóór de Franse Revolutie: de restauratie
Er kwam een machtsevenwicht tussen Europese staten
Toch bleven veel maatregelen uit de Franse tijd van kracht, zoals de Code Napoléon
Als reactie op de restauratie, de industrialisering en de sociale kwestie ontstonden nieuwe politieke stromingen
Syllabus par. 4.3, vraag 3 (1813-1900). Veelgemaakte fout: denken dat 1815 alles terugbracht naar 1789. Het Koninkrijk der Nederlanden hield bijvoorbeeld de Code Napoléon.
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Liberalisme en nationalisme
Liberalisme: vrijheid van het individu tegenover de overheid; liberalen streden voor gelijke burgerrechten en meer kiesrecht
Nationalisme: broederschap binnen één volk of staat, onder invloed van Rousseau, Napoleons veroveringen en de Romantiek
Nationalisme dreef de eenwording van Italië en Duitsland en leidde tot nieuwe onafhankelijke landen
De afscheiding van België (1830) paste meer bij het liberalisme, net als de grondwetsherziening van Thorbecke (1848)
Of een staat veel samenhang kreeg, hing af van het aantal volkeren binnen de grenzen
KA 36. Verlichtingsideeën als basis (vrijheid, gelijkheid, volkssoevereiniteit). Veelgemaakte fout: nationalisme en liberalisme samenvoegen. Ze konden samengaan, maar het zijn verschillende uitgangspunten: volk versus individu.
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Socialisme en confessionalisme
Socialisme: gelijkheid van mensen, die gemeenschap of staat ook materieel kan garanderen
Anarchisten en communisten streefden naar een sociale revolutie, zoals Karl Marx had voorspeld
Sociaaldemocraten wilden geleidelijke verandering via verkiezingen
Confessionalisme: religieuze en aristocratische kringen verzetten zich tegen de nieuwe stromingen
Zij organiseerden zich in conservatieve en confessionele partijen en ontwikkelden christelijk-sociale ideeën
KA 36, KA 32. Veelgemaakte fout: socialisten zien als één groep. Het verschil zit in het middel: revolutie of verkiezingen. Confessionelen reageerden op de sociale kwestie met religieuze arbeidersbewegingen.
Zet op volgorde, van vroeg naar laat
1814-1815, 1830, 1848, 1869.
Chartistenbijeenkomst op Kennington Common, Londen, 10 april 1848
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Democratisering
Democratisering: steeds meer mannen en vrouwen nemen deel aan het politieke proces
Liberalen streden voor uitbreiding van het kiesrecht
Arbeiders organiseerden zich in politieke partijen en eisten inspraak
Met uitbreiding van het kiesrecht ontstonden ook conservatieve en confessionele partijen
KA 35. Foto: massabijeenkomst in Londen in 1848, mannen die uitbreiding van het kiesrecht eisten. Veelgemaakte fout: denken dat democratisering in één keer verliep. Het was een geleidelijk proces. Image credit: William Edward Kilburn / Wikimedia Commons, publiek domein
Petitie voor vrouwenkiesrecht aan het Britse Lagerhuis, 1866
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Emancipatie en feminisme
Emancipatie: een groep strijdt voor gelijke rechten en kansen, zoals arbeiders en vrouwen
Het burgerlijk gezinsideaal gaf het feminisme lang weinig aanhang
In de tweede helft van de 19e eeuw ontstonden feministische bewegingen, vooral onder welgestelden
Aletta Jacobs streed voor kiesrecht, onderwijs en tegen drankmisbruik
KA 34 en 36. Syllabus: kiesrecht en meer ontwikkelmogelijkheden, plus thema's als prostitutie, drankmisbruik en opvoeding. De foto toont een petitie voor vrouwenkiesrecht uit 1866 in het Britse Lagerhuis. Image credit: LSE Library / Wikimedia Commons, geen beperkingen (publiek domein)
Opening van het Suezkanaal bij Port Said, 17 november 1869
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Modern imperialisme
Industrialisatie vroeg grondstoffen, afzetmarkten en plekken om te investeren
Stoomschepen en spoorwegen maakten controle makkelijker; in 1869 opende het Suezkanaal
Dit modern imperialisme hing samen met de industrialisatie, anders dan oudere handelskoloniën
Westerse mogendheden grepen in verre landen in, ook in China
KA 33. Veelgemaakte fout: motieven reduceren tot prestige. Economische motieven (industrie) stonden centraal, al speelden macht en prestige ook mee. Image credit: Édouard Riou / Wikimedia Commons, publiek domein
TIJDVAK 8 · 1800-1900
China onder druk
In de 19e eeuw regeerde de laatste keizerlijke dynastie, de Qing; haar gezag was verzwakt door crises, hongersnoden en corruptie
Na de opiumoorlogen kregen Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten meer invloed in Shanghai en Hongkong
Het Verdrag van Nanking (1842) na de eerste opiumoorlog gaf onder meer Hongkong aan Groot-Brittannië
Met ongelijke verdragen verloor de Chinese regering zeggenschap over grondgebied en miste ze inkomsten
Delen van het keizerrijk kwamen direct in handen van Japan, Frankrijk en Rusland
Syllabus par. 4.4, vraag 1 (1842-1911). KA 33 en 44. Veelgemaakte fout: de opiumoorlogen zien als puur Chinese zaak. Het was een gevolg van het moderne imperialisme.
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Verzet en hervorming in China
Opstanden zoals die van de Taiping en de Nian werden met moeite neergeslagen
De Zelfversterkingsbeweging moderniseerde leger en bestuur naar westers en Japans voorbeeld
In 1900 steunde keizerinweduwe Cixi de Bokseropstand tegen de buitenlandse aanwezigheid
Strafmaatregelen van de mogendheden en mislukte hervormingen versterkten de onvrede
In 1911 maakte een revolutie een einde aan het keizerrijk
KA 44 (tijdvak 9, hier gekoppeld aan tijdvak 8) en KA 36. Landloze boeren blokkeerden de westerse ambassades in Peking. De ambtenarenexamens werden gestaakt en er werd begonnen met een grondwet. Veelgemaakte fout: de Boksers als hervormers zien. Zij waren juist een opstand tegen buitenlanders.
Wat hield het stelsel van ongelijke verdragen voor China in?
China kreeg gelijke handelsrechten in westerse havens
Westerse landen betaalden belasting aan de keizer
China mocht Europese steden besturen
China verloor zeggenschap over gebied en inkomsten
Syllabus: zeggenschap over grondgebied en inkomsten uit economische centra verloren. Verwachte fout: denken dat de verdragen wederzijds waren, ondanks de naam.
Leg uit hoe industrialisatie het imperialisme in China kon aanjagen.
Goed: industriële landen zochten afzetmarkten, grondstoffen en investeringsplekken; stoomschepen maakten ingrijpen mogelijk; de opiumoorlogen en ongelijke verdragen openden Chinese havens. Verwachte fout: alleen "macht" noemen.
Welk deel van tijdvak 8 vond je het lastigst?
Industrie en sociale kwestie
Politieke stromingen
Democratisering en emancipatie
Imperialisme in China
Gebruik de uitkomst om te kiezen wat je herhaalt.
Hoe reageerde één stroming op de sociale kwestie? Leg uit in één zin.
Goed: socialisten wilden gelijkheid en een betere positie voor arbeiders (revolutie of verkiezingen), confessionelen richtten religieuze arbeidersbewegingen op, liberalen wilden vrijheid en een kleine overheid. Fout: de stroming alleen noemen zonder reactie.
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Begrippen (1/2)
industriële revolutie: Overgang naar machines en fabrieken, begonnen in Groot-Brittannië
sociale kwestie: Discussie over de sociale ongelijkheid door de industrialisatie
modern imperialisme: Overheersing gekoppeld aan industrialisatie: grondstoffen en afzetmarkten
emancipatie: Strijd van een groep voor gelijke rechten en kansen
democratisering: Steeds meer mannen en vrouwen doen mee aan politiek
Deze slide heeft geen instructies
TIJDVAK 8 · 1800-1900
Begrippen (2/2)
liberalisme: Vrijheid van het individu tegenover de overheid
nationalisme: Broederschap binnen één volk of staat
socialisme: Gelijkheid van mensen, ook materieel gegarandeerd
confessionalisme: Politiek vanuit religieuze overtuiging
feminisme: Stroming voor gelijke rechten voor vrouwen
Deze slide heeft geen instructies