Burgers en stoommachines (Geschiedenis vwo), les 1: Uitleg

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Burgers en stoommachines

Examenstof geschiedenis vwo

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg van de kenmerkende aspecten van tijdvak 8, burgers en stoommachines, 1800-1900, met de contexten Verlichting en China.

Onderdelen in deze les

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Burgers en stoommachines

Examenstof geschiedenis vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: KA 31-36, contexten Verlichting 1650-1900 en China 1842-2001. Image credit: Dickinson Brothers / Wikimedia Commons, publiek domein

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Wat ga je kunnen?

Ik kan de kenmerkende aspecten van tijdvak 8 uitleggen, verbinden met de contexten Verlichting en China en herkennen in een onbekende bron.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden en beelden horen bij de 19e eeuw?

Verwacht: stoommachine, fabriek, arbeiders, kiesrecht, stromingen, koloniën, China. Gebruik de woorden als ophaak: eerst industrie en sociale kwestie, dan de stromingen in Europa, dan democratisering, emancipatie en imperialisme in China.

De spinning jenny, houtsnede uit 1836

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Van handwerk naar fabriek

  • De industriële revolutie begon in Groot-Brittannië en greep in de 19e eeuw om zich heen in de westerse wereld

  • Machines en spoorwegen verplaatsten werk van huis en werkplaats naar de fabriek; steden groeiden snel

  • Zo ontstond een industriële samenleving: massaproductie, groeiende steden en nieuwe sociale klassen

KA 31. De industriële revolutie legde in de westerse wereld de basis voor een industriële samenleving. Veelgemaakte fout: denken dat het een plotselinge gebeurtenis was. Het was een langdurig proces. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein

Weefzaal met machines in een Britse katoenfabriek, 1835

TIJDVAK 8 · 1800-1900

De sociale kwestie

  • Veel fabrieksarbeiders werkten lang voor weinig loon en woonden slecht

  • De sociale kwestie: de discussie over die sociale ongelijkheid en hoe die op te lossen is

  • Arbeiders organiseerden coöperaties, vakbonden en politieke partijen

  • Veel van die organisaties oriënteerden zich op het socialisme

KA 32. Syllabus (par. 4.3): door toenemende sociale ongelijkheid en politieke bewustwording organiseerden arbeiders coöperaties, vakbonden en politieke partijen. Veelgemaakte fout: de sociale kwestie gelijkstellen aan kinderarbeid alleen. Image credit: Baines / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Burgers en Stoommachines: De sociale kwestie, leven en werken in armoede (Stefan van der Leeden). Kijkvraag: welke problemen noemt de video voor arbeiders, en wie moest die volgens de video oplossen?

Waarom hoort de sociale kwestie bij de industriële revolutie?

A

Fabrieken betaalden arbeiders beter dan ambachtslieden

B

Fabriekswerk en stadsgroei gaven grote sociale ongelijkheid

C

De sociale kwestie ging over het koloniale bestuur

D

De adel verloor haar bezit aan de fabrikanten

De snelle industrialisatie bracht lange werkdagen, lage lonen en slechte huisvesting. Verwachte fout: de sociale kwestie zien als een los gevolg van politiek.

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Na Napoleon: restauratie

  • Op het Congres van Wenen (1814-1815) wilden de overwinnaars van Napoleon een stabiele politieke orde scheppen

  • Zij herstelden veel van de situatie van vóór de Franse Revolutie: de restauratie

  • Er kwam een machtsevenwicht tussen Europese staten

  • Toch bleven veel maatregelen uit de Franse tijd van kracht, zoals de Code Napoléon

  • Als reactie op de restauratie, de industrialisering en de sociale kwestie ontstonden nieuwe politieke stromingen

Syllabus par. 4.3, vraag 3 (1813-1900). Veelgemaakte fout: denken dat 1815 alles terugbracht naar 1789. Het Koninkrijk der Nederlanden hield bijvoorbeeld de Code Napoléon.

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Liberalisme en nationalisme

  • Liberalisme: vrijheid van het individu tegenover de overheid; liberalen streden voor gelijke burgerrechten en meer kiesrecht

  • Nationalisme: broederschap binnen één volk of staat, onder invloed van Rousseau, Napoleons veroveringen en de Romantiek

  • Nationalisme dreef de eenwording van Italië en Duitsland en leidde tot nieuwe onafhankelijke landen

  • De afscheiding van België (1830) paste meer bij het liberalisme, net als de grondwetsherziening van Thorbecke (1848)

  • Of een staat veel samenhang kreeg, hing af van het aantal volkeren binnen de grenzen

KA 36. Verlichtingsideeën als basis (vrijheid, gelijkheid, volkssoevereiniteit). Veelgemaakte fout: nationalisme en liberalisme samenvoegen. Ze konden samengaan, maar het zijn verschillende uitgangspunten: volk versus individu.

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Socialisme en confessionalisme

  • Socialisme: gelijkheid van mensen, die gemeenschap of staat ook materieel kan garanderen

  • Anarchisten en communisten streefden naar een sociale revolutie, zoals Karl Marx had voorspeld

  • Sociaaldemocraten wilden geleidelijke verandering via verkiezingen

  • Confessionalisme: religieuze en aristocratische kringen verzetten zich tegen de nieuwe stromingen

  • Zij organiseerden zich in conservatieve en confessionele partijen en ontwikkelden christelijk-sociale ideeën

KA 36, KA 32. Veelgemaakte fout: socialisten zien als één groep. Het verschil zit in het middel: revolutie of verkiezingen. Confessionelen reageerden op de sociale kwestie met religieuze arbeidersbewegingen.

Zet op volgorde, van vroeg naar laat

1

Congres van Wenen

2

Grondwetsherziening door Thorbecke

3

Afscheiding van België

4

Opening van het Suezkanaal

1814-1815, 1830, 1848, 1869.

Chartistenbijeenkomst op Kennington Common, Londen, 10 april 1848

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Democratisering

  • Democratisering: steeds meer mannen en vrouwen nemen deel aan het politieke proces

  • Liberalen streden voor uitbreiding van het kiesrecht

  • Arbeiders organiseerden zich in politieke partijen en eisten inspraak

  • Met uitbreiding van het kiesrecht ontstonden ook conservatieve en confessionele partijen

KA 35. Foto: massabijeenkomst in Londen in 1848, mannen die uitbreiding van het kiesrecht eisten. Veelgemaakte fout: denken dat democratisering in één keer verliep. Het was een geleidelijk proces. Image credit: William Edward Kilburn / Wikimedia Commons, publiek domein

Petitie voor vrouwenkiesrecht aan het Britse Lagerhuis, 1866

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Emancipatie en feminisme

  • Emancipatie: een groep strijdt voor gelijke rechten en kansen, zoals arbeiders en vrouwen

  • Het burgerlijk gezinsideaal gaf het feminisme lang weinig aanhang

  • In de tweede helft van de 19e eeuw ontstonden feministische bewegingen, vooral onder welgestelden

  • Aletta Jacobs streed voor kiesrecht, onderwijs en tegen drankmisbruik

KA 34 en 36. Syllabus: kiesrecht en meer ontwikkelmogelijkheden, plus thema's als prostitutie, drankmisbruik en opvoeding. De foto toont een petitie voor vrouwenkiesrecht uit 1866 in het Britse Lagerhuis. Image credit: LSE Library / Wikimedia Commons, geen beperkingen (publiek domein)

Opening van het Suezkanaal bij Port Said, 17 november 1869

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Modern imperialisme

  • Industrialisatie vroeg grondstoffen, afzetmarkten en plekken om te investeren

  • Stoomschepen en spoorwegen maakten controle makkelijker; in 1869 opende het Suezkanaal

  • Dit modern imperialisme hing samen met de industrialisatie, anders dan oudere handelskoloniën

  • Westerse mogendheden grepen in verre landen in, ook in China

KA 33. Veelgemaakte fout: motieven reduceren tot prestige. Economische motieven (industrie) stonden centraal, al speelden macht en prestige ook mee. Image credit: Édouard Riou / Wikimedia Commons, publiek domein

TIJDVAK 8 · 1800-1900

China onder druk

  • In de 19e eeuw regeerde de laatste keizerlijke dynastie, de Qing; haar gezag was verzwakt door crises, hongersnoden en corruptie

  • Na de opiumoorlogen kregen Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten meer invloed in Shanghai en Hongkong

  • Het Verdrag van Nanking (1842) na de eerste opiumoorlog gaf onder meer Hongkong aan Groot-Brittannië

  • Met ongelijke verdragen verloor de Chinese regering zeggenschap over grondgebied en miste ze inkomsten

  • Delen van het keizerrijk kwamen direct in handen van Japan, Frankrijk en Rusland

Syllabus par. 4.4, vraag 1 (1842-1911). KA 33 en 44. Veelgemaakte fout: de opiumoorlogen zien als puur Chinese zaak. Het was een gevolg van het moderne imperialisme.

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Verzet en hervorming in China

  • Opstanden zoals die van de Taiping en de Nian werden met moeite neergeslagen

  • De Zelfversterkingsbeweging moderniseerde leger en bestuur naar westers en Japans voorbeeld

  • In 1900 steunde keizerinweduwe Cixi de Bokseropstand tegen de buitenlandse aanwezigheid

  • Strafmaatregelen van de mogendheden en mislukte hervormingen versterkten de onvrede

  • In 1911 maakte een revolutie een einde aan het keizerrijk

KA 44 (tijdvak 9, hier gekoppeld aan tijdvak 8) en KA 36. Landloze boeren blokkeerden de westerse ambassades in Peking. De ambtenarenexamens werden gestaakt en er werd begonnen met een grondwet. Veelgemaakte fout: de Boksers als hervormers zien. Zij waren juist een opstand tegen buitenlanders.

Wat hield het stelsel van ongelijke verdragen voor China in?

A

China kreeg gelijke handelsrechten in westerse havens

B

Westerse landen betaalden belasting aan de keizer

C

China mocht Europese steden besturen

D

China verloor zeggenschap over gebied en inkomsten

Syllabus: zeggenschap over grondgebied en inkomsten uit economische centra verloren. Verwachte fout: denken dat de verdragen wederzijds waren, ondanks de naam.

Leg uit hoe industrialisatie het imperialisme in China kon aanjagen.

Goed: industriële landen zochten afzetmarkten, grondstoffen en investeringsplekken; stoomschepen maakten ingrijpen mogelijk; de opiumoorlogen en ongelijke verdragen openden Chinese havens. Verwachte fout: alleen "macht" noemen.

Welk deel van tijdvak 8 vond je het lastigst?

1

Industrie en sociale kwestie

2

Politieke stromingen

3

Democratisering en emancipatie

4

Imperialisme in China

Gebruik de uitkomst om te kiezen wat je herhaalt.

Hoe reageerde één stroming op de sociale kwestie? Leg uit in één zin.

Goed: socialisten wilden gelijkheid en een betere positie voor arbeiders (revolutie of verkiezingen), confessionelen richtten religieuze arbeidersbewegingen op, liberalen wilden vrijheid en een kleine overheid. Fout: de stroming alleen noemen zonder reactie.

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Begrippen (1/2)

  • industriële revolutie: Overgang naar machines en fabrieken, begonnen in Groot-Brittannië

  • sociale kwestie: Discussie over de sociale ongelijkheid door de industrialisatie

  • modern imperialisme: Overheersing gekoppeld aan industrialisatie: grondstoffen en afzetmarkten

  • emancipatie: Strijd van een groep voor gelijke rechten en kansen

  • democratisering: Steeds meer mannen en vrouwen doen mee aan politiek

Deze slide heeft geen instructies

TIJDVAK 8 · 1800-1900

Begrippen (2/2)

  • liberalisme: Vrijheid van het individu tegenover de overheid

  • nationalisme: Broederschap binnen één volk of staat

  • socialisme: Gelijkheid van mensen, ook materieel gegarandeerd

  • confessionalisme: Politiek vanuit religieuze overtuiging

  • feminisme: Stroming voor gelijke rechten voor vrouwen

Deze slide heeft geen instructies