Mens en Omgeving H5

Goedemorgen !
Jas aan de kapstok, tas er onder, telefoon in de kluis. 

Kies een plekje waar een toets ligt en neem een pen en je werkboek mee. 

Veel succes met de toets!
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Goedemorgen !
Jas aan de kapstok, tas er onder, telefoon in de kluis. 

Kies een plekje waar een toets ligt en neem een pen en je werkboek mee. 

Veel succes met de toets!

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?
toets maken 
telefoonpauze 
hoofdstuk 5 af + folder oefenen praktijktoets 

Slide 2 - Tekstslide

Mens en Omgeving 
Hoofdstuk 5

Baliewerkzaamheden 

Slide 3 - Tekstslide

Aan het einde van deze les weet je meer over: 
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
Hoe je een telefoongesprek voert;
Waar je op moet letten als je een brief of e-mail schrijft;
Hoe je een agenda kunt beheren.

Slide 4 - Tekstslide

Telefoneren

Er zijn twee soorten gesprekken: uitgaande en binnenkomende gesprek.
Het voeren van een zakelijk telefoongesprek (uitgaand gesprek).

Voorbereiding
Stel vast wie je moet bellen.
Welke vragen ga je stellen?
Zorg dat je informatie bij de hand hebt.
Zorg ervoor dat je aantekeningen kan maken.


Slide 5 - Tekstslide

Gesprek voeren

Inleiding.
Kern van het gesprek.
Slot van het gesprek.

Slide 6 - Tekstslide

Het voeren van een zakelijk telefoongesprek (uitgaand gesprek).
Leg het gesprek vast:

Noteer de datum en de tijd van het gesprek.
Noteer de naam van degene die je gesproken hebt.
Noteer gemaakte afspraken.
Indien nodig, geef informatie door aan je leidinggevende.

Slide 7 - Tekstslide

Het ontvangen van een zakelijk telefoongesprek

 (binnenkomend gesprek)
Voorbereiding:
Zorg ervoor dat je altijd aantekeningen kan maken.
Je voer het gesprek:
Neem zo snel mogelijk op.
Stel je voor.
Luister aandachtig en stel vragen wanneer het niet duidelijk is.
Noteer en herhaal eventuele afspraken.

Slide 8 - Tekstslide

Let tijdens het telefoneren op de volgende punten:

Wees beleefd en vriendelijk.
Houd je aandacht bij het gesprek.
Houd de beller op de hoogte.
Drinken en eten is verboden.
Maak notities.
Spreek duidelijk.
Gebruik geen informeel taalgebruik.

Slide 9 - Tekstslide

Schriftelijk rapporteren

Rapporteren wil zeggen dat je verslag uitbrengt van je bevindingen.
Voordelen van schriftelijk rapporteren:

Iets wat op papier staat ligt vast en is altijd weer terug te vinden.
Voordat je iets opschrijft kun je rustig nadenken.
Het verlag kan door iedereen die er belang bij heeft gelezen worden.

Slide 10 - Tekstslide

Nadelen van schriftelijk rapporteren:
Het schrijven van een verslag kost meer tijd dan wanneer je mondeling rapporteert.
Het is belangrijk objectief te blijven maar dat is niet altijd makkelijk.

Aandachtspunten schriftelijke rapportage:
Zorg voor een duidelijk handschrift.
Zorg voor een correct taalgebruik.
Rapporteer zo objectief mogelijk.
Een rapport moet overzichtelijk en volledig zijn.


Slide 11 - Tekstslide

Oefenen: praktijkopdracht 5.2
bladzijde 59


timer
1:00

Slide 12 - Tekstslide

Oefenen: opdracht 5.04 
bladzijde 202 + 203


timer
1:00

Slide 13 - Tekstslide

Brieven schrijven

Voordat je een brief gaat schrijven, vraag je je het volgende af:

Waarom ga ik schrijven (het doel)?
Aan wie ga ik schrijven (de ontvanger)?
Wat ga ik schrijven (de inhoud)?
Hoe ga ik schrijven (het briefplan)?

Slide 14 - Tekstslide

Lay-out

Brieven hebben een vaste indeling, de lay-out. (1/2)

Houd marges aan. Marges zijn de witte randen rondom de tekst.
Begin bovenaan met de naam en het adres van de afzender: de naam van het bedrijf, straatnaam en het nummer, postcode en de plaatsnaam.

Hieronder vul je de plaatsnaam en de datum waarop de brief geschreven is in.

Slide 15 - Tekstslide

Lay-out (2/2)

Nu vul je de naam en het adres van de ontvanger in. 

Geef daarna kort aan waar de brief over gaat. “Betreft: ….”. De brief begint met de aanheft. Nu begint de brieftekst. Deel je tekst in alinea’s in.

Zorg voor duidelijke structuur in je brief. Inleiding, kern en slot.

Beëindig je brief met de ondertekening.


Slide 16 - Tekstslide

E-mail

Tegenwoordig worden steeds minder brieven verstuurd, maar meer e-mails. 

Let bij het opstellen van een e-mail op de volgende punten:
Schrijf in de onderwerp-regel waar het bericht over gaat.
Het adres van de ontvanger en de datum komen te vervallen.
Je begint het bericht met de aanhef, net zoals in een brief.
Daarna schrijf je de inhoud.
Je sluit op dezelfde manier af.

Slide 17 - Tekstslide

Agendabeheer

Tegenwoordig werken veel bedrijven met een digitale agenda.
De voordelen hiervan zijn dat meerdere mensen kunnen plannen in één agenda.

Je collega’s zijn ook op de hoogte van de afspraken die je gemaakt hebt.


Slide 18 - Tekstslide

Jouw eigen agenda beheren
Vul de weekplanning in

gebruik overal een kleur voor en vul van s' ochtends t/m s' avonds in wat je allemaal doet op een dag.

Slide 19 - Tekstslide

Oefenen met het maken van een folder

In de ELO-opdrachten
praktijktoets 2

Volgende week woensdag 8 maart 

Slide 20 - Tekstslide