14.1 Tijd

Hoofdstuk 14.1 Tijd 
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 14.1 Tijd 

Slide 1 - Tekstslide

Planning van de les
- Herhaling basiskennis over tijd
- Doelen bespreken
- Instructie tijd omrekenen
- Opdrachten maken

Slide 2 - Tekstslide

Hoe laat is het? Sleep naar juiste klok.
kwart voor drie
kwart voor twee
kwart over drie.
kwart voor zes.
kwart voor acht
kwart over negen
kwart voor twaalf.
Kwart over vijf

Slide 3 - Sleepvraag

Hoe laat is het?
A
5 over 4
B
5 over 12
C
14 over 5
D
5 over 2

Slide 4 - Quizvraag

Hoort 1869 bij de 19de of de 20ste eeuw?
A
18de eeuw
B
19ste eeuw
C
20ste eeuw
D
21ste eeuw

Slide 5 - Quizvraag

Hoeveel dagen heeft
een schrikkeljaar?
A
12
B
52
C
365
D
366

Slide 6 - Quizvraag

Doelen van de les
- Ik ken de eenheden van tijd (seconde, minuut, uur, eeuw, jaar, kwartaal, maand, week, dag)

- Ik kan eenheden van tijd omrekenen naar elkaar.

Slide 7 - Tekstslide

eenheden van tijd

millennium = 1000 jaren
eeuw = 100 jaren
decennium = 10 jaren
1 jaar = 4 kwartalen = 12 maanden= 365 dagen
1 kwartaal = 13 weken
1 week = 7 dagen
1 dag = 24 uren
1 uur = 60 minuten
1 minuut = 60 seconden

Slide 8 - Tekstslide

Omrekenen van seconde naar minuut en andersom
Om met snelheid te kunnen rekenen, 
moet de tijd in seconden staan, of in uur.


Slide 9 - Tekstslide

reken uit:
1.5 min. = ....... s
A
15 s
B
150
C
90 s
D
90

Slide 10 - Quizvraag

reken uit:
630 s = .....min
A
10.5 min
B
63 min
C
1.05 min
D
6.3 min

Slide 11 - Quizvraag

Omrekenen van minuut naar uur
Om met snelheid te kunnen rekenen, 
moet de tijd in seconden staan, of in uur.



Slide 12 - Tekstslide

reken uit:
0.2 h = ...... min
A
12 min
B
20 min
C
200 min
D
0.1 min

Slide 13 - Quizvraag

rekenen met eenheden van tijd
voorbeeld:
27,4 uren is

Stap 1: Dagen --> 1 dag (27,4 - 1x24 = 3,4)
Stap 2: Uren --> 3 uren ( 3,4 - 3 = 0,4)
Stap 3: Minuten --> 24 minuten (0,4 x 60 = 24)
Dus 1 dag, 3 uur en 24 minuten


Slide 14 - Tekstslide

125 minuten = .....uren en ..... minuten

Slide 15 - Open vraag

tijd omrekenen 

Slide 16 - Tekstslide

Aan de slag!
Hoe?
Zelfstandig
Ik loop rond voor vragen
Blz.
Hoofdstuk 14.1
begint op blz. 138

Opdr.
1, 2, 5 t/m 10, 12, 13, 14
Er moet een berekening bij.

Klaar?
Iets voor jezelf doen op je laptop, waarbij je niemand anders stoort. 


timer
15:00

Slide 17 - Tekstslide