cross

Les 18 juni Engels klas 3

June 18th, 2020 English lesson
What are we going to do today:
Grammar
Watching and Listening
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Engelsvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

June 18th, 2020 English lesson
What are we going to do today:
Grammar
Watching and Listening

Slide 1 - Tekstslide

Engels: twijfelwoorden
- your - you’re
- where - we’re - were
- there - they’re - their

Slide 2 - Tekstslide

Your - you're

Your = jouw/uw/jullie, 
bezittelijk voornaamwoord

You're = you are = jij bent, 
persoonlijk voornaamwoord + werkwoord

Slide 3 - Tekstslide

What's ____ name?
A
your
B
you're

Slide 4 - Quizvraag

I like ____ shoes.
A
your
B
you're

Slide 5 - Quizvraag

____ my best friend!
A
Your
B
You're

Slide 6 - Quizvraag

I think ____ older than her.
A
your
B
you're

Slide 7 - Quizvraag

I borrowed ____ pen.
A
your
B
you're

Slide 8 - Quizvraag

Where - we're - were
Where = waar, vraagwoord

We're = we are = wij zijn,
persoonlijk voornaamwoord + werkwoord

Were = was/waren, werkwoord

Slide 9 - Tekstslide

____ students.
A
Where
B
We're
C
Were

Slide 10 - Quizvraag

We ____ just six years old.
A
where
B
we're
C
were

Slide 11 - Quizvraag

I've been looking for you, ____ have you been?
A
where
B
we're
C
were

Slide 12 - Quizvraag

He says ____ stupid.
A
where
B
we're
C
were

Slide 13 - Quizvraag

You ____ very busy last week.
A
where
B
we're
C
were

Slide 14 - Quizvraag

____ do you live?
A
Where
B
We're
C
Were

Slide 15 - Quizvraag

I know a place ____ we can play football.
A
where
B
we're
C
were

Slide 16 - Quizvraag

There - they're - their
There = daar/er, bijwoord

They're = they are = zij zijn,
persoonlijk voornaamwoord + werkwoord

Their = hun, bezittelijk voornaamwoord

Slide 17 - Tekstslide

I am driving ____ car.
A
there
B
they're
C
their

Slide 18 - Quizvraag

____ the kindest people I know.
A
There
B
They're
C
Their

Slide 19 - Quizvraag

I have never been ____ before.
A
there
B
they're
C
their

Slide 20 - Quizvraag

We went to ____ house for dinner.
A
there
B
they're
C
their

Slide 21 - Quizvraag

Look! Do you see that dog over ____?
A
there
B
they're
C
their

Slide 22 - Quizvraag

Do you know John and Anna?
____ getting married next year.
A
There
B
They're
C
Their

Slide 23 - Quizvraag

This is ____ new friend.
A
there
B
they're
C
their

Slide 24 - Quizvraag

Tekst
Tekst
    Listening and Watching

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video


Tom Cruise had verwacht dat James niet zou durven en af zou zeggen. Waarom is dat niet gebeurd?
A
James had er juist zin in.
B
Tom nam zijn telefoon niet op.
C
James had het nummer niet goed opgeslagen.
D
De telefoon was kapot.

Slide 27 - Quizvraag

Slide 28 - Video


Waar springen ze het vliegtuig uit?
A
vanaf de vleugel
B
door de zijdeur
C
ze springen er niet uit
D
uit de achterkant

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Video


Wat vindt James van Danny?
A
Hij ziet eruit alsof hij naar een feestje gaat
B
Hij dacht dat hij gedronken had
C
Hij vond hem er betrouwbaar uitzien
D
Een ervaren sky-diver

Slide 31 - Quizvraag

Slide 32 - Video

TRUE
FALSE
James ging meedoen aan een auditie voor een actiefilm
Jay Leno heeft ook parachute gesprongen
Ze gaan in de lucht vechten

Slide 33 - Sleepvraag


James denkt dat als ze doodgaan...
A
ze hem rond zullen rijden in een auto
B
Tom vergeten zal worden
C
alle focus op Tom zal zijn
D
alle focus op hem zal zijn

Slide 34 - Quizvraag


Wat neemt James mee het vliegtuig in?
A
candy
B
toiletries
C
something to drink
D
travel medicine

Slide 35 - Quizvraag

Slide 36 - Video


Wat zegt James over de kleding?
A
Tom draagt heel normale kleding en hij niet
B
Hij zou graag een jeans en trui aan willen
C
hij is blij dat hij een soort Baby Bjorn pak draagt
D
Hij vind dat Tom eruit ziet als een baby.

Slide 37 - Quizvraag


Tot welke hoogte gingen ze vliegen?
A
7.000 ft
B
5.000 ft
C
8.000 ft
D
10.000 ft

Slide 38 - Quizvraag

Slide 39 - Tekstslide