jaren '50 - 4H KUA Massacultuur 1 - 2026

MASSACULTUUR 1

KUA BLOK 3 – 4 HAVO

1 / 80
volgende
Slide 1: Slide
newEditorKunstVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 80 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

MASSACULTUUR 1

KUA BLOK 3 – 4 HAVO

Over deze PowerPoint

  • Dit blok heet massacultuur. Het gaat over de kunst en cultuur in de tweede helft van de 20e eeuw (vanaf de jaren '50 ongeveer).

  • We bespreken massacultuur 1 in de vorm van drie blokken:

  de jaren '50, '60 en '70.


  • Moeilijke woorden en de uitleg zijn schuingedrukt.


  • Belangrijke begrippen die je moet kennen, zijn dikgedrukt en rood.


Waar denk je aan bij het woord massacultuur?

Massacultuur?

'Massa' betekent 'veel'.

'Cultuur' is alles wat mensen maken, doen of delen om betekenis te geven aan hun leven: bijvoorbeeld kunst, muziek, films, media, mode of gewoontes

Massacultuur gaat dus om cultuur voor een grote groep mensen.

Massamedia

Daarnaast wordt deze periode gekenmerkt door het ontstaan van massamedia.

Met de term media worden middelen bedoeld die gebruikt worden om informatie te verspreiden.


Wanneer dit over een grote groep mensen gebeurt, of zelfs wereldwijd, spreken we van massamedia. Denk aan: radio, tv, tijdschriften en internet.


Wat is massacultuur?

De massamedia zorgen ervoor dat ontwikkelingen in kunst en cultuur zich razendsnel verspreiden.

Bovendien is de drempel naar kunst en cultuur nog nooit zo laag geweest.


Dit blok hebben we veel over populaire cultuur: (pop)sterren zoals Elvis, David Bowie en de Beatles, filmgenres zoals de western, subculturen zoals punk, musicals, festivals zoals Woodstock, het ontstaan van disco, en nog veel meer!


Daarnaast bespreken we kunst die gaat over massacultuur, of die zich daar juist tegen afzet.


JAREN ‘50

Waar denk je aan bij ...

'de jaren '50?'



The American Dream

Amerika = nieuw, modern, de held, rijk, en het land van de onbegrensde mogelijkheden

Er is vrijheid én gelijkheid, met gelijke kansen voor iedereen: je kunt van krantenjongen opgroeien tot miljonair.

Dat is tenminste de belofte, de werkelijkheid is vooral voor minderheidsgroeperingen heel anders…

Na WOII spreekt de Amerikaanse cultuur veel Europeanen aan. Producten als Coca-Cola, kauwgom en jeans vertegenwoordigen de American Way of life: dynamisch, modern en brutaal.

50s Pop-Culture

De Amerikaanse lifestyle druppelt ook door in de kunstuitingen die vanuit de VS de wereld veroveren. Musicals, cartoons, soaps, jazz en Hollywoodfilms combineren kunstzinnige vernieuwing met commercie en vermaak.


Na WOII ging het goed met Amerika. Mensen hadden geld te besteden en relatief weinig zorgen. Dat leidde tot een behoefte aan kunst die als belangrijkste doel had om VERMAAK te bieden.

Handel, om geld te verdienen

Ook de reclamewereld speelt in op het groeiende bestedingspatroon van jongeren.​

De industriëel designer Raymond Loewy (1893-1986) is zeer succesvol. Hij ontwerpt verschillende dingen zoals: treinstellen, puntenslijpers en logo’s van Coca Cola, Shell en Lucky Strike.​ Zijn ontwerpen zijn te herkennen aan de gestroomlijnde vormgeving.

Vormgeving: stroomlijn

Ontwerper van voorwerpen

Strak, aerodynamisch

Jonge rebellen & jongerencultuur

De oudere generatie is na de oorlog blij met de teruggekeerde rust en regelmaat, maar de jeugd rebelleert steeds vaker tegen hun ouders en tegen de overheid.​

In de jaren ’50 ontstaat in de VS een jongerencultuur: de toenemende welvaart bezorgt jongeren meer vrijheid.​ (Vooral in Amerika) gaat het financieel goed bij veel mensen: jongeren kunnen ook geld uitgeven. 

De reclamewereld en de muziek- en filmindustrie spelen hierop in en gaan zich specifiek richten op deze snel groeiende jonge doelgroep.

Zet zich af tegen

Hoe goed het met mensen gaat, hoeveel geld ze hebben

James Dean

In de film “Rebel without a cause” (1955) worstelt de tiener Jim (James Dean) met opgroeien. Hij schopt tegen de regels, belandt in vechtpartijen en laat zich overhalen tot een levensgevaarlijke weddenschap...​

James Dean (1931-1955) maakt het succes van de film zelf niet meer mee. Een maand voor de première sterft hij zelf in een auto ongeluk.​

Hij groeit uit tot cultheld die de rebellerende jongere een gezicht geeft.


The chicken run

Held voor een bepaalde, kleine groep


Marlon Brando

Een ander voorbeeld van een jonge rebel is Marlon Brando. Hij speelt in de film “The wild one” (1953) de leider van een motorbende.​ Hij is cool en heeft het outfit van de working class:  spijkerbroek, T-shirt en leren jack.​

Marlon Brando en James Dean doen aan Method acting.



Manier van acteren, door Stanislavski. Ze maken gebruik van hun eigen emoties en acteren niet overdreven maar ´kleiner´ en ´echter´


Hollywood

De Amerikaanse bevolking bezoekt massaal de bioscopen om de nieuwe filmsterren.​Hollywood ontwikkeld zich vanaf de jaren ‘20 razendsnel tot filmstad. ​

De filmproductie is in handen van een paar grote productiemaatschappijen. Ze werken volgens een vaste production code:​ zo mag een zoen maar kort zijn, blijft seks buiten beeld en mag misdaad niet lonen.​




Regels waar films aan moesten voldoen.

Films zijn duur en worden daarom ingedeeld in genres die  volgens een vast “recept” gemaakt worden.​ Het publiek weet dan wat ze kunnen verwachten. ​


Categorieën, soorten

Western

Regisseur John Ford (1894-1973) wordt gezien als de grootmeester van de western.

In Fords films spelen altijd twee ingrediënten de hoofdrol: spectaculair gefilmde woeste landschappen en psychologisch complexe personages.

In The Searchers (1956) speelt John Wayne dan ook een held vol tegenstellingen: zowel heldhaftig en betrouwbaar als onvoorspelbaar en racistisch.

Avontuurlijk filmgenre, speelt meestal in het westen van Amerika. Vaak bestrijden stoere cowboys het ‘kwaad’.


Melodrama

In het melodrama staat meestal de liefdesgeschiedenis van een vrouw centraal. In films als Written on the wind (1956) draait alles om menselijke relaties. Je ziet een suikerzoete glamourwereld, maar onder de oppervlakte broeien thema’s als machtsmisbruik, jaloezie en alcoholisme.

Dramatisch (film)genre waarbij vooral op het gevoel wordt gericht.

Komisch liefdesverhaal (denk Bridget Jones).

Als tegenhanger van dit vaak zware verhaal, ontstaat de screw ball comedy. Bridget Jones is dan wel stuntelig, maar bepaald wel zélf haar leven.


Film Noir

Noir = zwart.​

Film noir is een filmgenre, vaak een detective of duister misdaadverhaal.

De stijl is donker en met veel contrast.

Veelvoorkomende thema’s zijn: eenzaamheid in de grote stad, diefstal, slechte samenleving.


Verschil (tussen licht en donker, in dit geval)


Alfred Hitchcock

In de jaren ‘50 en ‘60 beleeft Hollywood een crisis.

Regisseur Alfred Hitchcock (1899-1980) is een van de weinige regisseurs die aandacht blijft trekken met zijn vernieuwende films. Hij wordt ook wel gezien als de uitvinder van de thriller.

Hij creëert in zijn films veel spanning door het gebruik van suspense.

Hitchcock is daarnaast vernieuwend omdat hij zich niet altijd houdt aan de vaste ‘regels’ van de film: Zo laat hij in ‘Psycho’ zijn hoofdpersoon na een halfuur vermoorden.

De kijker heeft meer informatie dan de hoofdrolspeler

Een filmgenre waarbij ‘spanning’ het belangrijkst is.

Noem twee manieren waarop Alfred Hitchcock spanning in de scene brengt.


Hitchcock & de male gaze

In de thriller “Rear Window” krijgt het publiek de rol van voyeur. De suspense ontstaat wanneer we door Jeffs telelens de moordenaar onverwacht zien thuiskomen, terwijl Lisa nog nietsvermoedend in het appartement rondscharrelt…

In 1973 bespreekt filmcriticus Laura Mulvey Rear Window in haar essay “The male gaze”. Hiermee bedoelt ze dat vrouwen in de kunsten voornamelijk vanuit een (geseksualiseerde) mannelijke blik worden weergegeven. Daar komt aan het einde van de eeuw steeds meer kritiek op.

Iemand bekijken (in dit geval zonder dat diegene het doorheeft)

Wat is'suspense'?

A

Spanning opbouw doordat je als kijker meer weet

B

Een acteursrol in films

C

Spannende muziek

D

Een type filmgenre

Wat is een 'production code'?

A

Een type filmcamera

B

Regels voor filminhoud en -productie

C

Een filmgenre

D

Een soort script

Soaps moeten vrij goedkoop gemaakt worden. Buitenscènes of actiesscènes komen weinig voor. De dialogen tussen de personages vertellen het verhaal. Soaps eindigen vaak met een cliffhanger.

Soap

Een Amerikaanse zeepfabrikant koopt in 1932 15 minuten zendtijd op de radio, waarin elke dag een nieuwe aflevering van het hoorspel The Guiding Light verteld, naast een stukje reclame. In 1952 gaat The Guiding light verder op tv, en wordt de eerste echte soap.

Soaps lijken op melodrama’s, maar hebben niet één hoofdpersoon, maar volgt het leven van een hele groep mensen.


Een spannend moment waardoor je de volgende aflevering wilt kijken.

Langlopend televisieseriedagelijks of wekelijks, volgt meerdere verhaallijnen.

Soaps hebben een format dat nog steeds herkenbaar is in hedendaagse langlopende tv-series.


Noem drie kenmerken van dat format die je terugziet in de trailer voor GTST.

Noem drie kenmerken van dat format die je terugziet in de trailer voor GTST.

  • Veel heftige emoties (mensen schreeuwen, huilen)

  • Uitvergroting van gebeurtenissen uit het dagelijks leven/onevenredig aantal rampen en gebeurtenissen

  • Conflicten in de relationele sfeer/veel praten weinig actie

  • Veel close-ups

  • De spanning wordt opgebouwd met geheim en drama. Je word verleid om verder te kijken.

GTST was vanaf de jaren '90 één van de meest populaire Nederlandse soaps. De serie loopt nog goed, maar de kijkcijfers zijn niet meer zo goed als vroeger.


Waarom is het soapformat tegenwoordig minder populair dan vroeger?

Waarom is het soapformat tegenwoordig minder populair dan vroeger?

  • Mensen kijken minder lineaire tv (op televisie, op het moment dat het uitgezonden wordt), en streamen meer via bijv. Netflix.

  • Dan bepaald je zelf op welk moment je kijkt (en hoeveel afleveringen achter elkaar).

  • Mensen hebben geen zin meer om op nieuwe afleveringen te wachten (vroeger moest dat wel).

Televisie

De opkomst van de televisie maakt een eind aan Hollywoods Golden age. Vanaf de jaren '50 doet de televisie zijn intrede in de huiskamers.​

Tijd waarin films uit Hollywood enorm succesvol waren

De televisie ontwikkelt een eigen taal, die kenmerkend is voor massacultuur: pakkende ‘informatie’ met veel afwisseling in korte blokken.​

De TV wordt het belangrijkste meubelstuk in de huiskamer en kan goed smaak en koopgedrag beïnvloeden. 

Musical

Musicals worden steeds populair vanaf de jaren ’30.

Musicals ontstaan uit de Londense Music Hall en de Weense operette.

Musicals omvatten veel show en entertainment: ze richten op een groot publiek en willen vooral ‘vermaak’ bieden.

Voorstellingen waarbij zang, muziek en toneel wordt gecombineerd

Vrolijkere vorm van opera, combinatie van toneel, muziek en zang.

Cafés waar ook werd opgetreden.

In de eerste musicals gaat het vooral om de combinatie van showdans, ballet, muziek en aankleding (decor & kostuum).

Het verhaal is vaak ondergeschikt aan de ‘show’ en niet diepgaand.

Minder belangrijk

Musicalfilm: On the Town

Door de opkomst van geluidsfilm kunnen theatermusicals ook als musicalfilm worden uitgebracht. Zo raken musicalsterren bekend bij een miljoenenpubliek.

In On the Town zie je swingende jazz, acrobatische (tap)dans en romantische ballades. Deze musicalfilm speelt zich af in New York: symbool van de nieuwe tijd en ´The City that never sleeps´.

Het verhaal: drie matrozen hebben 24 uur verlof in New York, en gaan op zoek naar feest.

De hoofdrolspelers zijn bekend (Gene Kelly, Frank Sinatra), maar de vrouwenrollen trekken de aandacht: dit zijn werkende, zelfstandige vrouwen.

Bekijk de video. Je ziet de eerste scène uit de verfilming van Cabaret (1972).


Noem twee kenmerken van musical die je in het fragment ziet.

Bekijk de video. Je ziet de eerste scène uit de verfilming van Cabaret (1972).

Noem twee kenmerken van musical die je in het fragment ziet.

  • De personages vertellen het verhaal door te zingen.

  • De personages dansen

  • De personages dragen opvallende podiumkostuums.

Rock ‘n Roll

Het zuiden van de VS is in de jaren ´50 nog sterk gescheiden: zwarte muzikanten mogen niet voor wit publiek spelen. Maar door de komst van de radio kan men toch allerlei soorten muziek luisteren.​ Amerikaanse witte jongeren grijpen hun kans om naar zwarte muziek te luisteren.​

Jongeren hebben geld om uit te geven, een eigen platenspeler en behoefte om zich af te zetten tegen de oudere generatie. Rock-’n-roll is daarvoor het perfecte medium en Elvis, met zijn sensuele heupbewegingen, sexy stem en vetkuif, wordt hun idool. Elvis is de eerste échte popster.


Fans willen zich kunnen identificeren met hun idool. Een ster moet zijn zoals jij en ik. Het lijkt alsof iedereen kan doorbreken en een ster kan worden! Je moet alleen toevallig ontdekt worden.


Elvis Presley is het schoolvoorbeeld van The boy next door. Hij groeit op als arm kind in een klein huisje. Voordat hij beroemd werd als zanger en acteur, was hij vrachtwagen-chauffeur. Hij maakte voor een paar dollar een plaatopname als cadeau voor zijn moeder, en de rest is geschiedenis...


Elvis laat zich inspireren door zwarte gospelmuziek, zwarte rhythm-en blues en Afrikaanse zangers zoals B.B. King. Zijn ontdekker Sam Philips zegt meermaals: 'als ik een witte man kon vinden met het zwarte geluid en gevoel, zou ik steenrijk zijn'. Elvis is die witte man met het zwarte geluid en gevoel.

Leg uit waarom Philips, ondanks de vele gospel, blues en rhythm-and-blues-artiesten, toch Elvis nodig heeft voor succes.

  • Zwarte artiesten werden wel door de radiostations gedraaid, maar trokken weinig publiek. Vooral de witte middenklasse had geld om platen te kopen, maar zij kochten weinig muziek van zwarte artiesten. Een Afro-Amerikaan als 'ster' was onmogelijk in die tijd. Elvis was een witte jongen met een zwart geluid, dat kon wel.

  • Veel witte mensen vonden zwarte muziek 'verdacht' en niet beschaafd. Als diezelfde muziek door een wit iemand werd gemaakt, was het wel oké.

Het verhaal gaat dat Elvis eigenlijk last van plankenkoorts had.

Toch was hij erg goed in het vermaken van een publiek.


Bekijk de video. Noem drie manieren waarop Elvis contact maakt met het publiek.


Bekijk de video. Noem drie manieren waarop Elvis contact maakt met het publiek.

  • Elvis kijkt (met zijn handen boven zijn ogen) het publiek in

  • Hij kijkt rond (en naar het publiek)

  • Hij lacht naar het publiek

  • Hij steekt zijn tong uit (naar het publiek)

  • Hij spreekt het publiek aan (Ladies and gentlemen, can I have your attention please...')

  • Hij laat stiltes vallen (waarin het publiek kan reageren).

Ella Fitzgerald

Zangeres Ella Fitzgerald ondervindt dat de American Dream niet voor iedereen is weggelegd. Zwarte jazzmuzikanten zoals zij profiteren aanvankelijk nauwelijks van de wereldwijde swingrage, die gedomineerd wordt door witte bigband-jazz. 

Marilyn Monroe is geïnspireerd door Ella Fitzgerald, en ze zijn bevriend. Monroe gebruikt haar roem om Fitzgerald het podium te bieden dat ze verdient. 

Jazz, Bebop

Terwijl vlak na WO2 heel Europa danst op de swingjazz van witte bigbands, verandert de jazz in de VS van dansmuziek in luistermuziek. De nadruk komt meer te liggen op individuele expressie.


Jonge zwarte muzikanten ontwikkelen een nieuwe stijl: de Bebop: Gebaseerd op populaire swingliedjes, maar met nieuwe melodieën, een hoger tempo en complexere akkoordenwisselingen.

Bebop-bands zijn klein, daardoor is er voor alle muzikanten ruimte voor solo’s en improvisaties. Bebop wordt meestal uitgevoerd met drums, contrabas, piano, saxofoon en trompet.


Rauwe, snelle jazzstijl met veel improvisatie

Bebop hoort niet thuis in grote zalen, maar in kleine, rokerige kroegen.

Een grote vernieuwer in het genre is saxofonist Charlie Parker.

Bebop heeft een kleine, fanatieke aanhang met een eigen uiterlijk en taalgebruik: zwarte kleding, baretten en sikjes. 

Ook hoort er een uitgelaten levensstijl bij met veel drank en drugs. Zo sterft Charlie Parker wanneer hij pas 35 jaar is.




Cool Jazz

In de jaren ‘50 krijgt de populaire uptempo Bebop een rustige tegenhanger: de cool jazz. Het tempo ligt lager, de akkoorden zijn eenvoudiger, en de muziek klinkt relaxt.

In 1959 neemt trompettist

Snel, met veel energie

Rustige, langzame jazzstijl

Miles Davis met zijn sextet het album “Kind of blue” op. Ze gaan zonder repeteren de studio in, waar Davis enkele schetsen en melodielijn en uitdeelt om te improviseren. Het resultaat is eenvoudig, maar technisch verbluffend.



Abstract expressionisme: kenmerken

Voorstelling:

Abstract, (zonder voorstelling), expressionisme (uiting van gevoel)

Eerste écht Amerikaanse (beeldende) kunststroming. Typisch Amerikaans: groots en meeslepend

Expressie, improvisatie en automatisme


Lee Krasner

Vormgeving:

Vaak een allover compositie. Je ziet de beweging van het schilderen letterlijk terug

Drippings, action painting.

Kunstenaars: Jackson Pollock, Mark Rothko, Lee Krasner, Willem de Kooning, 

Action painting

Jackson Pollock laat zijn verf in grillige slierten op een groot doek druppelen. Deze schilderijen noemen we drippings

  • Overall compositie: 

De activiteit van het schilderen zie je op het doek -> daarom action painting

Wat Coleman op Free Jazz uitdrukt in muziek, doet Pollock met verf. Tijdens het schilderen probeert Pollock in trance te raken om zo het denken uit te schakelen. Hij werkt in een roes van alcohol en drugs, terwijl harde jazz door zijn atelier schalt. 


Compositie

Compositie: de ordening/plaatsing van de belangrijkste vormen, dus wat er op welke plek in beeld staat.

Er zijn verschillende soorten composities, bijvoorbeeld:

Centrale compositie

Horizontale compositie

Verticale compositie

Driehoekscompositie

Bij het abstract expressionisme zie je vaak een

all over compositie

Compositievorm waarbij alles even belangrijk is, onderdelen zijn over het hele vlak verspreid

Mark Rothko

Rothko wil zijn publiek het schilderij inzuigen en een overweldigende emotionele reactie veroorzaken, grenzend aan een spirituele ervaring.​

De abstracte kleurvelden verbeelden voor hem universele gevoelens van angst, extase, tragiek en euforie.​

Rothko's schilderijen zijn te herkennen aan de kleurvlakken. Hij bouwde deze schilderijen op in vele, soms transparante lagen. Dit noemen we color field paintings.



Vorm van abstract expressionism, gekleurde vlakken

De schilderijen van abstract expressionisten kunnen in stijl sterk van elkaar verschillen. Maar wat is voor hen allemaal het belangrijkste aspect van hun kunst?

A

Een vernieuwende manier van werken zoeken

B

De emotie die vrijkomst bij het maken van/kijken naar hun kunst

C

Zo groot mogelijke schilderijen maken

D

Vernieuwend zijn en regels breken

Rothko en Pollock allebei abstract expressionisme, maar niet allebei action painters.

Leg aan de hand van de werkwijze uit waarin zij van elkaar verschillen.  

Noem twee manieren waarop het werk van Pollock vernieuwend is. 


Noem twee manieren waarop het werk van Pollock toch ook 'traditioneel' is

Pop Art: kenmerken

Voorstelling:

Populair art, met herkenbare, alledaagse beelden (figuratief)

kunst voor de massa (gewone mensen)

Gebruik van kant en klare beelden, bijv. Uit de reclamewereld



Vormgeving

Reproducties (bijv. zeefdrukken), collage, soms felgekleurd, vormgeving zoals je bij reclame ziet.

Kunstenaars: Andy Warhol, Marisol Escobar, Claes Oldenburg, Richard Hamilton, Roy Lichtenstein

Richard Hamilton

Just what is it that makes today’s homes so different, so appealing? (1956) wordt gezien als het eerste ‘pop-art’ kunstwerk. In dit interieur zie je de American dream in de vorm van luxegoederen terug: een moderne stofzuiger, een schemerlamp met Ford-logo, blikvlees en natuurlijk een tv. 

Hamilton wil met zijn werk laten zien dat de invloed van massamedia zo groot is geworden dat ook de kunst die niet meer kan negeren. 

Popart lijkt soms simpel en zonder diepere laag, maar heeft vaak wel een politieke of maatschappelijke boodschap.

Claes Oldenburg

Popart wil de kloof tussen massacultuur en de avant-garde kleiner maken: kunst moet weer toegankelijk zijn voor het gewone volk. 

Popart-kunstenaars gebruiken daarvoor alledaagse voorwerpen en beelden uit de reclamewereld. 

Claes Oldenburg staat bekend om het maken van blow ups van normale voorwerpen. Door de vergroting hebben ze een vervreemdend effect.

‘Opgeblazen’, uitvergrootting van iets wat eigenlijk kleiner is.

Andy Warhol

Door de zeefdruk kan Warhol het portret oneindig herhalen, alsof het in een fabriek gemaakt is. Warhols heet dan ook The Factory, waarin medewerkers aan de lopende band kunstwerken maken. Hij hoeft ze alleen nog maar te signeren.



Popart veroordeelt de massacultuur niet, maar speelt ermee. Popart-kunstenaars bestrijden het idee dat er een verschil is tussen een ‘lage’ volkscultuur en een elitaire ‘hoge’ cultuur door de beelden van de massa tot kunst te verklaren. 


Roy Lichtenstein

Roy Lichtenstein gebruikt beelden uit de populaire cultuur (strips!).

Door de beelden uit de context van het stripverhaal te halen, krijgen ze een vervreemdend effect. 

Lichtenstein gebruikt ook de techniek van de blow up: hij kiest een klein detail en blaast het op. Zijn schilderijen zijn metersgroot.

Marisol

De pop-art kunstenaar Marie Sol Escobar (Marisol) moet niet zoveel hebben van de 'macho pop' van haar mannelijke collega’s.


Haar werk ‘John Wayne’ staat ver af van de ruwe, onverschrokken held uit de westernfilms. 


Noem drie kenmerken van popart

Kenmerken van popart

  • Onderwerpen uit de (populaire) (consumptie)maatschappij: strips, reclame, idolen, verpakkingen

  • Gebruik van bestaande beelden

  • Geen 'eigen' handschrift

  • Reclameachtig

  • 'koele' uitstraling (geen eigen emoties uiten)

  • (Vervreemding door) vergroting, herhaling

Popart-kunstenaars wilden kunst maken voor de massa. Toch kreeg de stroming vanuit het grote publiek veel kritiek.  

Noem twee punten van kritiek.


Kritiek op Pop art

  • Niet origineel -> er worden bestaande beelden gebruikt, de kunstenaar 'maakt' het beeld niet zelf. 

  • Niet echt persoonlijk -> handschift van de kunstenaar is niet zichtbaar, je ziet geen 'gevoel' of emotie

  • Elk willekeurig product kan kunst worden

De Popart-kunstenaars wilden kunst maken voor de massa (een groot publiek) Toch was er vanuit het grote publiek kritiek op Popart. 


Bedenk 4 punten van kritiek die mensen (in die tijd) zouden hebben op Popart. 

Lage vs. Hoge kunst

De (Amerikaanse) populaire cultuur staat in het begin lijnrecht tegenover de vernieuwers op kunstgebied (de avant-garde). De avant-garde experimenteert met abstractie (bv de Abstract Expressionisten) terwijl de massa dit niet begrijpt en graag laagdrempeligere herkenbare verhalen en beelden ziet. 


Het verschil tussen de ‘hoge’, avant-gardistisch kunst en de ‘lage’ vermaakskunst van de massa is groot. Of in ieder geval: het verschil in het aanzien dat ze krijgen. Er wordt dan ook gesproken over


Kunst en kunst

(Kunst met een grote, of met een kleine k)




The Medium is the Message

Popart veroordeelt de massacultuur niet, maar speelt ermee. Het bestrijdt het idee dat er een verschil is tussen ‘lage’ volkscultuur en elitaire ‘hoge’ cultuur door beelden van de massamedia te verklaren tot kunst.

Coca cola, filmsterren en hamburgers zijn toch voor iedereen, waarom kunst niet?

Mediatheoreticus Marshall McLuhan zegt al in 1959 dat de massamedia de wereld zullen veranderen in een ‘global village’. Het gaat niet meer over de boodschap die media overbrengen, maar over de sociale invloed van het medium zelf: “the medium is the message”.


De media toont ons niet de werkelijkheid, maar een werkelijkheid die gemanipuleerd is door de media.