Voorbereidingsles Make it Mine: Katoendruk

 
Voorbereidingsles 
Make it Mine: Katoendruk
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 42 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

 
Voorbereidingsles 
Make it Mine: Katoendruk

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Quiz
Uit welk land komt dit patroon?

Slide 2 - Tekstslide

De quiz is een opwarmertje om het thema te introduceren. 
Mensen hebben in alle tijden en culturen kleding gebruikt als vorm van expressie. Veel culturen kennen hun eigen patronen en motieven.
Uit welk land komt dit patroon?

Slide 3 - Tekstslide

Indonesië, geweven ruitmotieven.

Slide 4 - Tekstslide

Marokko, geborduurde Kaftan.

Slide 5 - Tekstslide

Peru, fel gekleurde gewoven stof.

Slide 6 - Tekstslide

Japan, kimono met Japanse bloem motieven.

Slide 7 - Tekstslide

Nederland traditionele Spakenburgse klederdracht. 
Maar de geruite stof komt van oorsprong uit Indonesië en gebloemde stof komt van oorsprong uit India... 

2. De geschiedenis van de katoendruk

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Dit was de kleding van rijke Hollanders 400 jaar geleden. 
Hoe zou je de kleuren omschrijven?
De stoffen waren vaak van wol of linnen en effen van kleur. De motieven op de stof waren op de stof geborduurd of met in de stof gewoven (damast).
Feestend gezelschap, Isaak Elias, 1629, collectie Rijksmuseum.
 

Slide 10 - Tekstslide

Toen de Nederlanders steeds meer handel gingen drijven in Azie in de 17de eeuw "ontdekte" men kleurrijke beschilderde katoen in India, ook wel sits genoemd. 

17de eeuwse sits, collectie Rijksmuseum.

Slide 11 - Tekstslide

De stoffen werden door de Verenigde Oostindische Compagnie ingekocht en verscheept naar Nederland.

VOC schepen in de haven van Batavia Oost Indie (Indonesië), Aelbert Cuyp, rond 1650. Collectie Rijksmuseum. 

Slide 12 - Tekstslide

Kun je de reis aanwijzen die ze maakten van India naar Nederland?

Wereldkaart van 1649, Willem Blaeu. 

Slide 13 - Tekstslide

In Nederland werden de stoffen enorm populair onder mensen die het konden betalen. Van de Indiase stoffen werd van alles gemaakt, van babymutsjes, damesmantels tot tasjes...

Babymutsje jongentje, Collectie Fries Museum. 
Damesjasje, Collectie Rijksmuseum.

Slide 14 - Tekstslide

Tasje, Collectie Fries Museum.
Babyjasje, Collectie Rijksmuseum.

Slide 15 - Tekstslide

De motieven van de bloemen waren heel gedetailleerd.

Beddensprei 1725, Collectie Museum Flehite/Rijksmuseum. 

Slide 16 - Tekstslide

De Indiase sitsen bleven heel mooi van kleur. De stof werd behandeld met buffermelk, rijstnat en veel zonlicht. Deze manier van werken kostte veel tijd, maar daardoor bleef de verf goed zitten.  
Kijk maar naar deze stof, die is meer dan 300 jaar oud! 
Sits, 1720 Collectie Rijksmuseum.

Slide 17 - Tekstslide

Veel sits is met de handgeschilderd, maar om het proces te versnellen werd er ook gewerkt met drukblokken.
Kun je zien waar het blok van is gemaakt?
(hout, houten drukblokken werden ook gebruikt in de kunst en boekdrukkunst: houtgravures)
Drukblok, collectie De Katoendrukkerij Amersfoort.

Slide 18 - Tekstslide

Stoffen importeren uit India was duur, daarom waren Nederlanders heel nieuwsgierig naar de techniek van het katoendrukken. 
Het duurde even voordat ze die begrepen en konden toepassen. In 1678 werd in Amersfoort de eerste katoendrukkerij van Europa opgericht! 
Dat is te lezen in het besluitenboek van het stadsbestuur. 
Resolutieboek, Collectie Archief Eemland. 

Slide 19 - Tekstslide

Het besluitenboek is met de hand geschreven in oud Nederlands. 
Kun jij het jaar vinden?
Kun je lezen op welke dag de oprichting was? 
Collectie Archief Eemland. 

Slide 20 - Tekstslide

Zo zag een katoendrukkerij eruit.
Wat doen de mensen op de prent?
Katoendrukker op centsprent 18de eeuw, collectie Nederlands Openlucht Museum.

Slide 21 - Tekstslide

Katoendrukken was zwaar werk. Er werkten ook kinderen mee. Meestal waren ze strijker, de strijker vult de inkt aan en verdeelt deze goed over het kussen. 
Dat was kinderarbeid en werd later verboden.
Katoendrukkerij in de 18de eeuw, Collectie Vlisco.

Slide 22 - Tekstslide

Drukblokken zijn in Nederland tot in de 19de eeuw gebruikt.
Handdrukwerk rond 1900. Collectie Vlisco.

Slide 23 - Tekstslide

Maar er werden ook snellere manieren bedacht om stof te bedrukken: drukmachines op stoom of elektriciteit.
Deze drukmachine stond bij een van de grootste katoendrukfabrieken van Nederland.
Drukmachine op elektriciteit, Collectie Vlisco.
... en zo wordt nu de stof van jullie kleding bedrukt.

Slide 24 - Tekstslide

Tegenwoordig worden drukmachines voor stof aangedreven door computers. 
Dat ziet er ongeveer :-) zo uit.

Productieproces, van Vlisco.
3. Welkom 
in 
de Katoendrukkerij!

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Sinds 2020 kun je weer Katoendrukken in Amersfoort in De Katoendrukkerij in de volmolen bij de Kopelpoort.

Slide 27 - Tekstslide

Nathalie Cassee is de oprichtster van de Katoendrukkerij en organiseert er workshops, cursussen, lezingen en tentoonstellingen.  

Slide 28 - Tekstslide

Binnenkort gaan jullie hier ook aan de slag om katoen te bedrukken.
4. De vormgeving van patronen

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In de Katoendrukkerij kun je met houten drukblokken je eigen patroon maken.

Maar wat is een patroon eigenlijk?

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke regel hoort bij dit patroon?

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Laat leerlingen de regels benoemen. 

Dit noem je een strooimotief, het lijkt alsof de motieven random in het vlak zijn gezet maar er zijn wel degelijk regels.
- Bepaalde afstand tussen de motieven.
- Richtingen van de motieven.
- Herhaling van de motieven.
- Het contrast van de 2 kleuren zorgt ervoor dat ze beiden opvallen.

Slide 33 - Tekstslide

Laat leerlingen de regels benoemen.

- Werken in banen van links naar rechts.
- In een baan heeft  motief dezelfde richting.
- In een baan hebben 2 motieven dezelfde volgorde.

Slide 34 - Tekstslide

Laat leerlingen de regels benoemen.
- 2 motieven verbinden tot een nieuw motief.
- Herhaling.
- Dezelfde afstand tussen de motieven.

Slide 35 - Tekstslide

Laat leerlingen de regels benoemen.
- De lotusbladeren hebben dezelfde richting en afstand en vormen een samenhang.
- Het knopmotieven zijn dicht op elkaar geplaatst en daardoor met elkaar verbonden, zo ontstaat samenhang.

Slide 36 - Tekstslide

Laat leerlingen de regels benoemen.
- Een nieuw motief maken met 1 blok door herhaling.
- Geheel is een strooimotief.

Slide 37 - Tekstslide

Laat leerlingen de regels benoemen.
- Groene motief in rechte lijnen van boven naar onder. 
- Groene motief met dezelfde afstand tot elkaar.
- Blauwe motief eroverheen in een golvende lijn.
Conclusie: Als je in staat bent de regels in de patonen te vinden, kun je ook zelf regels bedenken en zo je eigen patroon maken.
5. Voorbereiding op de workshops

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stof voorbereiden
1. Stof wassen om het stijfsel eruit te halen. Dan pakt de inkt beter!
2. Per leerling 3 lapjes van 45x45 cm of 55x55 cm knippen of scheuren.
3. Lapjes strijken.
4. Lapjes meenemen naar de workshops. Je gebruikt 1 lap per workshop.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Van de lapjes wordt op school een tas, kussen, knuffel genaaid.

Slide 40 - Tekstslide

Hier komt t.z.t. een foto met voorbeelden...
6. Beeldende opdracht
A. Bedenk een aantal ideeen voor wat je zou kunnen maken met 3 lappen. En maak er een schets van.
B. Gebruik 1 of 2 stempels en maak hiermee verschillende patronen om papier.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Tot ziens bij de Katoendrukkerij!

Slide 42 - Tekstslide

Tot ziens bij de Katoendrukkerij!

Meer lessen zoals deze