ZMYP5- Periode_1-Cours_6 20250926

1 / 55
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 55 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Posez votre ordinateur portable fermé sur la table.
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijdens de les.../ Pendant le cours...
... ben je stil als de docent aan het woord is.
... vous êtes silencieux lorsque le professeur parle.
... ben je stil als er een klasgenoot aan het woord is.
... vous êtes silencieux lorsqu'un camarade de classe parle.
... luister je naar wat de docent zegt en volg je instructies op.
... écoutez ce que le professeur dit et suivez les instructions.
.... ben je te allen tijde vriendelijk.
... vous êtes amical à tout moment.
... doe je actief mee.
... vous participez activement.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

S'il vous plaît,

Fermez votre ordinateur.
Close your laptop.
Sluit je computer af.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welkom bij LA French
Unit 1: Migrations et identités
Learner Profile:
Communicator and Open-minded
ATL (Action: Teaching and learning through inquiry):
Communication
Related concepts:
Points of view, context
Key concept:
Culture 
Statement of Inquiry : Migration changes how people express who they are, connect with their culture, and adapt to a new environment through language.
Global context:
Identities and Relationships

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Voorkennis/ Connaissances préalables
  • Leerdoelen opstellen/ Objectifs d’apprentissage
  • Instructie/ Instructions
  • Aan de slag/ Au travail
  • Reflectie en leerdoelen check/ Réflexion et vérification des objectifs d'apprentissage

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht periode 1
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Comment est la francophonie dans le monde? 

How is the Francophonie around the world?
Qu'est-ce qui me permet de définir mon identité?

What helps me define my identity?
Les flux migratoires et leur importance

Migration flows and their importance


Qu'est-ce que l'immigration?

What is immigration?
Qui sont les migrants du XXIe siècle?

Who are the migrants of the 21st century?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht periode 1
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
Week 11
Quelles sont les causes et les conséquences de l'immigration?

What are the causes and consequences of immigration?

SA 
Et toi, ton immigration, à quoi ressemble-t-elle?

And you, what does your immigration story look like?
Comment la science explique la migration des animaux?

How does science explain animal migration?
Quelles empreintes l'immigration laisse-t-elle dans la culture d'un pays?

What impact does immigration have on a country's culture?
Révision/
Content review

Examen/
Test

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik-opdracht
Hoe vorm je de imparfait?
A
nous vorm van present -ons
B
hele vorm van werkwoord -er
C
met het hulpwerkwoord avoir
D
met het hulpwerkwoord être

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Combineer de juiste imparfait uitgang bij het persoonlijk voornaamwoord.
Terugblik-opdracht
Imparfait
-ais
-ais
- ait
- ions
- iez
-aient
Je
Tu
Il/elle/on
Nous
Vous
Ils / elles

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je (trouver, imparfait)
A
trouvait
B
trouve
C
trouvais
D
trouvai

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nous (regarder, imparfait)
A
regardons
B
regardions
C
regardiez
D
regardez

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

On (avoir, imparfait)
A
on avais
B
on avoirait
C
on avait
D
on avions

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Elle (être, imparfait)
A
elle était
B
elle sommait
C
elle estait
D
elle êtrait

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik begrijp de imparfait
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je sais parler de différents flux migratoires en utilisant l'imparfait et le passé composé./ I can talk about different migration flows using the imperfect and the passé composé.
  • Je sais utiliser les adverbes en -ment./ I know how to use adverbs ending in -ment.
 
 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Activité
  • Assistez aux vidéos, lisez les textes et faites une comparaison entre les flux migratoires et leur importance. 
  • Élaborez un Double-Bubble Map.
Thinking Processes: 
comparing and contrasting.

Where are the similarities?
Where are the differences?

Slide 17 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Activité

Slide 18 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

4

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:16
C'est quoi un migrant?
A
C'est un touriste.
B
C'est une personne qui change de ville dans un même pays.
C
C'est une personne qui vit dans un autre pays.
D
C'est une personne qui n'a pas de maison.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

00:29
Selon la vidéo, pourquoi les migrants changent de pays?
A
Pour connaître de beaux paysages.
B
Pour échapper à des conflits.
C
Pour avoir un meilleur travail.
D
Pour étudier.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:08
C'est quoi les info?
A
Ce sont les informations diffusées à la télévision.
B
C'est une opinion personnelle.
C
Ce sont les fake news.
D
C'est une émotion.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:28
C'est quoi les passeurs?
A
Des personnes qui aident les migrants à traverser la mer.
B
Ce sont des migrants.
C
Des personnes qui vendent des billets d'avion.
D
Ce sont des personnes qui savent nager.

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je sais quand utiliser le Passé Composé et l'Imparfait
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Je sais parler de différents flux migratoires.
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Homework

Slide 27 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Les adjectifs /
bijvoeglijke naamwoorden

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'adjectif
Kijk maar!
Simon est petit.
Célia est petite.
Simon et Paul sont petits.
Célia et Nadia sont petites.
  • L'adjectif dit quelque chose sur un nom.
  •  Het bijvoegelijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
  • En français il faut tenir compte de la forme et du lieu de l'adjectif.
  • In het Frans moet je rekening houden met de vorm en de plaats van het bijvoeglijk naamwoord.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'adjectif - de vorm
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
petit
petite
meervoud
petits
petites

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mettez les adjectifs dans la bonne catégorie.
Zet de bijvoeglijke naamwoorden in de juiste categorie.
Mannelijk
enkelvoud
Mannelijk
meervoud
Vrouwelijk
enkelvoud
Vrouwelijk
meervoud
Belle
Douce
Beau
Fraîche
Gentille
Nouveaux
Vieilles
Amoureuses
Blanc
Sportive
Sportif
Bons
Italiens
Françaises
Longues
Petit

Slide 31 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

L'adjectif - de vorm
Le pantalon est rouge.
La robe est rouge.
Les pantalons sont rouges.
Les robes sont rouges.

Let op!
Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op een –e,
dan krijg je geen extra e bij vrouwelijke woorden.

Eindigt een bijvoeglijk naamwoord op een –s of een –x
dan krijg je geen extra s in het meervoud.
 Le tee-shirt est gris.                  Les tee-shirts sont gris.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'adjectif - de vorm
Exceptions/Uitzonderingen
Les adjectifs se terminant par les lettres suivantes ont une forme féminine irrégulière.
Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op de volgende letters hebben een onregelmatige vrouwelijke vorm.


on > onne 
ong > ongue  
en > enne  
eux > euse 
f > ve  
er > ère
anc > anche
el > elle
bon > bonne (goed)
long > longue (lang)
italien > italienne
amoureux > amoureuse (liefevol)
sportif > sportive
premier > première
blanc > blanche
cruel > cruelle (wreed) 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitzonderingen
Ces adjectifs ont une forme irrégulière.
Deze bijvoeglijke naamwoorden hebben een onregelmatige vorm.


mannelijk
doux
bas
favori
fou
frais
gentil
gros
pareil
sec
vrouwelijk
douce
basse
favorite
folle
fraîche
gentille
grosse
pareille
sèche
vertaling
zacht
laag
favoriet
gek
koel
aardig
dik
gelijk
droog
L'adjectif - de vorm

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'adjectif - de vorm
Beau, nouveau, vieux
Le nouvel élève.
La nouvelle élève.
De nouveaux élèves.
m ev
m ev
aeiouh
v ev
m mv
v mv
vertaling
beau
bel
belle
beaux
belles
mooi
nouveau
nouvel
nouvelle
nouveaux
nouvelles
nieuw
vieux
vieil
vieille
vieux
vieilles
oud
De nieuwe leerling.
De nieuwe leerlinge.
Nieuwe leerlingen.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les adverbes / bijwoorden

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je nog over het bijwoord 
in het Frans?

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lent (langzaam)
rare (zeldzaam)
lente
rare
lentement (langzaam)
rarement (zelden)
______ + ment

Adjectif masculin

Mannelijk bijvoeglijk naamwoord
Adjectif féminin

Vrouwelijk bijvoeglijk naamwoord
ADVERBE
BIJWOORD

Invariable
Verander niet
Les mots terminés par -MENT formés à partir d'un adjectif sont invariables. Ce sont des adverbes
Woorden die eindigen op -MENT, gevormd uit een bijvoeglijk naamwoord, zijn onveranderlijk. Dit zijn bijwoorden.
Les adverbes en -MENT

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'adverbe donne plus d'information sur...
Het bijwoord geeft meer informatie over...
- Un verbe 
Il parle vite.  / Elle court rapidement

- Un adjectif
Ma soeur est très grande.  / Il est très gentil.

- Un adverbe
Nous lisons très lentement. / Nous jouons assez bien.


Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'ADVERBE
L'adverbe modifie un verbe, un adjectif ou un adverbe.

Het bijwoord wijzigt een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een bijwoord.

***

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'adverbe
L'adjectif masculin
L'adjectif féminin
L'adverbe
grand
grande
grandement
-i     poli
poliment
-u    absolu
absolument
-é     obstiné
obstinément
-ant brillant
brillamment
-ent intelligent
intelligemment

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'adverbe - onregelmatig
Adverbes die niet worden gemaakt met een adjectif:

beaucoup
veel
très
erg
souvent
vaak
parfois
soms
trop
te veel

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'adverbe - onregelmatig
L'adjectif
L'adverbe
Vertaling
bon
bien
goed / lekker
meilleur
mieux
beter
mauvais
mal
slecht
gentil
gentiment
aardig / vriendelijk
long
longtemps
lang
rapide
vite / rapidement
snel

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

rapidement
absolument
sincèrement
jalousement
calmement

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je connais déjà tous les films de cette réalisatrice.
Cette chorégraphie est bien réussie.
Il a mal dansé le hip-hop.
Nous avons déjà vu cette série.
Elle n’a pas totalement oublié cette expérience

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je sais utiliser les adverbes
😒🙁😐🙂😃

Slide 52 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Reflectie
  • Je sais parler de différents flux migratoires en utilisant l'imparfait et le passé composé./ I can talk about different migration flows using the imperfect and the passé composé.
  • Je sais utiliser les adverbes en -ment./ I know how to use adverbs ending in -ment.

Slide 53 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.

La Normandie
Bonne Semaine!

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies