Notas cortas

Destreza escrita   (Miércoles)

                         Pequeñas notas + redacción

Objetivo: Sé Transmitir comunicados por escrito
Sé escribir una redacción sobre hechos ocurridos en el pasado
Sé escribir una redaccion sobre planes que tengo para un futuro reciente o lejano.
1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansSecondary Education

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Destreza escrita   (Miércoles)

                         Pequeñas notas + redacción

Objetivo: Sé Transmitir comunicados por escrito
Sé escribir una redacción sobre hechos ocurridos en el pasado
Sé escribir una redaccion sobre planes que tengo para un futuro reciente o lejano.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Destreza escrita: 2 objetivos
1. Escribir notas cortas según  la ocasión lo requiera. (korte notities)
2. Poner por escrito algo sucedido o que tengo pensado hacer. (opstel/essay)

Slide 2 - Tekstslide

opstel/essay
1. Tipos de notas 
Forma de trabajo:

1. Leer y Aprender: las estructuras los de 6 puntos a  examinar.
2. Hacemos ejercicios.
3.Terminamos con una pequeña tarea.  



Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tipos de notas
1/1a. Disculparse y dar explicaciones:(verontschuldigen/uitleg) cancelar citas, no aceptar invitaciones, etc
2. Avisar (iets doorgeven): reuniones, cambios de planes, de llamadas de teléfono, recordatorios, etc.
3. Pedir un favor (gunst vragen): a compañeros, a un conserje, a un amigo, a un familiar, etc)
3a. Agradecer favores(bedanken): a amigos, a familiares, etc.
4. Dar instrucciones(instructies geven): para realizar una tarea, hacer la compra, recoger algo de la tienda, de la escuela, etc.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijfvaardigheid: Hoe pakken we dit aan?
  • Herhalen en leren: Grammatica en vocabulaire die behoren tot een ERK B1.1(zie Reader Gramática)
  • Leren: 
  1. Specifieke vocabulaire / grammatica
  2. Structuur " notas cortas"  
  3. Vaste constructies
  4. Verbindingswoorden

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Disculparse y dar explicaciones:
Para disculparse usamos el verbo sentir y perdonar en presente. 
Con "pero" y "es que" das una justificación. 
(lo) Siento mucho (pero) ....     (het) spijt me erg (maar)....
Perdona/e-perdonadme/perdónenme (pero) ... Vergeef het me (maar)...
Es que…….                              Het geval is dat/het is zo dat...
Ejemplo: Te llegó un SMS comunicándote que hoy van tus amigos a las 12:30 a jugar un partido de fútbol y ahora son a las  09:30. Tú no puedes ir porque a esa hora tienes una cita en el hospital.
Respuesta: Hola a todos, lo siento mucho, pero no puedo ir con vosotros a jugar al fútbol es que tengo una cita en el hospital y es muy importante para mi. ¡De verdad que lo siento!

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pasos a seguir
1. Para escribir notas cortas quizá te pueda ayudar seguir estos pasos, pregúntate siempre:
  • ¿Quién? (Wie is de ontvanger? Gebruik Hola chicos of Estimados compañeros).
  • ¿Por qué? (Is de reden duidelijk?).
  • ¿Qué sigue? (Zijn de instructies of het vervolg duidelijk?).
  • Cierre: (Zorg voor een mooie afsluiting zoals ¡Gracias por todo! of Hablamos pronto).
________________________________________

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Saludos / Aanhef:
• Hola, [Ana] :→ Hallo .... 
• Querido/a [Saúl]: → Beste..... 
• ¡Hola! → Hoi! 
• Ana:  


     
Despedidas / Afsluiting:
• Un abrazo, → Een knuffel
• Besos, → Kusjes
• Gracias, → Liefs
• Hasta luego, → Tot straks 

              Resumen muy cortito

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1a. Proponer alternativas 
¿Qué te parece si nos vemos/quedamos  (1) y tomamos algo juntos en (2)?
1. cuándo:
el + dÍas de la semana o mañana/ pasado mañana o
dentro de  3 días/ semanas/ más tarde o  a la/a las + horas ,etc
(2) lugar: 
en mi casa, delante del cine, en el bar "lolin", etc

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1/1a. Disculparse y dar explicaciones:
Je ontving een WA/SMS van een oud-klasgenoot die je uitnodigt voor een feestje vanavond bij hem thuis. Hij vraagt je vriendelijk om te antwoorden en te laten weten of je wel of niet kunt komen.
1. Begroet en neem correct afscheid. 2. Schrijf een WA terug om hem te feliciteren en hem te bedanken voor de uitnodiging. 
3. Verontschuldig je omdat je niet naar het feestje kunt komen en leg uit waarom. 4. Stel voor om elkaar op een andere dag te zien, kies zelf een dag van de week, een geschatte tijd en een plek om samen iets te drinken.









Stel voor om elkaar op een andere dag te zien, kies een dag van de week, een geschatte tijd en een plek om samen iets te drinken.


Stel voor om elkaar op een andere dag te zien, kies een dag van de week, een geschatte tijd en een plek om samen iets te drinken.
Stel voor om elkaar op een andere dag te zien, kies zelf een dag van de week en een geschatte tijd en plaats om samen iets te drinken.

  1. Saluda, despídete correctamente.
timer
15:00

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoy es lunes 7 de noviembre
Esto es lo que está planeado para hacer HOY:
Vemos juntos: 
1.Schrijfvaardigheid, qué y cómo nos preparamos para el examen 
2. Hacemos un ejercicio de escritura
Pausa 4 minutos
3. Hacemos los ejercicios del LA + LE
                ver si están terminados + 
               Terminar los ejercicios del subjuntivo de LessonUP 

Slide 11 - Tekstslide

viernes
14,4 km Gibraltar  de africa
1/1a. Disculparse y dar explicaciones:
Je ontving een WA/SMS van een oud-klasgenoot die je uitnodigt voor een feestje vanavond bij hem thuis. Hij vraagt je vriendelijk om te antwoorden en te laten weten of je wel of niet kunt komen.
1. Begroet en neem correct afscheid. 2. Schrijf een WA terug om hem te feliciteren en hem te bedanken voor de uitnodiging. 
3. Verontschuldig je omdat je niet naar het feestje kunt komen en leg uit waarom. 4. Stel voor om elkaar op een andere dag te zien, kies zelf een dag van de week, een geschatte tijd en een plek om samen iets te drinken.









Stel voor om elkaar op een andere dag te zien, kies een dag van de week, een geschatte tijd en een plek om samen iets te drinken.


Stel voor om elkaar op een andere dag te zien, kies een dag van de week, een geschatte tijd en een plek om samen iets te drinken.
Stel voor om elkaar op een andere dag te zien, kies zelf een dag van de week en een geschatte tijd en plaats om samen iets te drinken.

  1. Saluda, despídete correctamente.
timer
15:00

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Objetivo 2 -> Avisar/comunicar
1. Hallo Raúl, wil je mama laten weten dat ik later kom? Ik moet vanavond overwerken.
(Mama, Ana heeft gebeld en gezegd dat zij vanavond later komt omdat zij  over moet werken).  
Mamá,  Ana ha llamado y dice que esta noche viene más tarde porque tiene que hacer horas extra.
2. Laura, de vergadering is morgen om 15:30 dat is een half uur later dan gepland. Kun je dit  aan Ana doorgeven,  alsjeblieft ?
Ana , llamó Laura para avisar/comunicar  que la reunión es mañana a las 15:00, esto es media hora más tarde de lo previsto.
3. Hoi Ana, omdat ik niet thuis ben, vergeet niet dat je vandaag de boodschappen moet doen.
Hola Ana, ya  que- dado que no estoy en casa, no olvides que hoy tienes que hacer tú las compras.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Objetivo2: Ahora tú

Situatie: Vandaag was je niet van plan om thuis te lunchen omdat je een afspraak had met je vriendin om bij een Italiaan te gaan eten, maar je vriendin heeft je net gebeld om het af te zeggen. 

Taak: Stuur je moeder een sms om haar uit te leggen wat er is gebeurd, dat je plannen zijn veranderd en dat  je wilt dat ze op je rekent voor de lunch.
timer
5:00

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Objetivo 3 -> Pedir un favor 

Para pedir un favor usamos el verbo poder en presente y en condicional en las personas tú, vosotros (podéis-podríais), usted y ustedes:
Puedes /Podrías (tú) + infinitivo (informeel).
Kun jij / Zou je kunnen..+ infinitief
  • ¿Podrías darme un vaso de agua/un café?
Puede / Podría (usted) + infinitivo (formeel)    
Kunt U/ Zou U kunnen + infinitief
  • ¿Podría prestarme un euro/ bolígrafo/ su móvil?
Te agradecería que + subjuntivo...
Ik zou het zeer op prijs stellen dat  jij/U/ erg waarderen dat jij/U....
  • Te/Le agradecería mucho que me trajeras un paracetamol, me duele la cabeza.
  a ti  /   a usted
   te    /   le
   os   /   les

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3a. Agradecer favores
Para agradecer favores usamos el verbo "agradecer" en presente l y las personas te (a tí), os (a vosotros), le (a usted), les (a ustedes)

1. Gracias mamá, Ana, etc. por (explicas el porqué )..... Bedankt voor ....
gracias mamá por ->  ir (me) -hacer (me) - etc. (infinitivo) 
2. ¡Te lo / Se lo agradezco mucho! / Ik ben je hier dankbaar- ik dank je voor ../ ik ben U hier dankbaar-ik dank u  voor... . 
  



Te agradezco mucho que trajeras

Slide 16 - Tekstslide

Te agradezco (mucho) lo que hiciste por mi / Ik dank je/ ik dank U voor het... 
       Objetivo 3 /3a: Ahora tú
Situatie: Vandaag heb je een erg drukke dag, je gaat naar school en daarna werken tot 22:00 uur, omdat je morgen examen hebt en je een pen nodig hebt, moet je je moeder om een gunst vragen.
Opdracht: Laat een briefje achter waarin je .......
1.  haar begroet en vertelt wat de situatie is. 
2. wat  je nodig hebt?, leg uit wat voor soort pen je wilt, kleur, grootte, etc.  
3. vraag haar of zij er een voor je kan kopen.
4. verteld haar waar ze het kan kopen (vrij)
timer
8:00

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Objetivo 3/3a: Ahora tú
Situatie: 
De volgende ochtend sta je op en zie je de pen op de eettafel liggen. Je stuurt je moeder een sms om haar te bedanken.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ejemplo
Hola ...... ,

Gracias por la invitación a la reunión, me parece muy buena idea. Me encantaría ir, pero  el sábado no podré estar allí antes de las 23:00, porque esa tarde/noche tengo que...... trabajar/ una cita..... / un compromiso, etc.
¿Te parece bien si me incorporo más tarde/ sobre las 23:00 ? OF ¿Podría ir  después de esa hora?
Un saludo / Un abrazo,
Eva



Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ahora tú
Situatie: Vandaag zou je met je vriendin Rosa gaan winkelen, maar je kunt niet meegaan, je hebt veel pijn aan een kies en je gaat naar de tandarts.
Je probeert met je vriendin te praten, maar dat lukt niet.
Taak: Stuur haar een sms. Begroet haar en leg haar uit wat er is gebeurd. Laat haar ook weten dat je niet met haar kunt gaan winkelen. Verontschuldig je hiervoor en geef haar een alternatief om op een andere dag, plats en tijdstip samen te gaan winkelen.



timer
5:00

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ejemplo
Hola Rosa,
Lo siento mucho, pero hoy no puedo ir contigo de compras. Desde esta mañana tengo mucho dolor en una muela y por eso tengo que ir al al dentista. No conseguí llamarte, así que/por eso te envío un SMS.
¿Podríamos quedar el martes por la tarde a las 3 y media delante de "Zara"?, ¿qué te parece?    OF     ¿Qué te parece si quedamos el martes a las 3 y media delante de "Zara"?
Un saludo, 
Eva






Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoy es miércoles 14 de enero
Esto es lo que está planeado para hacer HOY:
Vemos juntos: 
1. Repaso notas cortas
2 Trabajamos: "Dar instrucciones"
3. Hacemos un ejercicio y correginos


              
               

Slide 22 - Tekstslide

viernes
14,4 km Gibraltar  de africa
R
E
P
A
S
O
I
M
P
E
R
A
T
I
V
O

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Dar instrucciones
Als je in het Spaans instrucciones geeft, kun je twee dingen doen:
• De gebiedende wijs gebruiken (de imperativo): 
- "Venid al parque" (Kom naar het park/ VOSOTROS).
- "Toma la primera calle a la derecha " ("Neem de eerste straat rechts " / TÚ) 
- "Coma antes de las 3"- ("Eet voor 3 uur" / U)
• Of, als je dat nog lastig vindt, de constructie "tener que" + infinitief: 
-"Tenéis que venir al parque" (JULLIE moeten naar het park komen).  
-"Tienes que tomar la primera calle a la derecha-("JE moet de eerste straat rechts nemen)
-"Tiene que comer antes de las 3" ("JE moet voor 3 uur eten")
                   
   
     

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ejercicios extra:
Vandaag moet je eerder weg dan je dacht en je zult de hond niet op het gebruikelijke tijdstip kunnen uitlaten. 
Je laat een briefje achter voor je broer waarin je hem zegt dat hij  de hond om vijf uur  uitlaten moet worden.
Dat hij niet mag vergeet hem daarna eten te geven, het eten staat in de keuken.
 Jij komt om zes uur terug.   Bedankt heml!

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoy es miércoles 28 de enero
Esto es lo que está planeado para hacer HOY:
Vemos juntos: 
1. Repaso todos los tipos de notas cortas
2. Hacemos un ejercicio
3. Practicáis con el imperativo y "tener que + infinitivo" 


              
               

Slide 27 - Tekstslide

viernes
14,4 km Gibraltar  de africa
1.¡Hola Sara!, Tu habitación es la que está al lado del cuarto de baño. Si tienes hambre hay de todo en la nevera.
Nos vemos sobre las 5 pm.
Luis

A
avisar
B
pedir un favor
C
dar instrucciones
D
agradecer

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2.Ana, no queda café para el desayuno. Hoy termino muy tarde el trabajo y no puedo comprarlo. ¿puedes ir al supermercado y comprarlo tú?.

Gracias.
Pedro

A
pedir un favor
B
agradecer
C
disculparse
D
avisar

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

3. Sr. García: El cartero ha dejado un paquete para usted en mi casa. Puede pasar a recogerlo a partir de las 7 de la tarde.

Sr. Romerales, 5º, pta. 11

A
disculparse
B
avisar
C
pedir un favor
D
dar explicaciones

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

4. Sr. Hernández:
Cuando termine el informe póngase en contacto inmediatamente con el gerente de recursos humanos, dígale que yo se lo he pedido.
Antonio López.

A
avisar
B
disculparse
C
pedir un favor
D
dar instrucciones

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

6.Hola Antonia:
Aquí te dejo los apuntes que me has prestado.

Gracias, un beso.
Esperanza

A
agradecer
B
avisar
C
pedir un favor
D
dar instrucciones

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

5.María:
Siento mucho no poder ir esta tarde contigo al cine. Perdóname es que tengo muchísimo trabajo y necesito terminarlo antes de mañana. Quedamos otro día. ¿Vale?.
Un beso.
Pedro.

A
avisar
B
dar explicaciones
C
agradecer
D
disculparse

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

7. Quique:
Antes de irte de casa cierra bien la puerta y la ventana de la cocina. La llave de la puerta déjala en el cajón de la mesa, también baja la persiana de la ventana por favor.
¡No te olvides!.
Amparo

A
avisar
B
dar instrucciones
C
disculparse
D
agradecer

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

8. Sara:
Tengo mi targeta de crédito bloqueada y esta tarde quedé con unos amigos para tomarnos unas cervezas, Por favor, antes de irte a trabajar¿podrías dejarme 10 euros encima de la mesa de la cocina? Mañana me paso por el banco a solucionar lo de la tarjeta y ya te los devuelvo.
Gracias.
Isabel

A
dar instrucciones
B
agradecer
C
pedir un favor
D
avisar

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

              Repaso                                  Objetivos 1/1a y 2

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Situatie: Je mobiel is kapot, je vader gaat vandaag naar het centrum en je vraagt hem om het mee te nemen naar de winkel om het te laten repareren. 
Taak: Schrijf een briefje aan je vader  over wat hij moet doen, vertel hem dat hij: 
1. je mobiel uit de lade van de tafel moet pakken. (coger -tú-)
2. het naar de winkel moet brengen. (llevar-traer-tú-)
3. hen moet vragen hoe lang het gaat duren om het te repareren. (preguntar- tú-)
4. hen moet zeggen dat je het zo snel mogelijk terug wilt. (decir-tú)         
(LO ->het mobiel, LE ->  aan hen)
¡Puedes comenzar buscando los imperativos de los verbos  que necesitas!

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

coje- tienes que cojer / mi móvil en el cajón de la mesa
llévalo-tienes que/ llevarlo a la tienda
pregúntales -tienes que preguntarles/ cuanto tiempo van a.....
diles- tienes que decirles/ que lo necesito lo antes posible

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Situatie: Je mobiel is kapot, je vader gaat vandaag naar het centrum en je vraagt hem om het mee te nemen naar de winkel om het te laten repareren. 
Taak: Schrijf een briefje aan je vader  over wat hij moet doen, vertel hem dat hij: 
1. je mobiel uit de lade van de tafel moet pakken. (imperativo de coger- -tú)
2. het naar de winkel moet brengen. (imperativo de llevar-tú-)
3. hen moet vragen hoe lang het gaat duren om het te repareren. (Imperativo de preguntar- tú-)
4. hen moet zeggen dat je het zo snel mogelijk terug wilt. (imperativo decir-tú)  
Nu hetzelfde met " Moeten + infinitief."  
         
(Het=mobiel, hen=aan hen)

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

     Objetivos: 1/1a. Disculparse y dar explicaciones
Situatie: Je ontvangt een WA/SMS van een oud-klasgenoot die je uitnodigt voor een reünie volgende week zaterdag bij hem thuis. Hij vraagt je vriendelijk om te antwoorden en te laten weten of je wel of niet kunt komen. 
Taak: Begroet en neem correct afscheid. Schrijf een WA terug om hem te bedanken voor de uitnodiging. Geef aan dat je heel graag aanwezig wilt zijn, maar dat het zaterdag helaas niet zal lukken om vóór 23:00 aanwezig te zijn. Leg ook uit waarom en vraag of hij het goed vindt als jij later aansluit.
timer
10:00

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Destreza escrita: redacción  
Parte 2: Se poner por escrito  algo sucedido o que tengo pensado hacer, puede ser real o ficticio.
- Contar algo de tu pasado o algo que tienes pensado hacer.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Responde aquí a la invitación de tu amigo
Tienes 15 minutos

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

2. Redacción
Situación: 
Un amigo español te pide información sobre cómo se celebra el carnaval en Países Bajos. Quiere saber:
1. Cuántos días lo celebrarás este año. 
2. Cómo, dónde y con quién vas a celebrarlo. 
Tarea: 
Escríbele un correo electrónico respondiéndole a sus preguntas. 
Utiliza mínimo 60 palabras y 3 de estos conectores : por eso, siempre, pero, sin embargo, de esta forma, nunca.

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Redacción
Situatie: Een Spaanse vriend vraagt je om informatie over hoe carnaval in Nederland wordt gevierd. Hij wil weten: 
1. Hoeveel dagen je het dit jaar zult vieren. 
2. Hoe, waar en met wie je het gaat vieren. 

Taak: Schrijf hem een e-mail om zijn vragen te beantwoorden. 
Gebruik minimaal 60 woorden en 3 van deze verbindingswoorden :: por eso, siempre, pero, sin embargo, de esta forma, nunca.

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Que podeis hacer ?
Repasar 
Hacer la pequeña prueba
Ver las faltas más cometidas
aclarar las dudas

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Redacción
Situación: 
Un amigo español te pide información sobre cómo se celebra el carnaval En Países Bajos. Quiere saber:
1. Cuántos días lo celebraste . 2. Cómo, dónde y con quién lo celebraste. 
Tarea: 
Escríbele un correo electrónico respondiéndole  a sus preguntas, utiliza mínimo 60 palabras y 3 de estos conectores : por eso, siempre, pero, sin embargo, de esta forma, nunca.

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vuestros fallos más comunes 
Los días de la semana y los meses se escriben con minúsculas
Soy 40 años: TENGO 17 años
Uno momento: un momento
Es bien:  ESTA  BIEN (bijwoord kan niet met SER
Tres días pasado/s: ‘HACER’ bij minuten, uren, dagen, maanden en jaren. Het is dus ‘HACE tres días’. Als je echter ‘afgelopen’ wilt zeggen zoals in afgelopen maand dan gebruik je wel het woord pasado / pasada zoals ‘el mes PASADO’ of ‘la semana PASADA’.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

notas cortas

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Objetivo2: Ahora tú

Situación: Hoy no tenías pensado comer en casa porque tenías una cita con tu amiga para ir a comer a un italiano, pero acaba de llamarte tu amiga para anularla.
(la + la cita)
Tarea: Envíale un sms a tu madre explicando lo que pasó, tus planes cambian por lo que quieres que cuente contigo para la comida.
timer
3:00

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Disculparse y dar explicaciones:
Recibiste un WA/SMS de un ex-compañero de clase que te invita esta noche a una fiesta en su casa. Él te pide que por favor le respondas, le digas si o no puedes ir.
  1. Escribe un WA de vuelta para felicitarle y agradecerle su invitación. 
  2. Discúlpate porque no puedes ir a la fiesta y explica el porqué.
  3. Proponle de veros otro día, elige tú un día de la semana y una hora aproximada y un lugar para quedar y tomar algo juntos.

  1. Saluda, despídete correctamente.
timer
15:00

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ahora tú
Situación: Hoy tienes un día muy ocupado, te vas al instituto y luego a trabajar hasta las 22:00 como mañana tienes examen y necesitas un bolígrafo, tienes que pedirle un favor a tu madre.
Tarea: Déjale una nota en la que .......
1.  la saludas y le cuentas cuál es la situación 
2. ¿qué necesitas?, explícale qué tipo de boli quieres, color, tamaño etc.  
3. si ella puede ir a comprarte uno.
4. en dónde puede comprarlo (libre)

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ahora tú
Situación: Al otro día por la mañana te levantas y ves el bolígrafo encima de la mesa del comedor. Le envías a tu madre un sms agradeciéndoselo.
(se= aan haar/ lo= het- dit -dat) Meenemen = traer) 

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies