Les 20 januari

Vandaag
Nederland in WOI
Argumentatiestructuren
Argumentatieschema's



1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsEnseignement Secondaire

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Nederland in WOI
Argumentatiestructuren
Argumentatieschema's



Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
Woordenschat mbt de oorlog
Argumentatiestructuren herkennen



Slide 2 - Tekstslide

Stelling
Stel: Nederland zou vandaag in een grote oorlog zitten. Wat zou jij willen dat het land doet: meevechten of neutraal blijven?



Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Vluchtelingen
https://schooltv.nl/video-item/belgische-vluchtelingen-in-de-eerste-wereldoorlog-opgevangen-in-neutraal-nederland

Slide 5 - Tekstslide

De Eerste Wereldoorlog

Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog

Slide 6 - Tekstslide

Neutraal
  • Nederland was tijdens de Eerste Wereldoorlog, neutraal

  • Neutraal betekent dat je geen partij kiest

  • Voor een handelsland als Nederland is dat lastig: je handelt immers met beide partijen.

Slide 7 - Tekstslide


Mobilisatie
1914



  • Hoewel Nederland neutraal was, mobiliseerde het leger toch 
  • Ook België had zich immers neutraal verklaard, maar was toch aangevallen!
  • Mobilisatie is het in staat van paraatheid brengen van de krijgsmacht van een land: landmacht, en indien van toepassing ook marine en luchtmacht.

Slide 8 - Tekstslide



Gevolgen van 
de Eerste Wereldoorlog 
voor Nederland


Slide 9 - Tekstslide

Belgische vluchtelingen

  • Nederland nam rond de 1 miljoen vluchtelingen uit België op.

  • Deze Belgen waren op de vlucht voor de oorlog.

  • Belgische soldaten werden, net als soldaten uit andere landen, ontwapend en gevangen gezet

Slide 10 - Tekstslide

Dodendraad
  • Ook wel: De Draad, genoemd

  • De Dodendraad was door de Duitsers aangelegd tussen België en Nederland

  • Zo wilden ze voorkomen dat geallieerde soldaten, Duitse deserteurs, spionnen of oorlogsvrijwilligers naar, van of door België konden reizen

  • Op de draad stond 2000 volt

  • Vermoedelijk zijn rond de 1000 mensen om het leven gekomen

Slide 11 - Tekstslide

Contact met de Dodenraad, waarop 2000 volt stond, betekende dood door elektrocutie...
...daarom bedachten smokkelaars allerlei manieren om de draden niet aan te raken.

Slide 12 - Tekstslide

Economie
  • Oorlog is slecht voor de handel: er ontstaat ook in Nederland schaarste

  • Ook Nederlandse schepen zijn slachtoffer van de Onbeperkte Duikbotenoorlog...

  • ...maar soms ook van oorlogshandelingen van de Geallieerden

Slide 13 - Tekstslide


Aardappeloproer
1917



Enkele Amsterdamse vrouwen zagen dat er een schip vol aardappelen in een van de grachten lag. Ze gingen erop af en plunderden het schip: hun schorten vol aardappelen. De dag erna waren er meer plunderaars. Pas nadat zes mensen door het leger werden doodgeschoten, keerde de rust terug

Slide 14 - Tekstslide

Begrippen uit deze les

  • Onbeperkte Duikbotenoorlog
  • mobilisatie
  • neutraal
  • Dodendraad
  • Aardappeloproer

Slide 15 - Tekstslide

  • De onbeperkte duikbotenoorlog was een strategie die door Duitsland werd gebruikt tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog, waarbij U-boten (onderzeeërs) alle vijandelijke schepen aanvielen, inclusief koopvaardijschepen, zonder onderscheid.
  • Mobilisatie is het in staat van paraatheid brengen van de krijgsmacht van een land: landmacht, en indien van toepassing ook marine en luchtmacht.
  • Neutraal betekent dat je geen partij kiest
  • De Draad, ook Dodendraad of Dodenhek genoemd, was een 332 kilometer lange draadversperring die onder hoogspanning stond,  tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetters van België werd aangelegd langs de grens tussen het bezette België en het neutrale Nederland.
  • Aardappeloproer begon met het plunderen van een schip vol aardappels. Enorme voedselschaarste.

Slide 16 - Tekstslide

Jaartallen uit deze les

  • 1914: Mobilisatie
  • 1915/1917: Onbeperkte Duikbotenoorlog van Duitsland
  • 1917: Aardappeloproer

Slide 17 - Tekstslide

Eens / oneens
Nederland was laf door neutraal te blijven.

Neutraliteit is slimmer dan vechten.

Het was oneerlijk dat Nederland wel profiteerde van handel.

Slide 18 - Tekstslide

Soort argument
Ik ga niet naar een restaurant als ik daarvoor een negatieve coronatest moet laten zien. Het moet niet gekker worden!
Als je een uurtje uittrekt voor die fietsrit naar Leeuwarden, ben je sowieso op tijd. Zo doe ik dat ook altijd.
Gistermiddag was de zoveelste 4Mijl van Groningen. Met een gevoelstemperatuur van 20 graden was het een pittig loopje, aldus de hardlopers.
Ik ga niet naar die nieuwe film van James Bond. Ik verwacht weinig nieuws te zien. Wat kunnen ze na al die films nu nog bedenken!?
Feiten
Onderzoek
Ervaring
Gevoel of emotie
Geloof
Normen en waarden
Vermoedens

Slide 19 - Sleepvraag


Argumentatieschema
Oorzaak-gevolg: Je moet echt stoppen met roken (st), je kan er longkanker van krijgen (arg). 
Voor- en nadelen: Proefwerken moeten worden afgeschaft (st), anders staan leerlingen te veel bloot aan stress (arg). 
Vergelijking: Ik denk dat die maat schoenen voor hem goed is (st). Mijn zoon is net zo oud en draagt die maat ook (arg).
Voorbeelden: Je kunt absoluut niet op hem rekenen (st). Zo kwam hij gisteren zonder af te bellen niet opdagen en toen hij dat verjaardagscadeautje zou kopen, was hij dat ook vergeten. (arg).
Autoriteit: Natuurlijk mag je het woord ‘falbala’ neerleggen bij Scrabble (standpunt) het staat in de Van Dale (arg)
Kenmerken of eigenschap: Jeroen is eigenlijk nog een groot kind (st), want het liefst speelt hij nog met zijn piratenlego (arg).

Slide 20 - Tekstslide

Ik ga nooit weer naar 'De lachende koe'


Daar geldt het concept van ‘3 gangen voor 1 prijs’ en dat kan de kwaliteit nooit ten goed komen. Vorige week waren we in een ander restaurant met hetzelfde concept en dat eten vond ik maar matig.

Ik heb er een keer gegeten en daarna ben ik heel ziek geweest: overgeven en zo.
Je moet er altijd zowel een voorgerecht als een toetje nemen.
Uit een recensie in de rubriek Hete soep in de Leeuwarder Courant kwam De lachende koe niet positief naar voren.
De vis die ik er laatst heb gegeten, vond ik verschrikkelijk zout.
eigenschap
oorzaak-gevolg
vergelijking
voorbeeld
autoriteit
voor- en nadelen

Slide 21 - Sleepvraag

De supermarkten zouden alleen nog maar biologisch vlees moeten verkopen, want (autoriteit)

Slide 22 - Open vraag

De supermarkten zouden alleen nog maar biologisch vlees moeten verkopen, want (vergelijking)

Slide 23 - Open vraag

De supermarkten zouden alleen nog maar biologisch vlees moeten verkopen, want (voorbeeld)

Slide 24 - Open vraag

Argumentatiestructuur
Een argumentatiestructuur is een schema waarin je duidelijk maakt op welke manier argumenten met elkaar en met het standpunt samenhangen. 

Slide 25 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Enkelvoudige argumentatie = één standpunt en één argument
Onderschikkende argumentatie = een argument wordt ondersteund door één of meer subargumenten (=ketenargumentatie)
Nevenschikkende argumentatie = twee of meer argumenten ondersteunen gezamenlijk het standpunt (afhankelijk en onafhankelijk)
Onder- en nevenschikkende argumentatie= combinatie van nevenschikkende en onderschikkende argumentatie


Slide 26 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Enkelvoudige argumentatie (een argument bij een standpunt)

Je kunt beter geen alcohol drinken.
Het is slecht voor je gezondheid.

Slide 27 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Onderschikkende argumentatie (een gebruikt argument wordt door een ander argument ondersteund).
Je kunt beter geen alcohol drinken.
Het is slecht voor je gezondheid.
Het is slecht voor je lever.

Slide 28 - Tekstslide

Onderschikkende argumentatie (ook 'ketenargumentatie') 

Je geeft niet alleen het argument, maar vertelt ook nog waarom dat argument klopt: een argument voor een argument (Je noemt dit een subargument of een onderbouwing). 
Dit schema wordt vaak verwerkt in een alinea of een zin. 

Slide 29 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Nevenschikkende onafhankelijke argumentatie (ieder argument is op zich een zelfstandig argument voor het standpunt)

Je kunt beter geen alcohol drinken.
Het is slecht voor je gezondheid.
Het is gevaarlijk in het verkeer.

Slide 30 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Nevenschikkende afhankelijke argumentatie: argumenten hebben elkaar nodig om het standpunt te ondersteunen. De argumenten werken alleen in combinatie met elkaar; los van elkaar ondersteunen ze het standpunt niet.

Slide 31 - Tekstslide

De school moet later beginnen in de ochtend.
Leerlingen slapen dan langer.

Daardoor zijn ze overdag beter geconcentreerd.

Slide 32 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Combinatie van argumentaties 
Leerlingen moeten hun huiswerk onder begeleiding in groepjes op school kunnen maken.
Leerlingen zullen dan hogere cijfers gaan halen.
Leerlingen leren dan goed samen te werken.
Leerlingen worden op school niet zo snel afgeleid als thuis
Leerlingen kunnen dan uitleg krijgen op het moment dat ze vastlopen
Leerlingen mogen bij de huiswerkbegeleiding niet bellen, appen, twitteren etc.

Slide 33 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Standpunt: Het festival van afgelopen weekend was niet leuk.
Schrijf de argumentatiestructuur op:

  • Het regende drie dagen onafgebroken. 
  • Een flesje water kostte 5 euro.
  • Het vliegtuig had vertraging. 
  • Het was erg duur. 
  • De hoofdact kwam niet opdagen. 

Slide 34 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Het festival van afgelopen weekend was niet leuk.
Het vliegtuig had vertraging. 
Het was erg duur. 
De hoofdact kwam niet opdagen.
Een flesje water kostte 5 euro. 
Het regende drie dagen onafgebroken.

Slide 35 - Tekstslide

Zet in een argumentatiestructuur
Standpunt: Jongens en meisjes kunnen op de middelbare school beter gescheiden les krijgen.

a. Jongens en meisjes leiden elkaar af.
b. Jongens en meisjes moeten op verschillende manieren de lesstof gepresenteerd krijgen.
c. Jongens vinden school niet zo belangrijk als meisjes.
d. Jongens willen meer doen met de handen dan meisjes.
e. Jongens zijn met een zes al tevreden en meisjes niet.
f. Meisjes halen hogere cijfers dan jongens op proefwerken.
g. Meisjes willen meer leren dan jongens.
h. Meisjes worden eerder volwassen dan jongens.
i. Meisjes zijn verder in hun geestelijke ontwikkeling dan jongens.

Slide 36 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Jongens en meisjes kunnen op de middelbare school beter gescheiden les krijgen.
Jongens vinden school niet zo belangrijk als meisjes.
Jongens en meisjes leiden elkaar af.
Jongens en meisjes moeten op een verschillende manier de lesstof gepresenteerd krijgen.
Jongens zijn met een zes al tevreden en meisjes niet.
Jongens willen meer doen dan meisjes.
Meisjes willen meer leren dan jongens.
Meisjes halen hogere cijfers dan jongens op proefwerken.
Meisjes zijn verder in hun geestelijke ontwikkeling dan jongens.
Meisjes worden eerder volwassen dan jongens.
Tip: Als......, dan ......

Slide 37 - Tekstslide

Les 20 januari

Slide 38 - Tekstslide