6-11 1C 1D

6-11 1C 1D
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 40 slides, met tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

6-11 1C 1D

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ga zitten, pak je leesboek en ga rustig lezen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • We gaan kijken naar een schilderij van Pieter Bruegel. 
  • Wat vieren we op 11 november?
  • Schrijfopdracht: Wat betekent solidariteit voor jou? 
  • (nodig een schrijfschrift).


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Na de les...
  • heb ik schilderijen gezien van Pieter Bruegel.
  • weet ik wat we vieren op 11 november.
  • weet ik wat solidariteit voor mij betekent. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • We gaan kijken naar een schilderij van Pieter Bruegel. 
  • Wat vieren we op 11 november?
  • Schrijfopdracht: Wat betekent solidariteit voor jou? 
  • (nodig een schrijfschrift).


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 1: Schrijf in je schrift wat je ziet op het schilderij. 
Opdracht 1: Schrijf in je schrift wat je ziet op het schilderij.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De wijn van het Sint-Maartensfeest
van de schilder Pieter Bruegel de Oude 
(Breugel of Breda, ca. 1525-1530 – Brussel, 9 september 1569).

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sint Maarten
Antoon van Dyck (1599-1641)

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De boerendans

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De boerenbruiloft

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Luilekkerland

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • We gaan kijken naar een schilderij van Pieter Bruegel. 
  • Wat vieren we op 11 november?
  • Schrijfopdracht: Wat betekent solidariteit voor jou? 
  • (nodig een schrijfschrift).


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Solidair
Opdracht: 
LEES HET VERHAAL OP JE STENCIL
Schrijf in je schrift een verhaal over solidariteit: minimaal 17 regels.
Wie is Sint Maarten?
Was hij solidair? Wat betekent solidair zijn?  
Ben jij wel eens solidair met iemand?
Help jij wel eens iemand? 
Kom jij wel eens voor iemand op? 
Geef jij wel eens iets weg? 
Of ben je vooral met jezelf bezig? 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SYNONIEM

Een synoniem is een woord dat wat betreft betekenis (ongeveer) gelijk is aan een andere woord.


Soms staat er een synoniem van een onbekend woord in de tekst, je kunt de betekenis van het onbekende woord dan raden.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OMSCHRIJVING - voorbeelden


journalist - iemand die informatie verzamelt en openbaar maakt op internet, tv of krant


actualiteit - alles wat op dit moment belangrijk is

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OMSCHRIJVING

Een omschrijving is een uitleg van een onbekend woord.


Wanneer er in een tekst een omschrijving van een onbekend woord staat, kan de betekenis hieruit worden afgeleid.



Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschil synoniem en omschrijving
scholier = leerling (synoniem)

scholier= Iemand die naar school gaat.(omschrijving)

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VOORBEELD

Voorbeelden worden in teksten soms gebruikt om onbekende woorden uit te leggen.

Door een voorbeeld in een tekst weet je meteen wat de schrijver bedoeld.


Voorbeelden kunnen voor of na de onbekende woorden worden gebruikt.



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VOORBEELD - voorbeeld

Voorbeelden zijn te herkennen aan woorden als:

bijvoorbeeld, zo is er...., zoals, denk maar aan, neem, zo.


Vandalisme, zoals het vernielen van bushokjes, is een groot probleem in de stad.



Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VOORBEELD - voorbeeld

Voorbeelden kunnen ook te herkennen zijn aan

een dubbele punt (:)



Wij houden van buitensporten: varen, wandelen, bergbeklimmen en mountainbiken.



Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GELEERD

WOORDRAADSTRATEGIEËN GEBRUIKEN OM DE BETEKENIS VAN EEN ONBEKEND WOORD TE VINDEN

- synoniemen

- omschrijving

- voorbeeld



Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Na de les...
  • heb ik schilderijen gezien van Pieter Bruegel.
  • weet ik wat we vieren op 11 november.
  • weet ik wat solidariteit voor mij betekent. 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Sint Maarten heette eigenlijk Martinus en hij leefde heel lang geleden in wat nu Italië is, in de tijd van de Romeinen. In die tijd hadden ze hele andere huizen en andere kleding.

Zijn vader was soldaat in het leger van de Romeinse keizer. Toen Martinus groot was, moest hij ook soldaat worden (maar hij hield helemaal niet van vechten).
Met het Romeinse leger trok hij door Europa.
Romeinse soldaat!

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Op een donkere winteravond reed Martinus op zijn paard naar een grote Franse stad. Aan de poort van de stad ontmoette hij een bedelaar,  die bibberend in de winterkou zat. Martinus had geen geld bij zich om aan de bedelaar te geven. Maar hij had wel een dikke rode warme mantel om zich heen geslagen (een soort jas). Omdat de man het zo koud had, sneed Martinus de helft van zijn eigen mantel af en gaf het aan de arme bedelaar.

Martinus werd beroemd omdat hij zoveel goede dingen deed en de arme mensen hielp. Daarom werd hij door de kerk 'heilig verklaard'. Vanaf toen werd hij Sint Maarten genoemd.

Omdat hij zo'n bijzondere man was, vieren (herdenken) wij nu nog steeds dat hij op 11 november 397 werd begraven. Op 11 november is het Sint Maarten.

Slide 33 - Video

De liedjes die de kinderen zingen zijn dus eigenlijk bedeliedjes. Jullie spelen de bedelaar. En net zoals Sint-Maarten de helft van zijn mantel aan de bedelaar gaf, geven de mensen iets aan jullie: snoep of mandarijntjes. En eigenlijk is het de bedoeling dat je al dat snoepgoed niet zelf houd, maar de helft geeft aan mensen die het minder goed hebben.
Want je rijkdom delen, daar gaat het om tijdens het Sint-Maartensfeest. 
Sint Maarten?

Slide 34 - Tekstslide

Denk eerst even na in jezelf; 
  • wat weet je van Sint Maarten? 
  • wat vind je mooi aan het verhaal?
Deel jij ook wel eens iets met iemand die minder heeft dan jij?

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Samen zingen
Einde

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Oorsprong 

De Schotse antropoloog James Frazer veronderstelt een heidense oorsprong van het feest: het ronddragen van het (heilige) vuur zou een voorchristelijk vruchtbaarheidsritueel zijn, wijdverspreid over West-Europa. Het heidense ritueel zou dan door de kerk zijn overgenomen, vooral om het vertrouwen van de bevolking te winnen


Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Sint-Maarten
 
Op 11 november wordt elk jaar op veel plaatsen Sint-Maarten gevierd. Die datum is de dag waarop Sint Maarten, of Martinus van Tours werd begraven. Hij was een beroemdheid tijdens zijn leven omdat hij goed voor de arme mensen zorgde, maar werd nog beroemder na zijn dood. Om die reden is 11 november een katholieke feestdag geworden. Kinderen trekken dan met een uitgeholde pompoen of lampion waarin een kaarsje of lampje brandt langs de deuren om Sint Maarten liedjes te zingen. Ze krijgen dan fruit of snoep.


Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Martinus werd erg geliefd bij de armen en kreeg veel volgelingen. Toen er een nieuwe bisschop werd gezocht in de stad Tours, wilden zijn volgelingen dat Martinus bisschop zou worden. Als je bisschop bent, ben je een belangrijk persoon in de Rooms Katholieke Kerk. Maar andere bisschoppen wilden Martinus niet als bisschop, want hij had niet zo’n goede naam bij hen. Martinus was meestal slordig gekleed en het verhaal gaat dat hij zich niet altijd goed waste en een hekel had aan tanden poetsen.

Martinus zelf had geen zin om bisschop te worden. Hij wilde liever reizen om mensen te vertellen over Jezus Christus. Hij wilde dat de mensen ook christen werden. Maar zijn volgelingen hielden vol. Toen ze hem naar de bisschopskerk in Tours wilden brengen, vluchtte Martinus. Om aan zijn aanhangers te ontkomen, verstopte hij zich in een ganzenhok. Dat was een domme zet, want ganzen maken heel veel lawaai als er een vreemde in hun hok is. Martinus werd dan ook al gauw gevonden. En zo kon hij niet meer onder zijn wijding als bisschop van Tours uit. Daarom wordt Sint Maarten vaak afgebeeld met een gans.
Martinus sterft op 8 november in het jaar 397 na Christus. Martinus is de beschermheilige van Frankrijk en Hongarije, maar ook van Utrecht, Bolsward, de stad Groningen, Salzburg (Oostenrijk) en Genk (België).

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies