Países y nacionalidades

Países y nacionalidades

Vandaag leer je:

• Landen en nationaliteiten benoemen

• Het werkwoord ser gebruiken

• Een kort profiel maken (Soy… Soy de… Soy neerlandés…)

• Extra: talen benoemen met hablar

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorSpaansMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Países y nacionalidades

Vandaag leer je:

• Landen en nationaliteiten benoemen

• Het werkwoord ser gebruiken

• Een kort profiel maken (Soy… Soy de… Soy neerlandés…)

• Extra: talen benoemen met hablar

Waar denk je aan bij 'Spaans'

¿Qué sabes de España?



Wat is de hoofdstad van Spanje

A

Madrid

B

Valencia

C

Barcelona

D

Answer D

Wie is de koning van Spanje

A

Juan Carlos

B

Rome

C

Felipe

D

Answer D

Wat is een typisch Spaans gerecht

A

Paella

B

Canneloni

C

Pastel de nata

D

Answer D

Welke steden liggen in Afrika?


A

Vigo & Alicante

B

Ceuta & Melilla

C

Sevilla & Granada

D

Answer D

Waar of niet waar?

Spanje heeft een feestdag war men elkaar met tomaten bekogeld

A

waar

B

niet waar

C

Answer C

D

Answer D

Wat krijg je als je pinchos bestelt?

A

kleine hapjes (op een stokje?

B

wijn

C

vis

D

Answer D

1. Basisregel

• In het Spaans passen bijvoeglijke naamwoorden (zoals nationaliteiten) zich aan aan het geslacht van de persoon.

• Mannelijk eindigt meestal op -o.

• Vrouwelijk eindigt meestal op -a.


Voorbeeld:

• Pedro es español. (Pedro is Spaans → mannelijk)

• María es española. (María is Spaans → vrouwelijk)

  1. Eindigt op -e of medeklinker

  • Vaak hetzelfde voor man en vrouw.

  • Voorbeeld: belga (m/v), canadiense (m/v)

  1. Meervoud

  • Voeg -s toe na klinker, -es na medeklinker.

  • Voorbeeld: españoles, españolas, alemanes, alemanas

TIP:

  • Onthoud: meestal -o = man, -a = vrouw.

  • Bij twijfel: kijk naar het laatste letter van het woord.