Países y nacionalidades
Vandaag leer je:
• Landen en nationaliteiten benoemen
• Het werkwoord ser gebruiken
• Een kort profiel maken (Soy… Soy de… Soy neerlandés…)
• Extra: talen benoemen met hablar
Países y nacionalidades
Vandaag leer je:
• Landen en nationaliteiten benoemen
• Het werkwoord ser gebruiken
• Een kort profiel maken (Soy… Soy de… Soy neerlandés…)
• Extra: talen benoemen met hablar
Waar denk je aan bij 'Spaans'
¿Qué sabes de España?
Wat is de hoofdstad van Spanje
Madrid
Valencia
Barcelona
Answer D
Wie is de koning van Spanje
Juan Carlos
Rome
Felipe
Answer D
Wat is een typisch Spaans gerecht
Paella
Canneloni
Pastel de nata
Answer D
Welke steden liggen in Afrika?
Vigo & Alicante
Ceuta & Melilla
Sevilla & Granada
Answer D
Waar of niet waar?
Spanje heeft een feestdag war men elkaar met tomaten bekogeld
waar
niet waar
Answer C
Answer D
Wat krijg je als je pinchos bestelt?
kleine hapjes (op een stokje?
wijn
vis
Answer D
1. Basisregel
• In het Spaans passen bijvoeglijke naamwoorden (zoals nationaliteiten) zich aan aan het geslacht van de persoon.
• Mannelijk eindigt meestal op -o.
• Vrouwelijk eindigt meestal op -a.
Voorbeeld:
• Pedro es español. (Pedro is Spaans → mannelijk)
• María es española. (María is Spaans → vrouwelijk)
Eindigt op -e of medeklinker
Vaak hetzelfde voor man en vrouw.
Voorbeeld: belga (m/v), canadiense (m/v)
Meervoud
Voeg -s toe na klinker, -es na medeklinker.
Voorbeeld: españoles, españolas, alemanes, alemanas
TIP:
Onthoud: meestal -o = man, -a = vrouw.
Bij twijfel: kijk naar het laatste letter van het woord.