§4.4 Een zorg minder?

§4.4 Een zorg minder?
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

§4.4 Een zorg minder?

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen deze week 

§4.4
  • Wat een zorgverzekering is 
  • Welke kosten door een zorgverzekering worden gedekt
  • Hoeveel een zorgverzekering ongeveer kost

Slide 2 - Tekstslide

Vraag 1: Welke van de volgende autoverzekeringen is verplicht?
A
Cascoverzekering
B
WA-verzekering
C
Allrisk-verzekering
D
Antwoord A & C zijn beide verplicht

Slide 3 - Quizvraag

Filmpje bekijken 

Opdracht: Tijdens het kijken van het filmpje schrijf je 3 begrippen op die volgens jou het belangrijkste zijn. 
Straks komen we hier op terug na het bekijken van het filmpje. 



Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Vraag 2: Wat waren volgens jouw de 3 belangrijkste begrippen in het filmpje?

Slide 6 - Woordweb

Samenvattend....
De zorgverzekering vergoedt de kosten van gezondheidszorg, zoals huisarts, ziekenhuis en medicijnen.

De verzekering bestaat uit:
  • een basisverzekering (die is verplicht);
  • een aanvullende verzekering (voor kosten die niet gedekt worden door de basisverzekering, bijv. fysiotherapie).

Slide 7 - Tekstslide

Vraag 3: Moeten kinderen onder de 18 ook een ziektekostenverzekering afsluiten ?
A
Ja, iedereen moet verplicht een verzekering afsluiten
B
Nee, voor kinderen is dat niet nodig
C
Ja, maar kinderen zijn kosteloos meeverzekerd bij hun ouders
D
Geen van bovenstaande antwoorden is juist

Slide 8 - Quizvraag

Vraag 4: Mag een verzekeraar oudere mensen weigeren ?
A
Ja, dat mag
B
Dat mag alleen voor aanvullende verzekeringen, niet voor de basisverzekering
C
Nee, dat mag niet
D
Dat mag voor de basisverzekering, maar niet voor de aanvullende verzekeringen

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Video

Vraag 5: Wanneer je kiest voor een hoger eigen risico, wordt je premie lager
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Zorgtoeslag

- Bijdrage van de overheid om je zorgverzekering mee te kunnen betalen.


- Vanaf 18 jaar 

- Hoe lager het inkomen, hoe hoger de zorgtoeslag

Slide 12 - Tekstslide

Vraag 6: Zorgtoeslag krijg je....
A
Altijd
B
Als je teveel verdient
C
Als je weinig verdient
D
Getrouwd bent

Slide 13 - Quizvraag

Vraag 7: Wat wordt bedoeld met "solidariteit" bij een verzekering?
A
Iedereen betaalt dezelfde premie voor een basisverzekering
B
Iedereen krijgt een schadevergoeding
C
Dat mensen met meer geld meer premie moeten betalen dan mensen met minder geld
D
Dat mensen uitgesloten mogen worden van de verzekering

Slide 14 - Quizvraag

Vraag 8: Wat vind je ervan dat iedereen dezelfde premie betaalt voor de basisverzekering? Waarom?

Slide 15 - Open vraag

Vraag 9: Jan wil de basisverzekering. Daarnaast wil hij de uitgebreide aanvullende verzekering. Ook wil de tandengaaf 250.
Hoeveel betaalt hij?
A
€92,50
B
€129,95
C
€113,30
D
€122,80

Slide 16 - Quizvraag

Vraag 10: Erik is alleenstaand en verdient €25.000 per jaar. Hij heeft € 5.000 euro spaargeld. Heeft hij recht op zorgtoeslag?
A
Ja, hij heeft minder dan het max. jaarinkomen
B
Nee, hij heeft meer spaargeld dan max.
C
Nee, hij heeft een hoger max. jaarinkomen
D
Geen van alle antwoorden is juist

Slide 17 - Quizvraag

Aan de slag!
Opdrachten » start bladzijde 115

- §4.4: 35, 36, 38, 40, 41, 43

Rekenopgave moeilijk? » bladzijde 124
- Rekenopgaven 7 t/m 11

Slide 18 - Tekstslide