3 Sprachstadt 25-26 Campingplatz

Herzlich Willkommen liebe Leute!
Ga naar  de test-correct app en log in via Entree voor de mini-toets.
timer
10:00
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Herzlich Willkommen liebe Leute!
Ga naar  de test-correct app en log in via Entree voor de mini-toets.
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Log in op de test-correct app
timer
8:00

Slide 2 - Tekstslide

DIE ANTWORTEN

  • Hallo ich bin [neu] (nieuw) hier. 
  • Weißt du wo der [Spielplatz] (speeltuin) ist?
  • Ja, der Spielplatz ist beim [Schwimmbad] (zwembad).
  • Ich[heiße] (heet) übrigens Liesbeth. Wie heißt du?
  • Ich bin hier mit meine [Geschwister] (broers en zussen) Hint: In het Duits is broers en zussen maar 1 woord.
  • Mit [wem] bist du hier?
  • Ich mag Rad [fahren] (rijden/fietsen). Hint: vul maar 1 woord in. 
  • [Magst] (Vind ...leuk) du das auch? Hint: leuk vinden is in het Duits maar 1 woord
  • Ich [würde] (zou) gerne [Tischtennis] (tafeltennis) spielen. [Machst] (Doe) du mit? 
  • Ich [würde] (zou) gerne [Tischtennis] (tafeltennis) spielen. [Machst] (Doe) du mit? 

  • [Wann] (Wanneer) hast du Zeit? Ich habe morgen nach dem Frühstück (ontbijt) um Viertel (kwart) nach zehn Zeit.
  • Oh, [schade] (jammer)! Dann kann ich leider nicht, weil mit meine Geschwister ins Dorf [fahre] (rijd). Hint: in het Duits zeg je niet: omdat ik met mijn broers en zussen naar het dorp ga. Maar zeg je letterlijk: Omdat ik met mijn broers en zussen in het dorp rijd.
  • [Treffen] (Ontmoeten) wir uns vor meinem [Zelt] (tent)? Ja, das ist ein guter [Treffpunkt] (ontmoetingsplek). 

Slide 3 - Tekstslide

Sprechaufgabe Campingbingo Aufgabe 8 auf Seite 15/16/17
📢 Doel:
Je oefent het stellen van vragen in het Duits en probeert medeleerlingen te vinden die bij de vakjes op je bingokaart passen. Wie als eerste een volle rij heeft wint --> 

📌 Stap 1: Voorbereiding taalkaart
✅ Je docent geeft je een cijfer. Dit cijfer hoort bij een taalkaart op blz 16 of 17. Dit antwoord jij straks  als iemand jou een vraag stelt.
✅ Lees je taalkaart en  schrijf erachter hoe je jouw antwoorden in het Duits zegt. (5 minuten)

📌 Stap 2: Vragen bedenken bij jouw bingokaart
✅ Je krijgt nu een bingo kaart. Kijk goed naar de vakjes op je bingokaart en schrijf alvast  de Duitse vragen
 op die je bij elk vakje kunt stellen om straks zo snel mogelijk bingo te halen.  (5 minuten)



timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Sprechaufgabe Campingbingo
📌 Stap 3: Vragen stellen:  Loop door de klas en stel aan zoveel mogelijk mensen een vraag.  Is het antwoord 1 van de dingen op jouw bingokaart? Dan schrijf je de naam van die persoon op je bingokaart.  Probeer zo snel mogelijk een volle rij te krijgen en roep BINGO!
 
SPELREGELS:
✅ Je mag maar één vraag per persoon stellen. Daarna zoek je iemand anders.
✅ Je spreekt alleen Duits ( anders wordt je gediskwalificeerd).  --> Gebruik compenserende strategieën als je de ander niet verstaat of geen antwoord kan geven 


📌 Stap 4: Controle en winnaar
✅ Zodra iemand Bingo! roept, stopt het spel.
✅ De docent controleert de antwoorden.


Compenserende strategieën:
Als je een woord of zin niet weet -->  Wie sagt man/ Wie heißt .... auf Deutsch?
Als je iemand niet verstaat --> Was bedeutet das?

Slide 5 - Tekstslide

Burgerschap en Actualiteit: 

Karneval in Deutschland
Bekijk de video en beantwoord de vragen in het Nederlands
https://www.instagram.com/p/DQ81XPUjGv0/ 
Bereid je eerst voor: activeer je voorkennis
A. Bekijk het plaatje van de video en vertaal de titel:
B. Schrijf 3 dingen op die je denkt dat je gaat horen
C. Schrijf 3 Duitse woorden op die te maken hebben met dit onderwerp.
D. Lees de vragen (en vertaal de woorden die je niet kent als je nog aan het oefenen bent) Bepaal daarna wat jouw luisterdoel is: hoofdzaken, belangrijke details,  volgorde van gebeurtenissen
E: Bedenk na het lezen van de vragen welke signaalwoorden gebruikt zouden kunnen worden in de video en schrijf ze op.





Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

Bürgerschaft und Aktualität in Deutschland
Karnevalshit des Jahres 2026; Tanzt du mit?

Ich bin 'ne Karnevalsmaus | Ik ben een carnavalsmuis
Eine was? | Een wat?

Und ich geh nicht ohne Kölsch | En ik ga niet zonder Kölsch
aus dem Haus. | het huis uit.

Ohne was? | Zonder wat?

Ganz egal wohin? | Het maakt niet uit waarheen?
Wohin? Wohin? | Waarheen? Waarheen?
Ich bin immer mittendrin! | Ik sta er altijd middenin!  
Mittendrin! Mittendrin!  |  Middenin! Middenin!

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Burgerschap en aktualiteit: 

Karneval in Deutschland

Der Karneval in Deutschland ist ein großes und traditionelles Fest, das jedes Jahr im Februar gefeiert wird. Besonders in Städten wie Köln und Düsseldorf feiern die Menschen vom 12. bis 17. Februar 2026 mit bunten Kostümen und festlichen Umzügen. Am beliebtesten ist jedoch der Rosenmontag am 16. Februar, denn an diesem Tag ziehen große Paraden durch die Straßen. Außerdem rufen viele Leute „Alaaf“ oder „Helau“, während sie Süßigkeiten essen oder fangen. Obwohl der Karneval vor der Fastenzeit stattfindet, ist er vor allem eine fröhliche Zeit, die Freunde und Familien miteinander verbindet.



Beantwoord de vragen in het Nederlands:
1. Wanneer wordt carnaval in Duitsland in 2026 gevierd volgens de tekst?
2. Wat gebeurt er op Rosenmontag?
3. Wat doen mensen bij de grote optochten op Rosenmontag volgens de tekst?
4. Waarom is Rosenmontag volgens de tekst bijzonder populair?

Slide 10 - Tekstslide

1. Wanneer wordt carnaval in Duitsland in 2026 gevierd volgens de tekst?
A
Van 1 tot 5 februari
B
Van 12 tot 17 februari
C
Van 16 tot 20 februari
D
In maart

Slide 11 - Quizvraag

2. Wat gebeurt er op Rosenmontag volgens de tekst?
A
Mensen blijven thuis.
B
De scholen zijn altijd gesloten.
C
Er zijn grote optochten in de straten.
D
Mensen vasten de hele dag.

Slide 12 - Quizvraag

Wat doen mensen bij de grote optochten op Rosenmontag volgens de tekst?
A
Mensen roepen feestkreten en eten snoepjes.
B
Mensen kijken naar optochten en eten traditioneel eten.
C
Mensen zingen liedjes en eten samen een maaltijd.
D
Mensen luisteren naar toespraken en drinken warme dranken.

Slide 13 - Quizvraag

Im Restaurant
Was sagt der Kelner und was bedeutet das? 

Was sagt der Biber und was bedeutet das?


Selbständig arbeiten: Seite 22 & 23


Slide 14 - Tekstslide

Hausaufgaben aufschreiben & machen
  • Leer de woorden en zinnen op blz 51 van je projectboekje van Nederlands naar Duits (leer elke dag minimaal 10 minuten) → minitoetsje & herhaal blz 50
  • Maak blz 22, 23, 28, 29  (alleen Aufgaben  1,2,4,7,8) 
  • Als je blz 1 tm 21  niet volledig af had, maak je ook die nog af --> huiswerkcheck
  • Neem je projectboekje mee naar de les voor de huiswerkcheck.
timer
20:00

Slide 15 - Tekstslide

Doelen checken/ Exit-ticket:
1. Schrijf 1 vraag over de les van vandaag op (in het NL).
2. Schrijf 2 Duitse woorden uit de les van vandaag fonetisch op (dus hoe je ze uitspreekt).
3. Schrijf 3 Duitse woorden + Nederlandse vertaling op uit de les van vandaag.

Slide 16 - Open vraag

1. Schrijf 3 Duitse woorden op die je vandaag (op)nieuw geleerd hebt.
2. Schrijf twee Duitse woorden fonetisch (zoals je het uitspreekt op)
3. Schrijf 1 vraag

Slide 17 - Open vraag