T7 Leesvaardigheid (Paso/VMBO teksten zonder woordenboek) ET 45 2x
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2,3
In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Toetsen periode 3
T5 Vocatoets (150 woorden 2 kanten op) SO 30 1x
T6 Eindtoets alle grammatica tot nu toe ET 45 3x
T7 Leesvaardigheid (Paso/VMBO teksten zonder woordenboek) ET 45 2x
Slide 1 - Tekstslide
Capítulo 3
Y tú, ¿cómo eres?
Slide 2 - Tekstslide
uiterlijk
kledingstukken
kleuren
sporten
Voca Capítulo 3
Slide 3 - Tekstslide
Leerdoel van dit hoofdstuk
Eenvoudig gesprekje voeren over hoe iemand eruit ziet > mondelingen starten deze periode
Hiervoor is het nodig om VOCA te leren !!!!
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Sleep de Spaanse woorden naar de juiste kleuren.
amarillo
azul
negro
gris
rojo
verde
blanco
naranja
rosa
marrón
Slide 6 - Sleepvraag
LA ROPA
Unos ejemplos
Slide 7 - Tekstslide
Vocabulario
la camiseta
el bigote
pelo rizado
pelo corto
ropa deportiva
pelo liso
Slide 8 - Sleepvraag
Verbos para describir una persona
SER (=zijn)
TENER (=hebben)
LLEVAR (=dragen)
Slide 9 - Tekstslide
Ser: Zijn
Ser: Zijn
yo
tú
él, ella, usted
nosotros
vosotros
ellos, ustedes
soy
eres
es
somos
sois
son
Slide 10 - Sleepvraag
Tener:hebben
Tener: hebben
yo
él, ella, usted
tú
nosotros
vosotros
ellos, ustedes
tengo
tienes
tiene
tenemos
tenéis
tienen
Slide 11 - Sleepvraag
sleep de juiste vervoeging van "llevar" naar de juiste persoonlijke voornaamwoord
Yo
Tú
Él-ella-usted
Nosotros
Vosotros
Ellos- Ellas- Ustedes
llevamos
llevas
llevan
lleva
lleváis
llevo
Slide 12 - Sleepvraag
Ejemplos (voorbeelden)
él / ella = hij/zij
TENER tiene el pelo rubio / castaño
tiene los ojos marrones /azules
SER es guapo/a / alto /a / bajo/a
LLEVAR lleva gafas/barba/bigote
Slide 13 - Tekstslide
Ejemplo completo
Es una mujer.
Es alta.
Es muy guapa
Tiene el pelo rubio y corto.
Tiene los ojos marrones.
Lleva pantalones rojos
No lleva gafas.
Slide 14 - Tekstslide
SER
TENER
LLEVAR
Pelo
Ojos
Alto/-a
Gafas
holandés/-a
ropa
simpático/-a
gordo/-a
Slide 15 - Sleepvraag
Karakter beschrijven gebruik je het werkwoord....
<div>Ser gebruik je bij het beschrijven van uiterlijk en/of karakter wanneer er een bijvoeglijk naamwoord volgt. </div><div>Bijvoorbeeld: Ella es guapa.<br><div><br></div><div>Estar gebruik je bij gemoedstoestanden</div><div>Bijvoorbeeld: Estoy contenta. </div><div><br></div><div>Tener gebruik je als je beschrijft hoe oud iemand is of wanneer er een zelfstandig naamwoord volgt. </div><div>Bijvoorbeeld: Tengo los ojos azules.</div><div><br></div><div>Llevar gebruik je als je beschrijft of iemand iets draagt/aanheeft. </div><div>Bijvoorbeeld: Lleva los pantalones azules. </div><div><br></div></div>
A
Ser
(soy, eres, es)
B
Llevar
(llevo, llevas, lleva)
C
Estar
(estoy, estás, está)
D
Tener
(tengo, tienes, tiene)
Slide 16 - Quizvraag
Welk werkwoord gebruiken we bij woorden als barba, bigote, gafas etc..