H2 par. 2 Cultuur en samenleving in de Republiek

Tijd van regenten en vorsten
De Gouden Eeuw
par. 2.2 Cultuur en samenleving in de Republiek
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Tijd van regenten en vorsten
De Gouden Eeuw
par. 2.2 Cultuur en samenleving in de Republiek

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt beschrijven hoe de samenleving in de Gouden Eeuw eruitzag.
  • Je kunt met behulp van voorbeelden uitleggen wat kenmerkend was voor de cultuur van de Republiek.
  • Je kunt uitleggen dat er in de 17e eeuw een wetenschappelijke revolutie was.
  • Je kent de begrippen en jaartallen uit deze paragraaf.

Slide 2 - Tekstslide

timer
1:00
Wat weet je al over de Gouden Eeuw?

Slide 3 - Woordweb

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • De Gouden Eeuw is de bloeiperiode van de Republiek tussen 1588 en 1672. 
  • In 1588 werd de Republiek onafhankelijk.  
  •  Holland (met de stad Amsterdam) werd het middelpunt van de wereldhandel. 
  • De economie bloeide, maar ook de wetenschap en kunst.

Slide 4 - Tekstslide

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • Er ontstond een kleine bovenlaag van zeer rijke families, rijk geworden door handel. 
  • Zij investeerden hun geld in allerlei ondernemingen om meer geld te verdienen. 

Slide 5 - Tekstslide

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • De rijke families hadden ook  politieke macht en bestuurden de steden en gewesten.  
  • Ze lieten mooie grachtenhuizen bouwen en schilderijen schilderen.  

Slide 6 - Tekstslide

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • Onder de groep van rijke mensen kwam een laag met een grote groep winkeliers en ervaren ambachtslieden.  
  • Zij konden schepen bouwen en repareren. 
  • Ze konden ook luxegoederen maken van grondstoffen.  
  • Ze verdienden veel geld en bezaten grote winkelpanden 

Slide 7 - Tekstslide

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • De 3e sociale laag bestond uit loonarbeiders en hard moesten werken voor hun baas. 
  • Laadden en losten schepen of werkten voor winkeliers.  
 
  • Onderaan kwam de sociale laag van de armen. 
  • Dit waren mensen zonder vast werk, ouderen en zieken.  
  • Zij leefden vooral van liefdadigheid van de kerk en de rijken. 

Slide 8 - Tekstslide

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • Veel inwoners van Holland, arm en rijk, waren afkomstig uit omringende landen. 
  • Deze migratie had 2 redenen:
  • vluchtelingen vanwege hun geloof.
  • arme mensen die hoopten in het gewest Holland werk te vinden.

Slide 9 - Tekstslide

Wat is de juiste volgorde?
timer
0:20
A
Loonarbeiders - rijke families- armen - winkeliers/ambachtslieden
B
Rijke families- winkeliers/ambachtslieden-armen - loonarbeiders
C
Rijke families- winkeliers/ambachtslieden- - loonarbeiders - armen
D
Winkeliers/ambachtslieden- rijke families-loonarbeiders - armen

Slide 10 - Quizvraag

Welke eeuw kennen we ook als de Gouden Eeuw?
timer
0:20
A
18e eeuw
B
16e eeuw
C
17e eeuw
D
20e eeuw

Slide 11 - Quizvraag

Kunst
  • Door de welvaart werd er veel geld uitgegeven aan schilderkunst. 
  • Vooral schilderijen van landschappen, stadgezichten of portretten om het huis te versieren.  


Slide 12 - Tekstslide

Kunst 
  • Uit die tijd komt ook de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn. 
  • Dit is een schuttersstuk: een portret van schutters die een stad moesten verdedigen.  

Slide 13 - Tekstslide

Kunst
  • Jan Steen is ook beroemd uit de Gouden Eeuw. 
  • Hij schilderde vooral het dagelijkse leven van gewone mensen.  
 

Slide 14 - Tekstslide

Religie en wetenschap
  • Na de Opstand was het protestante (calvinistische) geloof het belangrijkst in de Republiek.  
  • Het bestuur van het land betaalde zelfs voor een vertaling van de Bijbel van het Latijn naar het Nederlands. 
  • Deze Statenbijbel was bedoeld voor de calvinistische kerk. 
  • Mensen met andere geloven (katholiek, joods) werden niet vervolgd. 
  • Men accepteerde dat niet iedereen hetzelfde geloof had.  
  • Dit noemen we verdraagzaamheid.  

Slide 15 - Tekstslide

Religie en wetenschap
  • Deze verdraagzaamheid was erg bijzonder: kwam buiten de Republiek weinig voor...
  • Ook in wetenschap viel de Republiek op.
  • In de 17e eeuw was er een wetenschappelijke revolutie gaande.
  • Er werden allerlei ontdekkingen gedaan:

Slide 16 - Tekstslide

Christiaan Huygens
  • Was erg goed in het slijpen van lenzen en bouwde een telescoop om de sterren te kunnen bestuderen.  
  • Ook het slingeruurwerk is door hem bedacht: belangrijk om de tijd en locatie op zee te kunnen bepalen.  

Slide 17 - Tekstslide

Anthonie van Leeuwenhoek
  • Bestudeerde de natuur en het menselijk lichaam. 
  • Hij bouwde de eerste microscoop en ontdekte zo bacteriën en rode bloedcellen.  

Slide 18 - Tekstslide

Kunst en wetenschap
  • De bloei van de handel heeft de wetenschappelijke revolutie gestimuleerd. 
  • Voor de handel was het belangrijk dat schepen hun locatie wisten om zo de beste route te vinden. 
  • De schepen namen ook dieren en planten uit verre landen mee: bestudeerd op de pas gebouwde universiteiten.  

Slide 19 - Tekstslide

Spinoza
  • Nederlandse filosoof
  • God kan geen wonderen verrichten. 
  • Hij twijfelde ook aan verhalen uit de Bijbel.  
  • Hij kwam op voor de vrijheid van meningsuiting.  

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Schrijf 2 dingen op die je vandaag geleerd hebt.

Slide 23 - Open vraag

Wat vind je nog lastig?

Slide 24 - Open vraag

Aan de slag
Wat? Eerst ga je de tekst van par. 2.2  lezen en daarna maak je de opdrachten van par. 2.2 (4 t/m 12)
Hoe? Alleen 
Hulp? Bij je buurman/buurvrouw. Kom je er samen niet uit? Dan bij je docent. 
Tijd? Tot het einde van de les. 
Klaar? Dan maak je de TestJezelf in SOM.

Slide 25 - Tekstslide