Een optische illusie of gezichtsbedrog is iets wat het oog waarneemt, dat door de hersenen anders begrepen wordt.
Dit waren voorbeelden van optische illusies!
We gaan ze hierna nog eens bekijken.
Slide 5 - Tekstslide
Meet ze maar eens na, met de bordlineaal!
Welke gele streep is langer?
Slide 6 - Tekstslide
WAT?! Even lang!?!
Hoe komt het dat de bovenste langer lijkt?
Slide 7 - Tekstslide
Welk vakje is donkerder A of B?
Slide 8 - Tekstslide
Huh?! Ze hebben precies dezelfde kleur!!
Hoe komt het dat A donkerder lijkt?
Slide 9 - Tekstslide
Welke kant rijdt deze metro op?!
Dat kan je zelf bepalen!
Slide 10 - Tekstslide
Ik kan uitleggen wat een optische illusie is.
Ik weet wie de kunstenaar Escher is en wat voor kunst hij maakte.
Ik praat over verschillende werken van Escher en benoem verschillende kenmerken van de kunstwerken.
Slide 11 - Tekstslide
Bekijk de tekst, maar lees hem nog niet!
Wat valt je op aan de vorm, de kopjes, de titel en de
plaatjes?
Wat is dit voor tekst?
Hoe ga je deze tekst lezen?
Waar denk je dat het over zal gaan, waarom denk je dat?
Wat weet je er al van?
Slide 12 - Tekstslide
Heb je vragen als je naar de tekst kijkt?
Schrijf je vragen op een post-it (één vraag per blaadje) en plak ze op de
vragenmuur.
Slide 13 - Tekstslide
Woordenschat:
Kronkelige
Continu
De leerkracht doet het voor.
Slide 14 - Tekstslide
Woordenschat:
liefkozend, bouwkunde, met zijn neus in de (tekeningen/ boeken), volledig, passie.
De leerkracht doet het voor.
Slide 15 - Tekstslide
Woordenschat:
inspireren, zijn werken, prenten, inmiddels, wetenschappers, overlijdt.
We doen het samen!
Slide 16 - Tekstslide
Vragen:
Escher maakte geen schilderijen. Wat maakte hij wel?
Wat wilde Escher bereiken met zijn werk?
Escher kon zijn werk makkelijk meerdere keren verkopen. Hoe kwam dat?
Werkblad: Zorg dat de ene scoop groter lijkt dan de andere scoop.
Tip: Denk aan de voorbeelden van het begin van de les!
Slide 17 - Tekstslide
Is het jou gelukt?Lijkt jouw oplossing hierop?
Dit noem je de Ponzo-illusie
Slide 18 - Tekstslide
Wat klopt er niet op deze prent?
Omschrijf wat je ziet!
Wat vind je ervan? Zou je het thuis aan de muur willen hebben?
Welke titel zou jij deze prent geven?
Titel
<span style="font-weight: bold">Belvedere</span><div><span style="font-weight: bold"><br></span></div><div>Begrijp je deze titel?<br><br>Betekenis<b> Belvedere</b>: een hooggelegen villa of zomerhuis met een prachtig vergezicht.</div>
Slide 19 - Tekstslide
Wat klopt er niet op deze prent?
Omschrijf wat je ziet!
Wat vind je ervan? Zou je het thuis aan de muur willen hebben?
Welke titel zou jij deze prent geven?
Titel
<span style="font-weight: bold">Waterval</span><div><span style="font-weight: bold"><br></span></div><div>Begrijp je deze titel?</div>
Slide 20 - Tekstslide
Wat klopt er niet op deze prent?
Omschrijf wat je ziet!
Wat vind je ervan? Zou je het thuis aan de muur willen hebben?
Welke titel zou jij deze prent geven?
Titel
<span style="font-weight: bold">Klimmen en dalen</span><div><span style="font-weight: bold"><br></span></div><div>Begrijp je deze titel?</div>
Penrose - trap
Slide 21 - Tekstslide
Wat klopt er niet op deze prent?
Omschrijf wat je ziet!
Wat vind je ervan? Zou je het thuis aan de muur willen hebben?
Welke titel zou jij deze prent geven?
Titel
<span style="font-weight: bold">Relativiteit</span><div><br></div><div>Begrijp je deze titel?</div><div><br></div><div><b>Relativiteit betekent</b>: iets is relatief als het afhangt van iets anders.<br>Het hangt er maar vanaf hoe je ergens naar kijkt.<br><br></div>
Slide 22 - Tekstslide
Wat heb je deze les geleerd?
Slide 23 - Tekstslide
Heb je nieuwe vragen gekregen? Schrijf deze op post-its en hang ze op de vragenmuur.