chemie overal - 3v - §6.1 - scheiding in de industrie

Vorige week
  • Rekenen aan oplossingen
  • Kruisproducten en verhoudingstabellen
  • Dichtheid (bijvoorbeeld: g/cm³)
  • Oplosbaarheid (bijvoorbeeld: kg/L)
  • Volume- en massapercentages (x g/100 g; y L/100L)
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Vorige week
  • Rekenen aan oplossingen
  • Kruisproducten en verhoudingstabellen
  • Dichtheid (bijvoorbeeld: g/cm³)
  • Oplosbaarheid (bijvoorbeeld: kg/L)
  • Volume- en massapercentages (x g/100 g; y L/100L)

Slide 1 - Tekstslide

Welke eenheden kun je gebruiken bij dichtheid?
A
g/mL
B
g/g
C
mL/mL
D
g/cm³

Slide 2 - Quizvraag

Welke eenheden kun je gebruiken bij oplosbaarheid?
A
g/mL
B
g/g
C
mL/mL
D
g/cm³

Slide 3 - Quizvraag

Welke eenheden kun je gebruiken bij massapercentage?
A
g/mL
B
g/g
C
mL/mL
D
g/cm³

Slide 4 - Quizvraag

Welke eenheden kun je gebruiken bij volumepercentage?
A
g/mL
B
g/g
C
mL/mL
D
g/cm³

Slide 5 - Quizvraag

§6.1: Scheiding in de industrie
Je leert:
  • waarom scheidingsmethoden belangrijk zijn in de industrie;
  • twee nieuwe scheidingsmethoden kennen en toepassen.
p. 172

Slide 6 - Tekstslide

Toepassingen
  • Mondmaskers

  • Forensisch onderzoek

  • Medicijnen

  • Koken

Slide 7 - Tekstslide

Op industrieel niveau
  • A: 
  • B: Bezinken & centrifugeren
  • C: 
  • D: Destilleren & indampen
  • E: Extraheren
  • F: Filtreren

Slide 8 - Tekstslide

Chromatografie
  • Papierchromatografie
  • Oplosbaarheid vs. aanhechting
  • Loopvloeistof --> mobiele fase
  • Papier --> stationaire fase
  • Goed oplosbaar + slechte hechting
  • Slecht oplosbaar + goede hechting

Slide 9 - Tekstslide

Rf-waarde
  • Verhouding loopvloeistof vs. stof
  • Loopvloeistof: b (front)
  • Stof: a
  • Rf-waarde = a / b 

  • Dat gaan we testen!

Slide 10 - Tekstslide

We volgen een stof met papierchromatografie. De mobiele fase (loopvloeistof) komt tot 12,2 cm, en de stof die we onderzoeken komt tot 7,9 cm.
Wat is de Rf-waarde van de stof?
A
0,65
B
1,5
C
0,79
D
1,22

Slide 11 - Quizvraag

Adsorptie
  • Moleculen (voor nu de kleinste deeltjes) 

Slide 12 - Tekstslide

Adsorptie
  • Moleculen (voor nu de kleinste deeltjes) 

Slide 13 - Tekstslide

Adsorptie
  • Moleculen (voor nu de kleinste deeltjes) 
  • Adsorptiemiddel

Slide 14 - Tekstslide

Adsorptie
  • Moleculen (voor nu de kleinste deeltjes) 
  • Adsorptiemiddel
  • Actieve kool (norit)

Slide 15 - Tekstslide

Adsorptie
  • Moleculen (voor nu de kleinste deeltjes) 
  • Adsorptiemiddel
  • Actieve kool (norit)
  • aanhechtingsvermogen

Slide 16 - Tekstslide

Adsorptie
  • Moleculen (voor nu de kleinste deeltjes) 
  • Adsorptiemiddel
  • Actieve kool (norit)
  • aanhechtingsvermogen

Slide 17 - Tekstslide

Om welke twee redenen is norit zo'n goed adsorptiemiddel?

Slide 18 - Open vraag

Vloeistof-vloeistof extractie
  • Oplosbaarheid
  • Niet mengende oplosmiddelen
  • Extractie met vloeistoffen 

  • Scheitrechter

Slide 19 - Tekstslide

In je eigen woorden, hoe werkt vloeistof-vloeistof extractie?

Slide 20 - Open vraag

Alle scheidingsmethoden op een rijtje
  • A: Adsorptie
  • B: Bezinken & centrifugeren
  • C: Chromatografie
  • D: Destilleren & indampen
  • E: Extraheren (mengsel+oplosmiddel; vloeistof-vloeistof)
  • F: Filtreren

Slide 21 - Tekstslide

Samenvatting
  • Scheidingsmethoden zijn belangrijk in de chemische industrie om producten zo zuiver mogelijk te produceren.
  • Adsorptie is een scheidingsmethode waarbij je gebruikt maakt van een verschil in aanhechtingsvermogen aan een adsorptiemiddel. 
  • Actieve kool is een veelgebruikt adsorptiemiddel. Door het grote oppervlak kan er veel stof adsorberen.
  • Papierchromatografie is een sheidingsmethode waarbij je stoffen scheidt op basis van een verschil in oplosbaarheid in ee loopvloeistof en een verschil in aahechtingsvermogen aan het papier.
  • Met vloeistof-vloeistofextractie kun je opgeloste stoffen uit een oplosmiddel halen. Hiervoor voeg je een tweede vloeistof toe die niet mengt met het oplosmiddel en waarin deze stoffen beter oplossen.

Slide 22 - Tekstslide

(Huis)werk
  • Opgave 1, 2, 7, 8, 9

Slide 23 - Tekstslide