Les 4

Het Circus Maximus
Rome is de eerste miljoenenstad. In de tweede eeuw na Christus had de stad meer dan één miljoen inwoners.
Deze heuvel heet het Capitolijn. Dit was de belangrijkste heuvel. Hier stond de tempel van Jupiter, Juno en Minerva. Tegenwoordig staat hier het stadshuis van Rome
De rivier de Tiber was erg belangrijk voor Rome. Voedsel en andere producten werden via deze rivier naar Rome vervoerd.
Aquaducten werden gebruikt om water naar de stad te brengen. Hiervoor maakten de Romeinen gebruik van de zwaartekracht. 
Rome is gebouwd op zeven heuvels. Deze heuvel heet het Palatijn. Hier bouwde keizer Augustus zijn woning. Welk woord is hier van afgeleid?
Onze stadions zijn afgeleid van de Grieks/Romeinse. Het Colloseum wordt nog wel eens als voorbeeld gebruikt bij het bouwen van een nieuw stadion!
Wie herkent gebouwen of plaatsen?
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Het Circus Maximus
Rome is de eerste miljoenenstad. In de tweede eeuw na Christus had de stad meer dan één miljoen inwoners.
Deze heuvel heet het Capitolijn. Dit was de belangrijkste heuvel. Hier stond de tempel van Jupiter, Juno en Minerva. Tegenwoordig staat hier het stadshuis van Rome
De rivier de Tiber was erg belangrijk voor Rome. Voedsel en andere producten werden via deze rivier naar Rome vervoerd.
Aquaducten werden gebruikt om water naar de stad te brengen. Hiervoor maakten de Romeinen gebruik van de zwaartekracht. 
Rome is gebouwd op zeven heuvels. Deze heuvel heet het Palatijn. Hier bouwde keizer Augustus zijn woning. Welk woord is hier van afgeleid?
Onze stadions zijn afgeleid van de Grieks/Romeinse. Het Colloseum wordt nog wel eens als voorbeeld gebruikt bij het bouwen van een nieuw stadion!
Wie herkent gebouwen of plaatsen?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het Forum Romanum was het politieke en economische middelpunt van de Republiek. Een forum is een soort marktplein. 
Het Forum lag in een dal tussen twee heuvels. De Capitolijn en de Palatijn. Dit gebied was eerst moeras. Welk volk heeft van het moeras bouwland gemaakt?
Hieronder zie je een Triomfboog. Deze werden gebouwd als er een grote overwinning op andere volken was behaald. 
Dit is de Curia. Eén van de belangrijkste gebouwen van Rome.
forum Romanum inter Capitolinum 
et Palatinium

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

mons Capitolinus

Slide 3 - Tekstslide

Rome in vroeg stadium. Je ziet de montem Capitolinum
1e alinea
Je krijgt de eerste alinea in stukjes en moet steeds stukjes vertalen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

r. 1
Cives Romae in periculo sunt.
Hoe streep je "in periculo"
A
(in periculo)
B
in_periculo2
C
in1 periculo2
D
onderstrepen

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

r. 1: Cives Romae in periculo sunt.
Vertaal de zin of noteer in eigen woorden wat er staat.

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

r. 1-6 gestreept - verbeter je eigen tekst
zodat je de vragen hierna kan maken. 
juiste vertaling
volgt later. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel bijwoordelijke bepaling van tijd zie je in r. 1-6?
A
6
B
3
C
2
D
1

Slide 8 - Quizvraag

6 is het totaal aantal BWB's

3 is logisch als je "in periculo" ook als BWB-tijd ziet (stiekem is het een ND)


Welke naamval hebben alle woorden in r. 3?
A
nominativus
B
genitivus
C
accusativus
D
ablativus

Slide 9 - Quizvraag

feminarum, puerorum, puellarum, zeggen allemaal iets over turba.
Vertaal de volgende woordgroep: milites Romanorum

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaal de volgende woordgroep:
rex Gallorum

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vertaling van r. 1-6
De burgers van Rome zijn in gevaar. 
De Galliërs vallen de burcht van de stad aan.
De Romeinen zijn op de Capitolijn:
een menigte van mannen en vrouwen en jongens en meisjes.
De soldaten van de Romeinen bewaken de burcht. 
Als de vijanden naar de burcht proberen te komen, houden de Romeinen hen altijd tegen. Uiteindelijk roept de koning van de Galliërs de Galliërs bij zich.
Onderstreep de verschillen met je eigen vertaling. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillen betekenen niet per se fouten: probeer in twee woorden samen te vatten wat voor verschillen jou opvielen.
soorten verschillen

Slide 13 - Woordweb

probeer met één of twee woorden samen te vatten wat voor verschillen vooral opvallen tussen jouw vertaling en die van de docent.

Niet elk verschil is een fout.
Hoe tevreden ben je over je eigen vertaling van r. 1-6?
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Rex Gallis dicit
Hij zegt: "Het is absoluut niet makkelijk voor ons om naar de top van de Capitolijn te gaan. De soldaten van de Romeinen houden ons altijd tegen. Het is beter om 's nachts de heuvel te beklimmen, terwijl de Romeinen ons niet zien."

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Koppel de Latijnse woorden uit r. 7-10  aan de juiste vertaling
(soms zijn er meerdere Latijnse woorden per vertaling). 
gemakkelijk
om de heuvel te beklimmen
(ze) houden ons tegen
facile
montem
nos
retinent
ascendere

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de zelfstandige naamwoorden uit r. 11-14 naar hun naamval.
nominativus
genitivus
dativus
accusativus
ablativus
nox
Capitolio
Romani
Omnes
omnes
pars
arcem
militum
Galli
montem
Custodes
arcis
eos
nox

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

r. 11-14
Het is nacht. De Romeinen slapen in/op het Capitool. Allen?
Niet allen: een deel van de soldaten is wakker. Een deel van de
soldaten bewaakt de burcht. De Galliërs beklimmen de heuvel.
De bewakers van de burcht zien hen niet, want het is nacht.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

r. 15-20:
eerst vragen, dan nakijken
1. Welke naamval is silentio en waarom?
2. Wat is de reden dat de honden niks merken? 
3. Welke naamval zijn de woorden anserum en alarum? 
4. Herschrijf deze regels eens in je eigen woorden: probeer het spannend te maken.

Jullie krijgen 5 minuten om de opdrachten te doen, daarna één voor één n in lessonup.


Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Welke naamval is silentio en waarom?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

2. Wat is de reden dat de honden niks merken?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

3. Welke naamval zijn de woorden anserum en alarum?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

4. Herschrijf deze regels eens in je eigen woorden: probeer het spannend te maken.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

r. 15-20
Ze horen hen niet, want de Galliërs naderen in stilte. De honden merken de Galliërs ook niet op, want ze slapen.
Hoort wel iemand de vijanden komen? Beschermt wel iemand de burcht van de stad? Kijk, de ganzen waken! Het gesnater van de ganzen en het geklapwiek maakt de Romeinen wakker. Zo roepen de ganzen de Romeinen naar de wapens.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de zelfstandige naamwoorden uit r. 21-25 naar hun naamval.
nominativus
genitivus
dativus
accusativus
ablativus
Miles
nomine
Marcus Manlius
arma
Gallum
arce
armis
Gallus
Gallum
eum
alius
anserum
auxilio
Capitolium
arce
monte
Romam

Slide 25 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

r. 21-25
De soldaat met de naam Marcus Manlius tilt meteen zijn wapens op.
Hij nadert. Hij ziet al een Galliër op de burcht! Hij stoot de Galliër met zijn wapens weg van de burcht. De Galliër valt van de berg. Na hem valt ook een ander. En na hem een ander …
Zo redt Marcus Manlius met de hulp van de ganzen het Capitool: hij redt Rome.


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Typ hier je herschreven versie van de laatste alinea.

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

wat heb je geleerd?

Slide 28 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies