Woordsoorten Pers vnw en Bezit vnw

Lesdoelen
Aan het einde van deze les
- kun je persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden herkennen en gebruiken.
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Lesdoelen
Aan het einde van deze les
- kun je persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden herkennen en gebruiken.

Slide 1 - Tekstslide

Lesprogramma
- Lezen (10 min)
- Introductie van de les: doelen en programma (5 min)
- Terugblik(5 min)
- Uitleg pers vnw en bezit vnw (10 min)
- Zelfstandig werken (20 min) Stoppen tussen 11:45-11:50

Slide 2 - Tekstslide

Lezen
timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Woensdag 20 april volgmeting 
Woordsoorten en werkwoordspelling

Donderdag 21 april 
Diataal (leesvaardigheid) zonder voorbereiding



Slide 4 - Tekstslide

Terugblik 
Woordsoorten: LW, ZN en BN

Vragen?

Slide 5 - Tekstslide

De buurman heet Abel.
‘Abel’ is een ...

a. BN (twee vingers) 
b. LW (drie vingers)
c. ZN (vier vingers)

Slide 6 - Tekstslide

Een BN zegt iets over een 

a. BN (twee vingers)
b. LW (drie vingers)
c. ZN (vier vingers)

Slide 7 - Tekstslide

Het lidwoord in de zin hieronder is...
Het is een goed idee.

a. Het (duim omhoog)
b. een (duim omlaag)

Slide 8 - Tekstslide

Welke woordsoort zie je in hoofdletters?
Dat is een GOED idee.

a. BN (twee vingers)
b. LW (drie vingers)
c. ZN (vier vingers)

Slide 9 - Tekstslide

Persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord
Welke fouten zie je in deze zinnen?

1. Heb je me nieuwe fiets al gezien?
2. Hun komen altijd te laat.

Slide 10 - Tekstslide

Persoonlijk voornaamwoord duidt een persoon of ding aan: ik, ze, jij , jou, hij,  het, zij, wij, mij, jou, jullie enz.

Bezittelijke voornaamwoord geeft aan van wie iets is. Het staat altijd voor het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort: mijn, uw, jouw, zijn, haar enz.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Probleemgevallen
je, haar, ons, jullie en hun
WANT
ze kunnen zowel pers vnw en bezit vnw zijn

Tip: vervang het woord door hij, hem of zijn om de woordsoort te bepalen

Slide 13 - Tekstslide

Aan de slag
- Ga naar Magister
- Ga naar leermiddelen
- Klik op Nieuw Nederlands 
- Ga naar Planning (bovenin) en vervolgens klik je op Gramm woordsoorten pers vnw en bezit vnw




timer
20:00

Slide 14 - Tekstslide

Check
Wat is het onderstreepte woord ook alweer?
Kies uit: persoonlijk voornaamwoord (staan) of bezittelijk voornaamwoord (zitten) 

  • Volgens mij wil jullie vriend uit Urk jouw zeilbootje graag kopen. 





Slide 15 - Tekstslide