Les 3 - H3 Verhoudingen

1 / 12
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar

  • Op je plek zitten 

  • Laptop open

  • Schoolspullen op tafel: papier; etui 

3

minute

00

second

1. Startklaar

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.

      Leerdoelen

R Je weet wat verhoudingen zijn

T1 Je kan verhoudingstabellen maken

T1 Je kan rekenen met verhoudingen

3. Leerdoelgericht werken

De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Deze slide heeft geen instructies

Verhoudingen

Verhoudingen geven aan hoe twee (of meer) grootheden zich tot elkaar verhouden. 

Je komt ze veel tegen, bijvoorbeeld bij het koken.
Voorbeeld
Voor 4 personen heb je 300 gram noedels nodig.
Dit is een verhouding tussen het aantal personen en het aantal
gram noedels. Met deze verhouding kan je uitrekenen hoeveel
noedels je nodig hebt voor verschillende aantallen personen.
                                                                

Deze slide heeft geen instructies

Bijvoorbeeld

Je kookt voor 6 personen, hoeveel gram noedels heb je nodig?


Eerst reken je het aantal personen om naar 1, vervolgens naar 6.

Je kan ook het aantal personen omrekenen naar 2, dan vermenigvuldig je daarna met 3 in plaats van 6.

Je kan ook in een keer vermenigvuldigen met 1,5.

Reken uit met een verhoudingstabel: 1 kilo appels kost € 1,70. Hoeveel kost 2,5 kilo?

A

€ 4,25

B

€ 4,10

C


D


Je kan het getal direct vermenigvuldigen met 2,5. Je kan het ook eerst vermenigvuldigen met 2, dan apart vermenigvuldigen met 0,5 (delen door 2), en deze antwoorden bij elkaar optellen.

A

A = 10 km, B = 20 km, C = 40 km

B

A = 20 km, B = 40 km, C = 60 km

C

A = 10 km, B = 20 km, C = 30 km

D

A = 20 km, B = 35 km, C = 50 km.

Dit is een verhouding tussen tijd en afstand.
Alles wat je met de bovenste rij doet, doe je ook met de onderste rij. Een half uur is 2 keer zo lang als een kwartier. Een uur is 2 keer zo lang als een half uur. En anderhalf uur is 3 keer zo lang als een half uur.

Wat is een voorbeeld van toepassing van verhouding in het dagelijks leven?

A

Het bepalen van de weersomstandigheden.

B

Recepten volgen bij het koken.

C

Het meten van de tijd.

D

Het kiezen van een vakantiebestemming.

Deze slide heeft geen instructies

    Begrippen uit deze les

  • verhoudingen

  • verhoudingstabel

  • vergelijken

  • schaal

Deze slide heeft geen instructies

Welke vragen heb je nog?

Deze slide heeft geen instructies

Het belang van rekenen in het onderwijs is onbetwistbaar.

1

Rekenen is de basis van wiskunde.

2

Rekenen is niet praktisch in het dagelijks leven.

3

Rekenen zou meer nadruk moeten krijgen in het onderwijs.

4

Rekenen kan vervangen worden door moderne technologie.

Deze slide heeft geen instructies