Verpleegplan

Verpleegplan 
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Verpleegplan 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan eind van de les:
  1. De student kan na de les benoemen waar een verpleegplan uit bestaat.
  2. De student kent de stappen van het verpleegkundig proces
  3. De student herkent de 11 gezondheidspatronen van Gordon
  4.  De student kan na de les van uit een gezondheidspatroon een probleem, doel en interventie in een verpleegplan beschrijven


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom? verpleegkundig proces
  • Zorgt voor adequate en volledige gegevensverzameling. 
  • Actief opdoen van kennis, het ontwikkelen van competenties en vaardigheden   
  • Je observeert slechts die dingen bewust, waarvan je het bestaan en het  belang kent. Wat je niet kent, weet of begrijpt, ontgaat aan jouw aandacht. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke fasen vind je terug in het verpleegkundig proces?
Vier fasen:
  1. diagnostische fase; anamnese (gezondheidspatronen van Gordon), NANDA, klinische blik, observeren,
  2. planningsfase; actuele en potientele verpleegproblemen, verpleegprobleem formuleren (PES), verpleegplan maken
  3. uitvoeringsfase; uitvoeren van de verpleegkundige zorg
  4. evaluatiefase; evaluatie met client, naasten, mantelzorg

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je nog van methodisch werken en het verpleegkundig proces?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Methodisch werken            verpleegkundig proces

Slide 6 - Tekstslide

Methodisch werken in de verpleging krijgt vorm in het verpleegkundig proces. Het verpleegkundig proces is het proces dat de verpleegkundige met iedere zorgvrager doorloopt vanaf het verzamelen van de gegevens tot en met het evalueren van de zorg. Het verpleegkundig proces is geen rechtlijnig, maar een cyclisch proces dat 
zo nodig meer keren doorlopen kan worden: als bij de evaluatie van de zorg blijkt dat de doelen niet bereikt zijn, kan de fase van het stellen van de diagnose weer intreden.

Methodisch werken betekent dat je vraaggericht werkt, op basis van een cyclisch stappenplan: het verpleegkundig proces. 
Wat is methodisch werken?
A
Verpleegkundige zorg afstemmen op behoefte en wens van de cliënt
B
Werken op basis van een cyclisch stappenplan
C
Werken volgens gezondheidspatronen van Gordon
D
Persoonsgericht werken, je bent gastvrij

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Methodisch werken
Methodisch werken = een bewuste, systematische aanpak die zes stappen omvat: 
In het zorgproces kan je volgende zes stappen onderscheiden:

  1. verzamelen van gegevens
  2. formuleren zorgproblemen
  3. bepalen van doelen
  4. actie plannen
  5. uitvoeren van de activiteiten
  6. evalueren, rapporteren, bijstellen etc.
   

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Cyclisch werken – Systematisch werken

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1
2
3
4
5
6
Verzamelen van
 informatie
formuleren van zorgproblemen
bepalen van doelen
actie
 plannen
Uitvoeren van de activiteiten + observeren
Evalueren + rapporteren

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

timer
0:30
Verpleegplan

Slide 11 - Woordweb

wat versta jij in 1 woord onder verpleegplan?
De gezondheidspatronen van Gordon
01. Patroon van gezondheidsbeleving en instandhouding
02. Voeding/stofwisselingspatroon
03. Uitscheidingspatroon
04. Activiteitenpatroon
05. Slaap/rustpatroon
06. Cognitiepatroon
07. Zelfbelevingspatroon  
08. Rollen/relatiespatroon
09. Seksualiteit/voortplantingspatroon
10. Stressverwerkingspatroon
11. Waarden/overtuigingenpatroon


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

QUIZ
Onder welk patroon plaats je de gegevens bij Gordon?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw gebruikt een rollator om zich te verplaatsen
A
Gezondheidsbeleving en instandhouding
B
Activiteiten
C
Uitscheiding
D
Stressbeleving

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw weegt 66kg en is 1m 68 groot
A
Gezondheidsbeleving en instandhouding
B
Activiteiten
C
Zelfbeleving
D
Voeding en stofwisseling

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw heeft steeds pijn aan haar rug
A
Gezondheidsbeleving en instandhouding
B
Cognitie en Waarneming
C
Rollen en relatie
D
Waarden en levensovertuiging

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

timer
0:30
Gezondheidspatronen

Slide 17 - Woordweb

Waar denk je aan bij gezondheidspatronen?
Casus
Mw. de Vries 84 jaar weduwe. Mw. wordt s ’nachts veel wakker, moet hoesten, door benauwdheid passend bij de COPD waardoor mw. zich overdag niet uitgerust voelt.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
P: Mw. wordt ’s nachts vaak wakker
E: Mogelijk door hoesten, benauwdheid passend bij COPD
S: Mw. geeft aan zich overdag niet uitgerust te voelen
Doel
Mw de Vries slaapt s’nachts minimaal 5 uur achtereen en valt snel weer in slaap na een hoestbui.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat de P in PES voor?
A
Verpleegproblemen als uitgangspunt voor de zorg.
B
Etiologie omvat de oorzakelijke factoren
C
Symptomen en klachten
D
alle drie de antwoorden zijn onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tommie eet elke dag witbrood, patat en drinkt drinkt dagelijks cola. Hij heeft één keer in de week ontlasting. Hij heeft een vervelend vervelend gevoel in zijn buik. Hij zou meer vezels, groente en water moeten nemen. Welke zin hoort bij de letter E van de afkorting PES?
A
Hij heeft een vervelend gevoel in zijn buik
B
Hij heeft één keer in de week ontlasting
C
Hij eet dagelijks witbrood, patat en cola
D
Meer groente, vezels en water moeten drinken

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke aspecten bevat een verpleegprobleem?
De drie aspecten probleem, oorzaak (etiologie) en symptomen vormen samen de zogenoemde PES-structuur van een verpleegprobleem

P Verpleegproblemen zijn het uitgangspunt voor het plannen van verpleegkundige zorg
E Etiologie omvat alle oorzakelijke factoren van het verpleegprobleem. 
S Onder symptomen worden alle klachten en verschijnselen verstaan die bij het probleem kunnen optreden.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TIP bij formuleren van de PES
Stap 1: S ->Welke symptomen zie je
Stap 2: P ->Wat is het (verpleeg)probleem of welke probleem ontstaat?
Stap 3: E ->Wat is de oorzaak?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken PES:
Meneer De Jong (87) heeft COPD en zit in een rolstoel omdat hij te weinig energie heeft om te
lopen. Op zijn stuit heeft meneer een rode plek. De huisarts constateerde dat meneer ondervoed is. Meneer is nu opgenomen in het verpleeghuis.

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn potentiële verpleegproblemen?
A
Verpleegproblemen die op dit moment zichtbaar en actueel zijn
B
Verpleegproblemen geformuleerd volgens de PES structuur
C
Verpleegproblemen die de verpleegkundige op basis van deskundigheid in de toekomst verwacht.

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn potentiële verpleegproblemen?
Actuele verpleegproblemen zijn verpleegproblemen die zich op een bepaald moment voordoen, en door de verpleegkundige kunnen worden vastgesteld op basis van op dat moment aanwezige klachten en verschijnselen.

Potentiële verpleegproblemen zijn verpleegproblemen die zich nog niet voordoen, maar die de verpleegkundige op basis van haar deskundigheid in de toekomst verwacht.


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk hulpmiddel gebruik je om een zorgdoel te formuleren
A
RUMBA
B
PES
C
SMART
D
SOAP

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Doelen moeten SMART zijn!
  • Specifiek
  • Meetbaar
  • Acceptabel
  • Relevant
  • Tijdsgeboden

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Formuleren SMART doelen

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar staan de RUMBA eisen voor?
Relevant, Understandable, Measurable, Behavioral, Attainable

R = relevant
U = begrijpelijk
M = meetbaar
B = in termen van gedrag
A = haalbaar

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag


Aan de hand van een casus een probleem volgens de PES formuleren, doel en interventies maken

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus
Mw. K. heeft een positieve instelling en leeft met de dag. Mw. is niet bekend met allergieën of speciaal dieet. Mw. vindt het vervelend dat haar gehoor haar in de steek laat en dat mw. soms niet snel genoeg bij het toilet kan komen en dan incontinent van urine is waardoor mw. vaak schone onderkleding aan moet doen. Mw. is bekend met artrose in de knieën waardoor het mobiliseren, met name het snel opstaan en lopen soms wat lastig gaat. Mw. gebruikt hiervoor een rollator

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf de PES?
timer
2:00

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijf het doel
( SMART )

timer
2:00

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Verpleegkundige interventies
timer
2:00

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatie
Zijn de doelen behaald?
Tips en Tops

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar bestaat een verpleegplan uit?
timer
1:00

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

P: Mw Klasen heeft diabetes
E: Transpireert en begint te beven
S: Mw raakt snel in een hypo.
Is dit juist of onjuist geformuleerd?
timer
1:00
A
Juist
B
Onjuist

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Juiste antwoord
P: Mw Klasen raakt snel in een hypo
E: Diabetes
S: Transpireren en begint te beven

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatie


Wat vonden jullie van de les?
Tips/Tops?

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Carpenito
  • Door gebruik te maken van het ‘zakboek verpleegkundige diagnoses’ krijg je aanwijzingen voor;
Het correct formuleren van het probleem (het label)
Het verifiëren van de diagnose (is mijn gestelde diagnose correct?)

  • Belangrijk is dat de doelen en interventies waar naar verwezen wordt, concreet worden gemaakt op basis van recente wetenschappelijke kennis en de situatie/ casus. 

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ga je te werk?
  1. In Carpenito vind je een beschrijving van het probleem. 
  2. Je kan nagaan of het ECHT dit is wat zich bij de patiënt afspeelt.
  3. Vervolgens zijn ‘verschijnselen’ beschreven: symptomen die ‘vaak/altijd’ aanwezig zijn en symptomen die ‘regelmatig’ aanwezig zijn. 
  4. Ga na of er voldoende symptomen zijn om de diagnose te stellen. 
  5. Ook zijn er ‘oorzaken’ beschreven: etiologische factoren die het probleem met zich meebrengen. Staat de situatie van jouw cliënt hier beschreven? 
  6. Carpenito geeft een suggestie voor doelen en interventies (algemeen)

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies