hoofdstuk 2 de functie van belangrijke organen en weefsels

Weefsels en organen
Weefsel: het samenhangend geheel van cellen die 
hetzelfde zijn en dezelfde functie hebben.

Orgaan: is uit één of meer weefselsoorten opgebouwd. 

Een orgaan vervult een bepaalde functie. Vb. de long 

is een orgaan waarmee we ademhalen.
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Weefsels en organen
Weefsel: het samenhangend geheel van cellen die 
hetzelfde zijn en dezelfde functie hebben.

Orgaan: is uit één of meer weefselsoorten opgebouwd. 

Een orgaan vervult een bepaalde functie. Vb. de long 

is een orgaan waarmee we ademhalen.

Slide 1 - Tekstslide

Noem de 3 vitale organen?

Slide 2 - Open vraag

Vitale organen
Hart LongenHersenen
De hersenen, het hart en de longen zijn organen die van levensbelang zijn. 
De drie vitale functies hangen nauw samen met elkaar. Als 1 van de 3 uitvalt, zullen de andere meestal volgen. 

Een storing in een vitaal orgaan is dan ook levensbedreigend. 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Uit welke 3 delen bestaan je hersenen?

Slide 7 - Open vraag

Hersenen
De hersenen bestaat uit drie delen: 
de grote hersenen
de kleine hersenen 
de hersenstam. 
De hersenen zijn belangrijk voor:
het besturen van je lichaam, zoals je beweging, gevoel en gedrag. 

het regelen van je lichaamstemperatuur, hartslag, ademhaling en bloeddruk 

het geheugen, bewustzijn en emoties

Slide 8 - Tekstslide

Wat bevat de linkerhelft van het hart? bevat zuurstofrijk of zuurstofarm bloed?

Slide 9 - Open vraag

Wat zit er tussen de boezem en de kamers van je hart?

Slide 10 - Open vraag

Hart
Het hart is verdeeld in: 
een linkerhelft – bevat zuurstofrijk bloed
een rechterhelft – bevat zuurstofarm bloed

Beide helften zijn ook weer verdeeld in twee delen; 
een bovenste deel = boezem
een onderste deel = kamer

Tussen de boezem en de kamer zitten hartkleppen.

Slide 11 - Tekstslide

De bloedsomloop


de kleine bloedsomloop 

de grote bloedsomloop

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Reanimatie
Reanimeren is het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop wanneer er sprake is van een circulatiestilstand (stilstand van de bloedsomloop). Reanimeren bestaat uit het geven van beademing en borstcompressie (hartmassage). 



AED: Automatische Externe Defibrillator

Slide 14 - Tekstslide

AED is de afkorting van???

Slide 15 - Open vraag

Automatische Externe Defibrillator

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Wat is bloeddruk?

Slide 19 - Open vraag

Hoge bloeddruk verhoogt de kans op?
A
kaalheid
B
hart- en vaatziekten
C
incontinentie
D
ingegroeide teennagel

Slide 20 - Quizvraag

Bloeddruk
Bloeddruk is de kracht waarmee het hart het bloed de vaten in pompt. 
Het hart pompt het bloed met kracht de slagaders in. 

Er ontstaat een druk op de bloedvaten. Deze moet niet te hoog worden.

Een hoge bloeddruk vergroot de kans op hart- en vaatziekten.

Cholesterol is een vetachtige stof die in je lichaam voorkomt. 

Cholesterol is belangrijk voor je lichaam, voor de opbouw van lichaamscellen, de productie van hormonen en de spijsvertering.

Slide 21 - Tekstslide

Eerste hulp bij hitteberoerte
je belt 112

je brengt het slachtoffer naar een koele ruimte/plaats

je koelt het slachtoffer door:
 - de huid vochtig te maken met koud water
 - handdoeken - in (ijs) water gedrenkt - om het slachtoffer te wikkelen
 - coldpacks of ijs te leggen op plaatsen waar de grote bloedvaten aan de oppervlakte liggen: dit is onder de oksels, in de liezen en in de nek. 

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Oververhitting


Oververhitting ontstaat door een verhoogde lichaamstemperatuur. 


Slide 24 - Tekstslide

Hoe weet je dat je over verhit bent?
Noem een aantal symptomen:

Slide 25 - Open vraag

Symptomen:
• afwezigheid van transpiratie, 
• bewustzijnsdaling, 
• verwardheid, 
• hoge lichaamstemperatuur, 
• een snelle hartslag en 
• een stoornis in de ademhaling. 

Slide 26 - Tekstslide

Gewrichten

Een gewricht is een verbinding tussen twee botten waarbij beweging mogelijk is. 

Gewrichten zorgen voor de bewegelijkheid van het skelet. 

Slide 27 - Tekstslide

Welk soort gewricht hoort er niet bij?
A
scharniergewricht
B
kogelgewricht
C
rolgewricht
D
pijlgewricht

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Tekstslide

Conditie opbouwen
Conditie zegt iets over hoelang je iets kunt volhouden, maar het zegt ook iets over
je kracht, je snelheid, je lenigheid en het coördineren van je spieren. 
Adviezen
Doe iets wat je leuk vindt
Koop de juiste materialen
Zorg voor de juiste trainingsprikkel
Neem minimaal twee vaste momenten 
 per week
Neem voldoende rust
Sport samen
Zorg voor combinatie tussen spier- en conditiekracht

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video