Examentraining Drama - laatste les

Klaar voor CE Drama
Laatste les:
hoe moet je leren?
wat moet je écht kennen?

1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Klaar voor CE Drama
Laatste les:
hoe moet je leren?
wat moet je écht kennen?

Slide 1 - Tekstslide

Hoe moet je leren?
  • Leer de volgende documenten - zie Teams:  
- Reader (op papier of in IL)
- begrippen kunst drama (IL)
- examensyllabus (IL)
  •  Oefen met
    Quizlet, LessonUp, Oefenexamen 
  • Oefen een centraal examen (oefenen facet) en kijk na via examenblad.nl
> https://oefenen.facet.onl/facet/pages/oefen/start/ 


Slide 2 - Tekstslide

Wat moet je écht kennen?
  • Alle rijtjes 
  • Alle begrippen (zie begrippen kunst drama 2223)
  • Je moet kunnen toepassen op een nieuw voorbeeld

  • Bedenk bij elke vraag: welk begrip wordt hier getoetst? En laat in je antwoord zien dat je dat begrip kent
  • Beschrijf spel: wat je kunt zien en horen

Slide 3 - Tekstslide

Komt (bijna) altijd terug op het CE
  • Spelgegevens: wie, wat, waar, wanneer, waarom
  • Theatrale middelen: spelgegevens, enscenering, materiële vormgevingsmiddelen)
  • Non-verbale expressie (=fysiek): mimiek, gebaren, houding, beweging, handeling
  • Verbale uitingsmogelijkheden: woordkeuze, accent, volume, klemtoon, pauzering, toonhoogte,  tempo
  • Andere kunstvormen: beeldende kunst, dans, literatuur, muziek, film
  • Functies: informeren, amuseren, overtuigen
  • Materiële vormgevingsmiddelen: Decor, Geluid, Grime en hairstyling, Rekwisieten Kostuum, Licht, Muziek, Projecties

Slide 4 - Tekstslide

Veelvoorkomende begrippen

Slide 5 - Tekstslide

Theatervormgevingsmiddel
Karaktereigenschap
Non-verbaal spel / fysiek spel
Schakelen
Citaten (tekst)
Kunstdisciplines
Spelgegevens
Theatrale middelen

Dialoog
Stemgebruik
Hoge/lage status
Werkelijkheid
Spelwerkelijkheid
Mimiek
Denktekst
Contrast scene
Mise-en-scene

Slide 6 - Tekstslide



Speeltijd/gespeelde tijd
regisseur
Non verbaal spel (fysiek spel)
Verbaal spel
Speltechnieken


Schakelen
Tableau vivant
Transformatie
Slow motion
Doorbreken vierde wand

Slide 7 - Tekstslide

Verwijzing werkelijkheid: nabootsing, typering, oefensituatie, omkering, metafoor en vrije verbeelding

 
Theatraal middel: enscenering, spelgegevens, materiële vormgevingsmiddel

Stemgebruik
Contrast

Theatervormen: (panto)mime, tragedie, komedie, poppenspel, performance
Hoge/lage status
Werkelijkheid/ spelwerkelijkheid

Slide 8 - Tekstslide

Veelvoorkomende begrippen

Totaaltje/speciaaltje
Denktekst
Doorbreken vierde wand
Regieaanwijzingen
Conflict
Kijkrichting op toneel
Motief


Metafoor
Functies theater
Mise-en-scene
Montagevoorstelling
Personages
Spelimpuls
Rolinterview


Slide 9 - Tekstslide

Tips maken examenvragen
- Als je begrippen goed geleerd hebt, hoef je niet veel op te zoeken
- Markeer de kern van de vraag
- Check of je evenveel antwoord-elementen hebt gegeven als gevraagd worden (zie score-aantal)
- Video- en audiobronnen kun je pauzeren (doe dat dus ook als je wat relevants ziet of hoort)

Slide 10 - Tekstslide

Heel veel succes!
ps. maak de dialoogvraag en sla deze niet over

Slide 11 - Tekstslide