WELKE 5 woorden moet je zeker kennen als je over AI wil spreken?
WELKE 5 woorden moet je zeker kennen als je over AI wil spreken?
De SPREEK-Challenge
je spreekt over AI en gebruikt elk woord dat op de powerpoint verschijnt!
DINSDAG: TEST
10 WOORDEN OVER AI
DE TEGENWOORDIGE TIJD (HET WERKWOORD)
DE MODALE WERKWOORDEN
_________ jij al goed Nederlands
moet
kan
zal
mag
Hij _________ later graag architect worden.
wil
kan
zal
mag
Ik ben ziek. Ik __________ van de dokter rusten.
wil
kan
moet
mag
Ik ben ziek. Ik __________ niet naar school komen
wil
kan
moet
mag
__________ we vanavond naar de bioscoop gaan?
willen
kunnen
zullen
moeten
__________ ik jou iets vragen?
wil
kan
moet
mag
__________ jij dit weekend mee naar het strand gaan? Heb je daar zin in?
wil
kan
moet
mag
Ik __________ echt harder studeren.
wil
kan
moet
mag
Mijn mama __________ kan heel lekker koken.
wil
kan
moet
mag
Mama, __________ ik zaterdagavond naar een feestje?
wil
kan
moet
mag
Ik __________ zaterdagavond helaas niet naar dat feestje. Ik heb het veel te druk. Ik moet studeren.
wil
kan
moet
mag
__________ jij dit weekend veel huiswerk maken?
wil
kan
moet
mag
Wat __________ willen jullie graag drinken? Cola of water?
willen
kunnen
moeten
mogen
Wij __________ moeten stoppen aan het verkeerslicht. Het is rood
willen
kunnen
moeten
mogen
__________ ik binnenkomen?
wil
kan
moet
mag
Ik __________ zal dat morgen voor jou doen. Beloofd!
wil
zal
moet
mag
Maak een correcte zin met de zinsdelen onderaan. Begin met de hoofdletter. Vervoeg het modale werkwoord correct. Let op de plek van het modale werkwoord en het andere werkwoord! (Subject-modal verb-time-place-infinitive/ 2nd verb) Mijn vriend - naar Zweden - verhuizen - zullen - volgend jaar
Maak een correcte zin met de zinsdelen onderaan. Begin met de hoofdletter. Vervoeg het modale werkwoord correct. Let op de plek van het modale werkwoord en het andere werkwoord! (Place-modal verb-subject-time-infinitive/2nd verb) hij - mogen - Daar - niet na 8 uur 's avonds - gaan
Maak een correcte zin met de zinsdelen onderaan. Begin met de hoofdletter. Vervoeg het modale werkwoord correct. Let op de plek van het modale werkwoord en het andere werkwoord! (When-modal verb-subject-what-infinitive/ 2nd verb krijgen - Morgen - willen - een goed cijfer - het meisje
minute
second
Briefje schrijven
Uitnodiging
Je bent jarig en geeft zaterdag een verjaardagsfeest bij jou thuis in Alicante van 14u tot 20u. Je mag zelf bedenken wat jullie gaan doen. Schrijf een briefje om jouw vriend/ vriendin uit te nodigen
Antwoord
Je bent uitgenodigd voor een verjaardagsfeest van jouw vriendin. Dat is op zaterdag bij haar thuis in Alicante van 14u tot 20u. Op zaterdag heb jij een belangrijke basketbalwedstrijd. En die begint om 14u in Elche. Het begin van het feestje zal je dus missen, maar je hoopt dat je om 18u nog kan komen.
Schrijf haar een briefje om haar te bedanken voor de uitnodiging EN haar te vertellen waarom je later zal zijn