MODALE WERKWOORDEN

WELKE 5 woorden moet je zeker kennen als je over AI wil spreken?

1 / 40
volgende
Slide 1: Woordwolk
newEditorNT2Secondary Education

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

WELKE 5 woorden moet je zeker kennen als je over AI wil spreken?

De SPREEK-Challenge

je spreekt over AI en gebruikt elk woord dat op de powerpoint verschijnt!

DINSDAG: TEST

  • 10 WOORDEN OVER AI

  •  DE TEGENWOORDIGE TIJD (HET WERKWOORD)

  • DE MODALE WERKWOORDEN



_________ jij al goed Nederlands

A

moet

B

kan

C

zal

D

mag

Hij _________ later graag architect worden.

A

wil

B

kan

C

zal

D

mag

Ik ben ziek. Ik __________ van de dokter rusten.

A

wil

B

kan

C

moet

D

mag

Ik ben ziek. Ik __________ niet naar school komen

A

wil

B

kan

C

moet

D

mag

__________ we vanavond naar de bioscoop gaan?

A

willen

B

kunnen

C

zullen

D

moeten

__________ ik jou iets vragen?

A

wil

B

kan

C

moet

D

mag

__________ jij dit weekend mee naar het strand gaan? Heb je daar zin in?

A

wil

B

kan

C

moet

D

mag

Ik __________ echt harder studeren.

A

wil

B

kan

C

moet

D

mag

Mijn mama __________ kan heel lekker koken.

A

wil

B

kan

C

moet

D

mag

Mama, __________ ik zaterdagavond naar een feestje?

A

wil

B

kan

C

moet

D

mag

Ik __________ zaterdagavond helaas niet naar dat feestje. Ik heb het veel te druk. Ik moet studeren.

A

wil

B

kan

C

moet

D

mag

__________ jij dit weekend veel huiswerk maken?

A

wil

B

kan

C

moet

D

mag

Wat __________ willen jullie graag drinken? Cola of water?

A

willen

B

kunnen

C

moeten

D

mogen

Wij __________ moeten stoppen aan het verkeerslicht. Het is rood

A

willen

B

kunnen

C

moeten

D

mogen

__________ ik binnenkomen?

A

wil

B

kan

C

moet

D

mag

Ik __________ zal dat morgen voor jou doen. Beloofd!

A

wil

B

zal

C

moet

D

mag

Maak een correcte zin met de zinsdelen onderaan. Begin met de hoofdletter. Vervoeg het modale werkwoord correct. Let op de plek van het modale werkwoord en het andere werkwoord! (Subject-modal verb-time-place-infinitive/ 2nd verb) Mijn vriend - naar Zweden - verhuizen - zullen - volgend jaar

Maak een correcte zin met de zinsdelen onderaan. Begin met de hoofdletter. Vervoeg het modale werkwoord correct. Let op de plek van het modale werkwoord en het andere werkwoord! (Place-modal verb-subject-time-infinitive/2nd verb) hij - mogen - Daar - niet na 8 uur 's avonds - gaan

Maak een correcte zin met de zinsdelen onderaan. Begin met de hoofdletter. Vervoeg het modale werkwoord correct. Let op de plek van het modale werkwoord en het andere werkwoord! (When-modal verb-subject-what-infinitive/ 2nd verb krijgen - Morgen - willen - een goed cijfer - het meisje

10

minute

00

second

Briefje schrijven


Uitnodiging

Je bent jarig en geeft zaterdag een verjaardagsfeest bij jou thuis in Alicante van 14u tot 20u. Je mag zelf bedenken wat jullie gaan doen. Schrijf een briefje om jouw vriend/ vriendin uit te nodigen



Antwoord

Je bent uitgenodigd voor een verjaardagsfeest van jouw  vriendin. Dat is op zaterdag bij haar thuis in Alicante van 14u tot 20u. Op zaterdag heb jij een belangrijke basketbalwedstrijd. En die begint om 14u in Elche. Het begin van het feestje zal je dus missen, maar je hoopt dat je om 18u nog kan komen.

Schrijf haar een briefje om haar te bedanken voor de uitnodiging EN haar te vertellen waarom je later zal zijn