Tijdvak 5 - Keuzedeel / 20 vragen

Tijdvak 5 - Keuzedeel
20 vragen
Wat weet je nog?
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Tijdvak 5 - Keuzedeel
20 vragen
Wat weet je nog?

Slide 1 - Tekstslide

In welk tijdvak was de landbouwrevolutie?
A
In de tijd van jagers en boeren.
B
In de tijd van steden en staten.
C
In de tijd van monniken en ridders.
D
In de tijd van Grieken en Romeinen.

Slide 2 - Quizvraag

Welke uitvinding aan het eind van de middeleeuwen was net zo belangrijk als tegenwoordig internet.

Slide 3 - Open vraag

Door welke uitvinding verspreidden de ideeën van de renaissance zich snel over Europa?
A
uitvinding van het wiel
B
uitvinding van internet
C
uitvinding van schrijven op papier
D
uitvinding van de boekdrukkunst

Slide 4 - Quizvraag

Welke uitspraak is onjuist?
A
Het is zeker dat Leonardo gevlogen heeft.
B
Leonardo was een renaissance kunstenaar.
C
Leonardo da Vinci bestudeerde het vliegen van vogels en schreef daar in zijn boek over.
D
Leonardo was een schilder, beeldhouwer en uitvinder.

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een andere naam voor de tijd van Grieken en Romeinen?
A
middeleeuwen
B
oudheid
C
prehistorie
D
vroeg moderne tijd

Slide 6 - Quizvraag

Waarom is de tekening van de man in de cirkel van Leonardo da Vinci een typisch voorbeeld van een werk uit de renaissance?
A
Omdat naakt toen erg in de mode was.
B
Omdat dit plaatje Erasmus voorstelt.
C
Omdat het een studie is van het menselijk lichaam.

Slide 7 - Quizvraag

Waar komt de naam ‘humanist’ vandaan?
A
Humanist komt van het Griekse woord voor natuur.
B
Humanist komt van het Griekse woord voor wedergeboorte.
C
Humanist komt van het Latijnse woord voor menselijkheid
D
Humanist komt van het Latijnse woord voor onderwijs.

Slide 8 - Quizvraag

Waar was het leven in de tijd van monniken en ridders vooral op gericht?
A
Op het streven naar gelijkheid tussen mensen
B
Op de cultuur van de Grieken en Romeinen.
C
Op het leven na de dood.

Slide 9 - Quizvraag


JUIST

ONJUIST
De kunstenaars van de oudheid waren veel knapper dan de kunstenaars van de renaissance
De renaissance had erg veel belangstelling en waardering voor kunst en de wetenschap van de middeleeuwen
De renaissance had erg veel belangstelling en waardering voor kunst en de wetenschap van de oudheid
De renaissance was aan het eind van de middeleeuwen

Slide 10 - Sleepvraag

Welke periode past het best bij ontdekkingsreizen en de hervorming?
A
1400-1500
B
1300-1400
C
1500 - 1600
D
1600 - 1700

Slide 11 - Quizvraag


JUIST

ONJUIST
Luther vertaalde de bijbel in het Nederlands
Een ander woord voor hervorming is renaissance.
Erasmus had net als Luther kritiek op de kerk maar hij bleef wel roomskatholiek
Zonder de boekdrukkunst had Luther veel minder aanhangers gekregen.

Slide 12 - Sleepvraag

Wat is een kenmerk van protestantse kerken in Nederland?
A
Heiligenbeelden in nissen.
B
Veel schilderijen aan de muur.
C
Biechthokjes
D
Witte muren en geen versiering.

Slide 13 - Quizvraag

In welke twee grote groepen raakte het christendom door de Reformatie verdeeld?
A
protestanten en katholieken
B
katholieken en rooms-katholieken
C
gereformeerden en hervormden
D
calvinisten en christenen

Slide 14 - Quizvraag

In 1588 werd de Republiek der Verenigde Nederlanden gesticht. In welke tijd was dat?
A
monniken en ridders
B
de tijd van ontdekkers en hervormers
C
regenten en vorsten
D
de tijd van steden en staten

Slide 15 - Quizvraag

In 1581 publiceerden de opstandige gewesten het Plakkaat van Verlating. Wat stond daar in?
A
Dat sommige Nederlandse gewesten in het noorden van de Nederlanden Philips II voortaan niet langer als hun vorst erkenden.
B
Dat de vrouw van Philips II hem ging verlaten.
C
Dat sommige Nederlandse gewesten in het zuiden van de Nederlanden Philips II voortaan niet langer als hun vorst erkenden.
D
Dat Philips II de Nederlanden had verlaten en voortaan in Spanje ging wonen.

Slide 16 - Quizvraag

Kies het juiste antwoord.
A
Willem van Oranje kwam in opstand tegen Alva die voor Philips II de Nederlanden bestuurde.
B
Willem van Oranje kwam in opstand tegen Alva die voor Karel V de Nederlanden bestuurde.
C
Willem van Oranje kwam in opstand tegen Karel V.
D
Karel V volgde Philips II op in 1555.

Slide 17 - Quizvraag

Hoe werden de aanhangers van Willem van Oranje die tegen de Spanjaarden vochten genoemd?

Slide 18 - Open vraag

Wat bedoelen we met Europese expansie?
A
Europeanen gaan naar andere werelddelen en bouwen daar forten en handelsfactorijen.
B
Europea breidt zich uit.
C
Europeanen gaan naar Azië om ontwikkelingshulp te geven.

Slide 19 - Quizvraag

Wie ontdekte het zuidelijkste punt van Afrika? Bartholemeus ....

Slide 20 - Open vraag

Welke zin is onjuist?
A
1488 Bartholomeüs Diaz ontdekt de zuidkust van Afrika
B
1596 Cornelis de Houtman reist als eerste Nederlander naar Indië
C
1498 Vasco da Gama vaart naar Indië
D
1492 Columbus vaart naar Kaap de Goede Hoop

Slide 21 - Quizvraag