Het christendom

Het Romeinse Rijk


Het christendom
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Introductie

Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen hoe het christendom ontstond en waarom dit een belangrijke godsdienst werd.

Onderdelen in deze les

Het Romeinse Rijk


Het christendom

Slide 1 - Tekstslide

Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
  • Jodendom 
  • Christendom 
  • Opdracht christelijke feestdagen
  • Huiswerk 

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe joden in het hele Romeinse rijk terechtkwamen.
  • Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe het christendom ontstond en werd verspreid. 

Slide 4 - Tekstslide

Wat weet jij eigenlijk
van het jodendom?

Slide 5 - Woordweb


Koninkrijk?


De stadstaat Rome is ooit een koninkrijk geweest,
hoewel daar erg weinig over bekend is.

En of het verhaal van Romulus en Remus waar is....?
In 117 na Christus was het Romeinse Rijk op zijn grootst. 
In 63 v. Chr. veroverden de Romeinen de streek Palestina. Hier woonden vooral joden. Zij geloven in één god. Dit heet: monotheïsme (monos=enkel, theos=god).<div>De joden geloofden dat een verlosser hen zou bevrijden van al het kwaad, dus misschien ook wel van de Romeinen.</div>
Romeinen geloven in meerdere goden. Dit heet: polytheïsme (poly=meer, theos=god). Overwonnen volken mogen hun eigen goden houden, zolang ze de belangrijkste Romeinse goden ook vereren. De Romeinen nemen op hun beurt ook weer Goden van andere volken over.

Slide 6 - Tekstslide

Jodendom in het Romeinse rijk
  • De Romeinen onderwerpen (veroveren) Judea (het huidige Israël/Palestina.
  • Het Jodendom gelooft in een God (monotheïsme) 
  • monos (enkel) en theos (God). 

Slide 7 - Tekstslide

Jodendom in het Romeinse rijk
  • De romeinen geloofden in meer dan een God (Polytheïsme) 
  • Poly (meer) en theos (God). 
  • Dat was een probleem! 

Slide 8 - Tekstslide

Jodendom in het Romeinse rijk
  • Judea wordt een provincie van het Romeinse rijk.
  • De joden moesten hoge belastingen betalen.
  • De tempel van de joden werd vernielt. 

Slide 9 - Tekstslide

Jodendom in het Romeinse rijk
  • In 132 n.chr. kwamen de joden in opstand.
  • Deze werd hardhandig neergeslagen.
  • Joden waren niet meer welkom in Jeruzalem
  • Veel joden worden vermoord, weggejaagd of tot slaaf gemaakt. 

Slide 10 - Tekstslide

Jodendom in het Romeinse rijk
  • Ze bouweden ergens anders Synagogen waarin ze samen kwamen om te bidden.

Slide 11 - Tekstslide

Wat weet jij eigenlijk
van het christendom?

Slide 12 - Woordweb


Jezus van Nazareth


  • Jezus is een Joodse man die rondreist in de streek Judea en vertelt dat God goede mensen beloont en slechte mensen straft.
  • Jezus krijgt veel aanhangers die dit later hebben opgenomen in de Bijbel. 
  • Joodse prediker (...) die mensen leerden over het joodse geloof.
  • Je moest vooral de zwakkere medemens zorgen.

Slide 13 - Tekstslide


Jezus van Nazareth


  • De Romeinen vinden hem daarom gevaarlijk. Ze nemen hem gevangen en kruisigen hem, de straf voor een opstandige slaaf.
  • Volgelingen geloven dat hij is gestorven om mensen te verlossen van hun zonden. 
  • Er is een hemel in het hiernamaals.

Slide 14 - Tekstslide


Christenen

  • De volgelingen van Jezus noemen zichzelf christenen. 
  • Deze naam komt van Christus, dat 'gezalfde' betekent.  
  • Jezus wordt door zijn volgelingen zo genoemd. 
  • Zij geloven in de woorden die Jezus (via zijn leerlingen) aan hen heeft gegeven: 'Iedereen is gelijk voor God en voor ieder goed mens is er een plek in de hemel'.

Slide 15 - Tekstslide

Welke christelijke feesten kennen we?

Slide 16 - Open vraag

Een Christelijke cultuur
  • Christelijke geloof verweven in dagelijksleven 
  • Trouwen in kerk
  • Doop in kerk
  • Begraven bij kerk
  • Elke zondag naar de kerk
  • Vrij op christelijke feestdagen

Slide 17 - Tekstslide

Een Christelijke cultuur
  • Priester = Geestelijke die mensen helpt om te leven volgens de geloofsregels. Hij verzorgt de kerkdienst, de doop, het huwelijk en de begrafenis van gelovigen.

Slide 18 - Tekstslide

Opdracht christelijke feestdagen:
In een groepje van 4 ga je informatie zoeken over een christelijk feest, je krijgt dit feest van je docent. Aan de hand van een mindmap en een afbeelding ga je aan de klas vertellen waar het feest om draait, wat er gevierd wordt en op welke manier mensen dit vieren.

Presenteren de volgende les!

Slide 19 - Tekstslide

Groepjes
  • Groep 1: Romy, Zoë, Shurti, Noor en Eflin
  • Groep 2: Yindee, Kala, Leah en Kim
  • Groep 3: Lieke, Evy, Danique en Ceylin 
  • Groep 4: Vince, Payam, Sinan en Gradje
  • Groep 5: Khalil, Kenan, Dhnyanesh en Coskun 
  • Groep 7: Rojwan, Nick, Timo en Gabriel

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Het Romeinse Rijk


Het christendom

Slide 22 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
  • Presenteren mindmap 
  • Christenen in het Romeinse rijk
  • Opdracht 

Slide 23 - Tekstslide

Leerdoel
  • Hoe het Christendom werd verboden en later de Romeinse staatsgodsdienst werd. 

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Groepjes
  • Groep 1: Romy, Zoë, Shurti, Noor en Eflin
  • Groep 2: Yindee, Kala, Leah en Kim
  • Groep 3: Lieke, Evy, Danique en Ceylin 
  • Groep 4: Vince, Payam, Sinan en Gradje
  • Groep 5: Khalil, Kenan, Dhnyanesh en Coskun 
  • Groep 7: Rojwan, Nick, Timo en Gabriel

Slide 26 - Tekstslide


Christenen in het Romeinse Rijk


  • Het Christendom verspreidt zich snel in het Romeinse Rijk. 
  • De goede wegen en de aantrekkingskracht van het geloof (gelijkheid in de hemel, mysterieus en interessant) zorgen ervoor dat veel mensen christen worden.


Christenen gebruikten zelden het kruis als symbool. Ze gebruikte liever het Chi Rho-teken: de eerste twee letters van de naam Christus in het Grieks. De twee letters naast het teken zijn de alpha (α) en de omega (Ω): de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet. Hiermee gaven ze aan dat Jezus het begin en het einde was.

Slide 27 - Tekstslide


Christenen in het Romeinse Rijk


Het Christendom verspreidt zich snel in het Romeinse Rijk. 
De goede wegen en de aantrekkingskracht van het geloof 
zorgen ervoor dat veel mensen christen worden.


De verspreiding van het Christendom in het Romeinse Rijk.
Verspreiding rond het jaar 75.
Verspreiding rond het jaar 200.
Verspreiding rond het jaar 300.
Verspreiding rond het jaar 400.

Slide 28 - Tekstslide


Christenvervolging


  • Maar christen zijn in het Romeinse Rijk is levensgevaarlijk! 
  • Net als het Jodendom geloven de christenen maar in één god, en dat is niet de Romeinse keizer!

  • De Romeinse keizers laten daarom de christenen vervolgen en doden...
Onder sommige Romeinse steden bevonden zich <b>catacomben</b> waarin christenen (maar ook Joden) hun doden begroeven.<div>Veel van deze catacomben zijn mooi versierd met christelijke muurschilderingen.</div><div>De catacomben werden soms ook gebruikt voor kerkdiensten, omdat het boven de grond te gevaarlijk was om openlijk voor je geloof uit te komen.</div>

Slide 29 - Tekstslide


Christenvervolging


Maar christen zijn in het Romeinse Rijk is levensgevaarlijk! 
Net als het Jodendom geloven de christenen maar in één god, 
en dat is niet de Romeinse keizer!

De Romeinse keizers laten daarom de christenen vervolgen en doden...
Om voor elkaar (maar niet voor de Romeinen!) herkenbaar te zijn, gebruikten christenen symbolen. Zo tekenden ze bijvoorbeeld een <b>ichthus</b> (vis) in het zand om hun geloof aan andere christenen kenbaar te maken. Als er dan een Romein in de buurt was, konden ze het symbool weer eenvoudig wissen.<div>Hoewel de naam ichthus, vis betekent, is het ook een afkorting van de eerste letters van:&nbsp;<i>Jezus Christus, Gods zoon, (en / de) Redder</i>, in het Grieks.</div>

Slide 30 - Tekstslide


Christenvervolging


Maar christen zijn in het Romeinse Rijk is levensgevaarlijk! 
Net als het Jodendom geloven de christenen maar in één god, 
en dat is niet de Romeinse keizer!

De Romeinse keizers laten daarom de christenen vervolgen en doden...
Voor de leeuwen gooien, was een gebruikelijk doodstraf voor christenen tijdens hun vervolgingen in het Romeinse Rijk.<div>Het moet een gruwelijk spektakel zijn geweest, maar wat vooral indruk op de toeschouwers maakte was dat de christenen soms niet gingen vechten met de leeuwen, maar bidden tot hun god.&nbsp;</div><div>De toeschouwers waren verbijsterd, maar ook nieuwsgierig: als je toch zoveel vertrouwen in je god hebt, dan moet het wel een hele goede god zijn.&nbsp;</div>

Slide 31 - Tekstslide


Constantijn de Grote


  • Christenen zijn ruim 3 eeuwen vervolgd in het Romeinse Rijk. 
  • Door Constantijn de Grote komt daar een einde aan:  kort voor een veldslag zou hij in een visioen een teken hebben gezien met daarbij geschreven de woorden dat de god van de christenen hem de zege belooft. 
  • Hij won de veldslag en werd christen...

Constantijn de Grote ziet een christelijk teken. Gravure uit de 17e eeuw.

Slide 32 - Tekstslide





  • ...vermoedelijk was de werkelijkheid iets anders: er braken steeds meer rellen uit tussen christenen en Romeinen. 

  • Constantijn bedacht de oplossing: godsdienstvrijheid voor de christenen. 
  • Hij werd zelf pas christen vlak vóór zijn dood.

Een standbeeld van Constantijn de Grote, of eigenlijk Flavius Valerius Aurelius Constantinus. De naam 'de Grote' heeft niets te maken met zijn lengte of het feit dat hij een goede keizer was. Het is een titel die de christelijke kerk aan hem heeft gegeven voor zijn bijdrage aan het christendom.

Slide 33 - Tekstslide


Staatsgodsdienst

  • In 380 gebeurt er iets bijzonders: keizer Theodosius verplicht iedereen om christen te worden. 
  • Het christendom wordt staatsgodsdienst en alle andere godsdiensten worden verboden. 
  • Iedereen die niet christen is wordt vervolgd en hij verbiedt de Olympische Spelen, omdat ze niet christelijk zijn.
Romeinse munt met het hoofd van Theodosius I de Grote

Slide 34 - Tekstslide

Staatsgodsdienst
  • Maar! Het jodendom werd niet verboden. 

Slide 35 - Tekstslide

Kerk
  • Hierin kwamen ze samen om te bidden. 
  • Het rijk wordt verdeeld onder kerkprovincies.
  • Bisschoppen hadden de leiding. 
  • Leider van Rome wordt de paus. 
  • Tot op de dag van vandaag nog steeds van de Rooms-katholieke kerk

Slide 36 - Tekstslide

Hoe komt het dat vooral arme mensen christen werden?
A
De christenen zorgden ervoor dat arme mensen omgekocht werden. Als zij christen zouden worden, kregen ze een groot geldbedrag.
B
Rijke mensen hadden een betere opleiding gehad. Daarom geloofden ze de dingen die de christenen vertelden, niet zo makkelijk.
C
Christenen hielpen elkaar. Als er één ziek werd of in de problemen kwam, hielpen de anderen hem.
D
Christenen geloven dat je in de hemel komt als je goed geleefd hebt. Arme mensen hadden een zwaar leven. Zij vonden het fijn dat er na de dood een prettiger leven zou komen.

Slide 37 - Quizvraag

Welke gebeurtenis is het langst geleden?
A
Het christendom is staatsgodsdienst.
B
Het is verboden om christen te zijn. Iedereen die christen is, kan zwaar gestraft worden.
C
De Romeinse keizer Constantijn wordt christen. Het christendom is niet meer verboden.
D
Ondanks het gevaar worden steeds meer mensen christen.

Slide 38 - Quizvraag

Welke gebeurtenis is het minst lang geleden?
A
Het christendom is staatsgodsdienst.
B
Het is verboden om christen te zijn. Iedereen die christen is, kan zwaar gestraft worden.
C
De Romeinse keizer Constantijn wordt christen. Het christendom is niet meer verboden.
D
Ondanks het gevaar worden steeds meer mensen christen.

Slide 39 - Quizvraag