H8 par 8.1 + 8.2 + 8.3

H8 Werk 
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H8 Werk 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
1. Intro nieuw hoofdstuk / toets vorige hoofdstuk 
2. Par 8.1 
3. Par 8.2 
4. Par 8.3
5. Werken in het boek 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

8.1 Waarom werken we? 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vrijwilligerswerk
Werk

Slide 4 - Tekstslide

Werk is je doet iets waar anderen behoefte aan hebben
Bijvoorbeeld de kapper. 
Werk vooral om geld te verdienen, maar ieder zo zijn ding. Werk kan ook belangrijk zijn voor de maatschappij zoals docenten. Als je werkt betaal je belasting en premies. Bij uitkering wordt het daarvan ingehouden. 

Vrijwilligerswerk onbetaald werk wat je onverplicht doet. 
Vereniging of mantelzorg. 
Noem 4 redenen om te gaan werken

Slide 5 - Open vraag

1. Salaris
2. Sociale contacten; samenwerken kan een goed gevoel geven en er kunnen vriendschappen ontstaan of een relatie vinden
3. Waardering; goed gevoel van complimenten of belangrijk gevonden worden 
4. Ergens goed in worden
Piramide van Maslow 

Slide 6 - Tekstslide

De basisbehoeften van ieder mens. De onderste is de belangrijkste om daarvanuit op te bouwen. 

Bij welke basisbehoefte speelt werk geen rol. 
Een ander woord voor vrijwilligerswerk is:
A
onbetaald werk
B
maatschappelijke participatie
C
participatie
D
werk

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

8.2 Met werk kom je verder

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maatschappelijke positie 

Slide 9 - Tekstslide

De plek die iemand inneemt in de
samenleving.


Wat heeft invloed op je
maatschappelijke
positie?

Slide 10 - Woordweb

De volgende zaken hebben invloed op je maatschappelijke positie:
• geld en bezit
• status
• verantwoordelijkheid
• talent
• macht
• kennis en vaardigheden
Alle maatschappelijke posities in een samenleving van laag naar hoog

Slide 11 - Tekstslide

Maatschappelijke ladder.

Op de ladder is vaak kritiek. Niet iedereen heeft het talent om door
te leren of vindt verantwoordelijkheid hebben belangrijk. Dat is niet erg: de samenleving heeft behoefte aan theoretisch én praktisch opgeleide mensen.

Niet iedereen heeft gelijke kansen in de samenleving:
A
kansenongelijkheid
B
gelijkheid
C
solidariteit
D
kansrijk

Slide 12 - Quizvraag

Mensen hebben meer kansen met meer geld. Ingangen via invloedrijke mensen, maar niet iedereen kent die. 
Wat neemt er af in de samenleving door kansenongelijkheid?
A
wij-gevoel
B
sociale cohesie
C
zij-gevoel
D
participatie

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kwalificatieplicht

Slide 14 - Tekstslide

De overheid probeert de kansenongelijkheid te verkleinen.
Daarom is de kwalificatieplicht ingesteld: 
leerlingen van 16 tot 18 jaar zijn verplicht onderwijs te volgen tot ze een diploma hebben.

Het doel daarvan is dat leerlingen een goede kans op de arbeidsmarkt krijgen.

Sociale mobiliteit
Doorgroeien naar een andere maatschappelijke positie 

Slide 15 - Tekstslide

Bijvoorbeeld door je inzet op je opleiding of je werk.
Bijvoorbeeld: beginnen als vakkenvuller en eindigen als manager. 

In veel andere landen is dit anders, daar is je familie bepalend voor je positie in de samenleving.

8.3 Ken je rechten

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wit
Zwart

Slide 17 - Tekstslide

Als je een arbeidsovereenkomst hebt, werk je ‘wit’. Je betaalt dan belasting en premies.

Bij zwartwerk betaal je geen belastingen en premies. Het lijkt dus of je meer geld krijgt, maar je hebt geen rechten. Zwartwerken is verboden en er staat een flinke boete op. Je bent niet verzekerd bij ongevallen en hebt geen rechten. 

Wat staat er allemaal
in een arbeidsovereenkomst?

Slide 18 - Woordweb

De afspraken tussen werkgever
en werknemer.
Bijvoorbeeld over:
• je functie
• je werktijden
• de lengte van het contract
• je loon
• het aantal vakantiedagen
• je proeftijd
Afspraken over werk voor alle
werknemers binnen een hele bedrijfstak.
A
cao
B
collectieve arbeidsovereenkomst
C
arbeidsovereenkomst
D
arbowet

Slide 19 - Quizvraag

Een bedrijfstak is bijvoorbeeld de horeca, de bouw of de zorg.

CAO verhogingen gaan via de vakbonden. Zij strijden voor de werknemers van een bepaalde bedrijfstak. 

Arbowet 

Slide 20 - Tekstslide

(Arbeidsomstandighedenwet) staat waaraan gezonde en veilige werkplekken moeten voldoen.
Bijvoorbeeld: bouwvakkers moeten stevige schoenen en een helm dragen.

Voor jongeren zijn speciale arboregels.

Slide 21 - Tekstslide

Ook over werktijden en pauzes zijn er afspraken gemaakt:

Loon 

Slide 22 - Tekstslide

Het minimumloon is het salaris dat je minimaal moet ontvangen als je in loondienst werkt.

Het brutoloon is het loon dat je afspreekt in je contract.

Het nettoloon is het bedrag dat na belasting en premies op je
bankrekening wordt gestort.

Slide 23 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Recht op een uitkering

Slide 24 - Tekstslide

Werken is een recht. Daarom staat in de Grondwet dat de overheid
haar best moet doen om voor voldoende banen te zorgen.

Als het niet lukt om een baan te vinden, heb je recht op een uitkering. 

Als je een uitkering krijgt moet je (vaak) voldoen aan sollicitatieplicht
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quizvraag

Sollicitatieplicht: je moet blijven zoeken naar een baan.
Werken in je boek
Maak par 8.1 t/m 8.3

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies