BG3- module 2 - les 2: Methodisch werken

Beroepsgericht 3

Module 2- lesweek 2 
Methodisch werken
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Beroepsgericht 3

Module 2- lesweek 2 
Methodisch werken

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DINSDAG DILEMMA

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Je kunt met dieren praten – of –
2. je voelt je altijd uitgerust
Dieren praten
Altijd uitgerust

Slide 3 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

1.je moet altijd een theelepeltje zand in je eten doen – OF –
2. je huis staat 20 graden gekanteld
Zand in je eten
Huis 20 graden gekanteld

Slide 4 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

1. Je moet je partner op je rug overal naartoe brengen – OF – 2. je partner weegt voor de rest van zijn/haar leven 200 kg
Partner overal naar toe brengen
Partner weegt 200 kg

Slide 5 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Beroepsgericht 3
Module 2: Inventariseert de ondersteuningsvragen
Blok 2: Wat is methodisch werken? (DEEL 2)
Docent: Farah Negro

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
  • Terugblik vorige les middels een quiz
  • Lesdoel
  • Lesplanner
  • Theorie
  • Werkvorm
  • Terugkoppeling/afronding les

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorkennis meten : Quizzz


  • Er komen direct 10 quiz vragen. Beantwoord de vragen


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 1: Planmatig werken betekent…
A
Dat je je altijd aan het plan houdt
B
Dat je volgens een bepaalde aanpak werkt
C
Dat je altijd een dagplanning maakt

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 2: Een cyclisch proces is altijd…
A
Klaar als je je doelen hebt bereikt
B
Klaar voor een bepaalde datum
C
Zichzelf herhalend

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 3: Methodisch handelen zorgt voor professioneel handelen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 4: De beginsituatie vaststellen is…
A
Fase 1
B
Fase 2
C
Fase 3

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 5: Een doel is altijd…
A
SOAP
B
SMART
C
STARTT

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 6: Evalueren is belangrijk omdat…
A
Je dan weet wanneer je klaar bent
B
Je dan weet of je je plan moet aanpassen
C
Je dan weet of je doel bereikt is

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 7: De PDCA cyclus kan je bij iedere fase van methodisch werken gebruiken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 8: Bij fase 2 ga je onderzoek doen naar de beginsituatie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 9: Er zijn 8 algemene levensterreinen. Welke hoort hier niet bij?
A
Dagbesteding
B
Zingevig
C
Financiën
D
Alcohol en drugsgebruik

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 10: Methodisch werken kent 4 belangrijke kenmerken, namelijk: doelgericht, planmatig, procesmatig en bewust.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
  • De student legt uit welke 5 elementen belangrijk zijn bij het formuleren van een SMART-doel.

  • De student kan de verschillen tussen een medische, holistische en emancipatorische visie omschrijven.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SMART-DOELEN
Als je een doel omschrijft voor de client of bijv. Voor jezelf in een POP dan moeten deze doelen SMART zijn. SMART staat voor....

Slide 20 - Tekstslide

POP= persoonlijk ontwikkelingsplan.


korte oefening!
  1. Kijk 30 seconden goed rond de klas. 
  2. Sluit nu jullie ogen.... 
  3. ik zal enkele vragen stellen
Nabespreking
  • Hoe komt het dat het meerdere keren fout was?
  • Wat zou er gebeurd zijn als je vooraf had geweten wat de vraag is? 
  • bijv. ? Als je had geweten dat je moest letten op de groene dingen had je er waarschijnlijk veel meer kunnen noemen.

 



Slide 21 - Tekstslide



1. Welke kleur is de trui van..?
2. Of hoeveel laptops liggen er op de tafels? 
Hoeveel groene dingen zijn er te zien?
 Als ze de ogen weer openen zien ze dat ze het regelmatig fout hadden.
Bespreek dan na:
Hoe komt het dat je het fout had? Wat zou er gebeurd zijn als je vooraf had geweten wat de vraag is? Als je had geweten dat je moest letten op de groene dingen had je er waarschijnlijk veel meer kunnen noemen.
Hoe komt dat?
Wanneer je vooraf dus duidelijke doelen stelt, bereik je meer.

Conclusie
Als je van te voren een doel hebt kan je meer achterhalen. 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelstellingen SMART maken
  1. Ik wil beter leren plannen
  2. Ik wil op tijd op mijn werk komen
  3. Ik wil mijn kamer opruimen


Ga eens aan de slag met de bovenstaande doelstellingen. Deze zijn momenteel niet SMART geformuleerd. Maak ze eens SMART!




Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hulpvragen formuleren a.d.h.v. de 8 algemene levensterreinen (opdr. 1, 2, 6 mm 2,1)

Vanuit deze levensgebieden/ beginsituatie van de cliënt kan je een 
ondersteuningsvraag omschrijven. 
Deze begint altijd met: ''help mij bij...'' 

Onderzoek hulpvraag --> houdt rekening met alle levensterreinen!
  1. Zingeving,: drijfveren, betekenis, dromen en verlangens, cultuur en waarden, spiritualiteit, motivatie
  2. Sociale relaties: gezin, familie, relaties en vrienden, buurtgenoten, professionele contacten, sociale vaardigheden, sociale media
  3. Werk en activiteit: werk (betaald of onbetaald, dagactiviteiten, activiteiten, opleiding en scholing, vrijetijdsbesteding
  4. Lichamelijke gezondheid: eten, drinken, sport, bewegen, zelfzorg, fysieke, conditie, ziekte, handicap, 
  5. Psychische gezondheid: welbevinden, zelfzorg , autonomie, ziekte, handicap
  6. Wonen: Huisvesting, buurt of wijk, vervoer, huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen (HDL)
  7. Financiën: Inkomen, uitgaven, bestedingspatroon, administratie, verzekeringen, financiële zorg voor anderen.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

visies op methodisch werken
Wat is een visie? =
De toekomstdroom van de organisatie
Welke bijdrage wil de organisatie leveren aan de maatschappij,
Lang termijnperspectief van een organisatie.
1 visie, niet meerdere visies per organisatie.
Visie ontwikkeld mee met maatschappelijke ontwikkelingen
Bijv. Regie bij de client


Slide 25 - Tekstslide

Eigen regie gaat om de volgende vier aspecten: 
1. Uitgaan van het positieve: wat kan ik wel als cliënt, 
waar ligt mijn kracht? 
De cliënt versterken door inzicht in zijn eigen drijfveren en situatie: op welke gebieden gaat het goed, op welke gebieden gaat het niet zo goed, wat wil ik nog of weer graag kunnen doen?
Visie wordt beïnvloed door...
  • Cultuur (het geheel van overtuigingen, opvattingen, waarden en normen)
  • Wetenschappelijke ontwikkelingen (domotica)
  • Demografische gegevens (samenstelling bevolking)
  • Politieke en economische krachten (wetgeving, geld)
  • Sociale wetenschappen (bestraffen --> belonen)

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diverse visies op zorg en hulpverlening


  1. Medische visies
  2. Holisitische visie
  3. Emancipatorische visie

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medische visie
Medische visie = traditionele visie, waarin cliënt wordt gezien als patiënt met zichtbare problemen en beperkingen
Kijken naar problemen en minder naar mogelijkheden.

 Verzorgen/verplegen is van belang. 
Professional weet wat goed is. Aanbodgericht werken. Schema’s en ADL van belang.

Slide 28 - Tekstslide

ADL = algemene dagelijkse levensverrichtingen. 
Holistische visie
Holistische visie = ziet de mens als een geheel met verschillende deelgebieden die met elkaar samenhangen en op elkaar inwerken. 

De psychische, sociale en lichamelijke aspecten zijn wel te onderscheiden, maar niet te scheiden.

Ieder mens uniek, eigen behoeften ongeacht problemen of beperkingen. Afstemming in overleg met cliënt. Samenhang in de zorg.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Emancipatorische visie
Emancipatorische visie = cliënt is uniek en geeft zelf richting aan zijn leven, dus ook aan de zorg.
Tegenwoordig het uitgangspunt: Cliënt centraal. 
Draagt holistische (alles omvattende aanpak) visie in zich. 
In zorg en ondersteuning hebben cliënten actieve rol. 
Gelijke rechten en verantwoordelijkheden. 
Volwaardig en gelijkwaardige plaats. Gaat om wat cliënt wil en kan. Dementie: kan dit niet altijd, wel als begeleider verplaatsen in cliënt, waardigheid is uitgangspunt.

Slide 30 - Tekstslide

Waardigheid= 
Het recht op bescherming tegen vernedering en ontmenselijking. Waardigheid is speciaal ook het recht op bescherming van kwetsbare mensen: kinderen, ouderen, etnische minderheden, vluchtelingen, daklozen en zo meer.
Actuele visie en methodisch werken

Emancipatorische visie belangrijker geworden door diverse ontwikkelingen:

  • Toenemende marktwerking in de zorg
  • Toenemende klantgerichtheid
  • Toenemende complexiteit in de zorg
  • Multiculturele samenleving
Individualisering botst met participatiesamenleving

Slide 31 - Tekstslide

3= bijvoorbeeld maatschappij ingewikkelder, complexiteit hulpvragen neemt toe. 
Problemen op verschillende levensterreinen. Mensen kunnen moeilijker staande houden: ouderen, gezinnen met verlies van inkomen.

Het methodiekdocument
Beleidsplan: visie, werkwijze, methoden en plannen


Methodiekdocument:
Document dat de zorg en begeleiding in een organisatie in kaart brengt en het methodisch handelen legitimeert door aan te geven wat de doelstelling van de organisatie is, hoe daarin gewerkt wordt, wie de betrokkenen zijn en welke bijdrage van hen gevraagd wordt.
Voorbeelden: zorgleefplan, begeleidingsplan



Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het methodiekdocument: Toepasbaar en overdraagbaar
Laatste slide :)




  • Alle collega’s moeten direct kunnen begrijpen wat er door wie, waar, wanneer moet gebeuren omtrent de begeleiding van de cliënt
Meerwaarde:
  1. Meer eenheid in uitvoering: houvast aan beroepskrachten + eenheid in uitvoering                  
  2. Overdraagbaar: nieuwe medewerker kan ermee aan de gang
  3. Borging (zekerheid)  van manier van werken
  4. Duidelijk verhaal: verwachtingen duidelijk
  5. Aanscherping uitgangspunten en theoretische achtergronden van de interventie/problematiek, heldere opbouw en fasering
  6. Hiaten (ontbrekingen) in methodiek komen tijdens beschrijving aan het licht
  7. Biedt kansen voor verbetering

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Ga naar:
Je boek/licentie: Methodiek;
thema 3: methodisch werken;
 3.9 Wat is methodisch werken?​
Maak de volgende opdrachten: (HUISWERK)
  1.  verwerkingsopdracht. Niv. 4​: 1a, 1b en 1c.
  2. Ga op onderzoek uit naar de visie van je stageplek. 
    - Wat staat er in deze visie?
    -Wat vindt je stageplek belangrijk?
    Vat dit kort samen en neem dit mee naar de volgende les, hier gaan we de volgende les kort op terugblikken!



Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies