EHBO H1 Veiligheid en risicopreventie

EHBO H1
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  

  • welke gevaren en risico’s er in én om het huis zijn;
  • welke onveilige situaties op de werkvloer kunnen voorkomen;
  • wat preventie is en hoe dit in Nederland aandacht krijgt;
  • wat arbo betekent;
  • welke veiligheidsvoorschriften er zijn;
  • welke gevaarsymbolen er zijn;
  • wat de taak is van een bedrijfshulpverlener.

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

EHBO H1
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  

  • welke gevaren en risico’s er in én om het huis zijn;
  • welke onveilige situaties op de werkvloer kunnen voorkomen;
  • wat preventie is en hoe dit in Nederland aandacht krijgt;
  • wat arbo betekent;
  • welke veiligheidsvoorschriften er zijn;
  • welke gevaarsymbolen er zijn;
  • wat de taak is van een bedrijfshulpverlener.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je over EHBO?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Als ik een bewusteloos iemand op straat zie liggen, ga ik erop af en help ik die persoon
Ja
nee
ik weet niet wat ik dan doe

Slide 3 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent het omstander (ook wel bystander) effect ?
A
Hoe minder mensen er zijn, hoe sneller we helpen
B
Hoe erger de situatie, hoe minder snel we helpen
C
Hoe meer mensen er zijn, hoe minder snel we helpen
D
Hoe erger de situatie, hoe sneller we helpen

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Noem 2 dingen die je opvallen in het filmpje als het gaat om het helpen van iemand in nood.

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie lopen de meeste kans op ongevallen?
A
Kinderen
B
Jongeren
C
Volwassenen
D
Ouderen

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Risico’s en gevaren- – meeste kwetsbare groepen
Kinderen:
  • Nieuwsgierig, zien nog geen gevaar,
    beschermd opgroeien in een veilige omgeving.
  • naast bescherming ook het trainen van vaardigheden
    (vb. veilig fietsen in het verkeer of leren zwemmen)
  • vanaf pubertijd jongeren bewust maken van gevaar
    en risico’s ten gevolge van bijvoorbeeld gebruik van alcohol en drugs

Vaak : Verbranding, Verdrinking, Vergiftiging




Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Risico’s en gevaren- – meeste kwetsbare groepen
Ouderen
  • achteruitgang van gezicht – en gehoorvermogen
    > meer risico op ongeval in verkeer
  • verlies van mobiliteit door ouderdom en/of ziekte
    > groter valgevaar
  • bij dementie risico op ongeval in en om het huis
    – bijvoorbeeld vergeten het gas uit te doen, waardoor brand ontstaat.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Risico’s en gevaren- – meeste kwetsbare groepen
Mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking:

  • Dove of slechthorende mensen horen niet
    dat het brandalarm afgaat.
  • Blinde mensen kunnen moeilijker bepalen waar
    zij naartoe moeten vluchten.
  • Mensen met een mobiele beperking – in een rolstoel –
     kunnen bij brand geen gebruik maken van een lift en komen
    niet vanzelf naar beneden.
  • Verstandelijk beperkte mensen kunnen een situatie niet
    altijd goed inschatten en bijvoorbeeld niet reageren op een alarm.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Preventie
Preventie = 
voorkomen dat er problemen ontstaan door van tevoren in te grijpen. Het beperken van de kansen op en de gevolgen van ongevallen met behulp van het doorvoeren van maatregelen.


Voorbeelden zijn:
  • condoomgebruik tijdens seks > overdracht van soa verhinderen
  • veilige rijstijl waarmee je een ongeval voorkomt
  • door onveilige situaties in kaart te brengen
  • Gebouwen en locaties aanpassen
  • Mensen aanspreken op onveilig gedrag , voorlichting.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een veelvoorkomende oorzaak van ongevallen?
A
Onoplettendheid of afleiding
B
Slechte communicatie tussen werknemers
C
Altijd correcte veiligheidsmaatregelen volgen
D
Voldoende rust en slaap nemen

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een belangrijke maatregel om ongevallen te voorkomen?
A
Goede veiligheidsinstructies geven aan werknemers
B
Onvoldoende training bieden aan werknemers
C
Geen beschermende kleding dragen
D
Negeren van veiligheidsvoorschriften

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Preventie is belangrijk bij schadeverzekeringen en dus ook bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en ongevallenverzekeringen.

Welke maatregel is het meest zinvol zijn bij een ongevallenverzekering?
A
Het dragen van een helm tijdens het mountainbiken
B
Het opnemen van een no-claimkorting
C
Het stimuleren van sportbeoefening

Slide 15 - Quizvraag

Verzekeringstechnische maatregelen werken niet als preventie bij ongevallenverzekeringen. Sportbeoefening is gezond en bevordert een gezonde levensstijl. Maar sportbeoefening heeft niet direct een preventieve invloed op het voorkomen van ongevallen. Dat geldt wel voor het dragen van een helm bij het mountainbiken.
Onveilige situaties bespreken

  • Wat? ( exact beschrijven bijv. : "Er ligt een drempel voor de ingang van het invalidentoilet")
  • Waar? (de locatie bijv: "Het invalidentoilet op de begane grond in gebouw B.")
  • Wie? (voor wie bijv: "Voor ouderen met een rollator en mensen in een rolstoel.")
  • Waarom? ( Bijv: Ouderen zouden erover kunnen struikelen en vallen).
  • Wanneer? Wanneer wordt de situatie een probleem?/ Wanneer wordt het opgelost ?
        (Bijv.: De drempel is een probleem wanneer we een informatieavond organiseren voor
        ouderen. Dit kunnen we volgende week oplossen.)

  • Hoe? Bijv. ‘We kunnen iemand laten komen om de drempel te laten weghalen. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Letsel door vergiftiging

Vergiftiging = een reactie van het lichaam doordat vergif in het lichaam is gekomen.
Jaarlijks komen 1.200 kinderen met een vergiftiging op de Eerste Hulp.
Eerste hulp bij vergiftiging


Stappenplan:

1. Bel 112.
2. Stop blootstelling aan de gevaarlijke stof (als dit mogelijk is).
3. Bij bewusteloosheid leg je het slachtoffer op de zij.
4. Geef nooit mond-op-mond beademing.
5. Handel volgens de gebruiksaanwijzing die op de verpakking
     staat.
6. Laat het slachtoffer bij een branderig gevoel de mond
     spoelen met water én uitspugen.
7. Neem de verpakking van de ingenomen stof mee naar het
     ziekenhuis of huisarts

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Letsel door vergiftiging

Vergiftiging = een reactie van het lichaam
doordat vergif in het lichaam is gekomen.
Jaarlijks komen 1.200 kinderen met
een vergiftiging op de
Eerste Hulp.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een vergiftiging?
A
Het binden van een brandstof aan zuurstof.
B
Het blootstellen aan een hoge temperatuur.
C
Het binnenkrijgen van een stof die het lichaam beschadigt.
D
Het samenvoegen van twee verschillende stoffen.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je als eerste bij een vermoeden van vergiftiging?
A
Niet steriele handschoenen aantrekken
B
Zorgen voor je eigen veiligheid
C
Bron van vergiftiging achterhalen
D
Observeren van de ademweg

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Eerste hulp bij vergiftiging

1. Bel 112.
2. Stop blootstelling aan de gevaarlijke stof (als dit mogelijk is).
3. Bij bewusteloosheid leg je het slachtoffer op de zij.
4. Geef nooit mond-op-mond beademing.
5. Handel volgens de gebruiksaanwijzing die op de verpakking staat.
6. Laat het slachtoffer bij een branderig gevoel de mond spoelen met water én
uitspugen.
7. Neem de verpakking van de ingenomen stof mee naar het ziekenhuis of huisarts

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


  1. (eigen) veiligheid. 
  2. Stop blootstelling aan de stof.
  3. 1-1-2 (laten)bellen bij bewusteloosheid, benauwdheid, suf worden, uitgebreide wonden of bij bewuste inname van gevaarlijke stoffen.
  4. Alle andere gevallen de huisarts(enpost) bellen
  5. Zeg om welke stof het gaat
 

Start reanimatie indien geen of abnormale ademhaling

  • Gif in de mond:  mond  (laten) spoelen met water (niet inslikken).
  • Nooit (laten) braken 
  • Geen melk of andere middelen te drinken geven
  • Slapend of bewusteloos slachtoffer : stabiele zijligging 
Vergiftiging behandelen

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Vormen van giftige stoffen: 
  • vaste stof, 
  • vloeibare stof 
  • damp (gas).
Gif kan het lichaam in komen door 
  • de mond, 
  • door het in te ademen, 
  • via de huid  
  • via inspuiting. 
Reactie :
  • enkele seconden,
  • na uren
  • na dagen.

Wat stel je vast?
  • Slachtoffer heeft een gevaarlijke stof binnen gekregen of een overdosis ingenomen.
  • Onschuldige klachten: jeuk, een droge mond, wazig zien en pijn. 
  • Ernstige situatie :  verwardheid, onrust, ademhalingsproblemen, hartritmestoornissen en bewusteloosheid.
Vergiftiging herkennen

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer is er ook direct gevaar voor de eerste hulp verlener? Bij een vergiftiging door een:
A
giftig gas
B
giftige plant
C
medicijn
D
schoonmaakmiddel

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welk symptoom is een symptoom van koolstofmonoxide vergiftiging?
A
Gapen
B
Duizeligheid
C
Spierpijn
D
Kramp

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je controleert het bewustzijn bij een slachtoffer met een vermoedelijke vergiftiging. Je belt direct 1-1-2 als je geen reactie krijgt. Bij controle ademt het slachtoffer normaal.

Wat kun je doen in afwachting van professionele hulp?
A
ik leg het slachtoffer in de stabiele zijligging
B
ik probeer de mond te spoelen zodat bijtende stoffen geen kans krijgen
C
ik start reanimatie om te voorkomen dat het slachtoffer achteruit gaat
D
ik zet een raam open en wacht op professionele hulp

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gevaarsymbolen

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevarensymbool
A
Schadelijk
B
Explosief
C
Lichtontvlambaar
D
Gasgevaar

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de betekenis van dit gevarensymbool?
A
Corrosief
B
Explosief
C
Giftig
D
Schadelijk

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekend dit gevarensymbool?
A
Bijtend
B
Oxiderend
C
Corrosief
D
Schadelijk

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent dit gevarensymbool?
A
Bijtend
B
Giftig
C
Ontvlambaar
D
Lange termijn gezondheidsgevaarlijk

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Preventie en letsel door brand

Mogelijk oorzaken van brand:
• De televisie
• De wasdroger
• Roken in bed
• Vlam in de pan
• Oververhitting van
 elektrische apparaten
• Open vuur zoals kaarsen, lucifers


Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van brandpreventie?
A
Brandwerende vloer
B
Brandslang
C
Rookmelders
D
BHV'er

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheid op het werk

ARBO-wet
  • regels voor werkgevers en werknemers om de gezondheid en veiligheid van werknemers te bevorderen.
  • regels waar werkgevers en werknemers zich aan moeten houden.
  • regels gelden voor alle plekken waar gewerkt wordt.
Algemene veiligheidsvoorschriften. Bijvoorbeeld:
  • Je bent verantwoordelijk voor je eigen veiligheid en die van je collega’s. Meld nalatigheid.
Speciale veiligheidsvoorschriften. Bijvoorbeeld:
  • In de bouw moet je een veiligheidshelm dragen en schoenen met harde neuzen.



Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Brandveiligheid op het werk

Je moet op de hoogte zijn van de:
• brandalarmering;
• ontruimingsplannen;
• vluchtroutes

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat de arbowet over?
A
Veiligheid en welzijn
B
Brandpreventie en ontruimingen
C
Welzijn en brandpreventie
D
Gezondheid en risico's

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

BHV
In elk bedrijf is een bedrijfshulpverlening (BHV) actief.
Dit is verplicht volgens de ARBOwet.


Bedrijfshulpverleners zijn gewone werknemers,
maar zij hebben een extra taak. Zij geven hulp bij
onveilige situaties in het bedrijf en ondernemen
actie als er iets gebeurt.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent BHV-er?
A
Bedrijfs Huis Vervanger
B
Bedrijfs Hulp Verlener
C
Brand Hulp Verlener
D
Brandend Huis Verkenner

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een BHV'er?
A
Medewerker opgeleid om in geval van nood hulp te verlenen
B
Iemand met een EHBO diploma
C
Iemand die kan reanimeren
D
Iemand van de vrijwillige brandweer

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies