4 K NaSk
Hoofdstuk:
10
Paragraaf:
4: Druk
4 K NaSk
Hoofdstuk:
10
Paragraaf:
4: Druk
Wat gaan we vandaag doen?
Herhalen stof uit vorige paragrafen
Uitleg over paragraaf 10.4
Moeilijke opgaven maken & bespreken
Aan de slag
Lesafsluiting
Eerst kort herhalen
Wat zijn krachten?
Krachten kunnen een object van vorm of snelheid veranderen.
Kracht (F ) met de eenheid Newton (N)
Tekenen we in een pijl.
- Aangrijpingspunt
- Richting
- Grootte
Zwaartekracht
De zwaartekracht is de kracht die de aarde uitoefent op voorwerpen. Door de zwaartekracht valt alles naar beneden.
Zwaartekracht
Rekenen aan de zwaartekracht:
Fz = massa * gravitatieconstante
Fz = m * g
g = 10 op aarde
dit geldt alleen op aarde
Zwaartekracht
Het zwaartepunt = het aangrijpingspunt van de zwaartekracht
De zwaartekracht werkt vanuit het zwaartepunt (altijd naar beneden!)
krachten tekenen
Soorten krachten
Er zijn verschillende soorten krachten, waaronder zwaartekracht (Fz), veerkracht (Fv), wrijvingskracht (Fw) en spankracht (Fs).
Evenwichtswet (hefbomen)
Berekenen van de krachten in hefbomen
Flast x llast= Fwerk x lwerk
F = de kracht in Newton
l = de afstand tot het draaipunt
Werking van takels en katrollen
Takels en katrollen veranderen de richting van de kracht en maken het gemakkelijker om zware voorwerpen op te tillen.
Meer losse katrollen is vermindering van de kracht maar ook meer meters touw die ingetrokken moeten worden.
Takel
Vaste katrol met losse katrol: verdeelt het gewicht over hoeveel katrollen je toevoegd.
10.4 Druk
Druk
Bij een kleiner oppervlak hoort een grotere druk. Bij een groter oppervlak een kleinere druk.
Bij een grotere kracht hoort ook een grotere druk.
Druk
Krachten kun je verdelen.
Druk (p)
Wanneer je het gewicht (de kracht) deelt door het oppervlak krijg je de druk.
In het engels is druk 'pressure', vandaar de afkorting p.
De druk (p) meet je in newton per vierkante meter (N/m²), dit noem je ook wel pascal (Pa).
Druk
druk = kracht
oppervlakte
Je kunt op 2 manieren de druk kleiner maken:
1 - door de kracht kleiner te maken
2 - door het oppervlakte te vergroten
De druk (onthoud)
Druk reken je uit met de formule p = F/A ( druk in Pa = kracht in Newton / oppervlakte in m2)
Hoe groter het oppervlakte, des te kleiner de druk.
De eenheid van druk is N/cm2 of N/m2 (= Pascal of Pa)
1 m2 = 10.000 cm2
Even checken
Wat is druk?
Kracht per tijdseenheid
Afstand per tijdseenheid
Snelheid per tijdseenheid
Kracht per oppervlakte
De formule voor het uitrekenen van druk
p = F x A
p = A x M
p = F/A
p = M/F
Op welke zijde kan ik de baksteen het beste plaatsen om de hoogste druk uit te oefenen?
op de kopse kant
Op de platte kant
op de strek kant
Dat maakt niet uit
Waarom zak je minder in de sneeuw met ski's?
Je zwaartekracht wordt minder
Je zwaartekracht wordt meer
Je oppervlak met de sneeuw wordt kleiner
Je oppervlak met de sneeuw wordt groter
Een man gaat op het ijs liggen in plaats van staan. Zijn druk wordt hierdoor ......
Groter
Kleiner
Gelijk
Meer kon ik niet verzinnen
minute
second
Wat niet af komt in de les wordt huiswerk