vragen hoofdstuk 1


Welke grootheid meten we met het instrument in de afbeelding hiernaast?
A
Gewicht
B
Massa
C
Volume
D
kilogram
1 / 36
volgende
Slide 1: Quizvraag
ScienceMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les


Welke grootheid meten we met het instrument in de afbeelding hiernaast?
A
Gewicht
B
Massa
C
Volume
D
kilogram

Slide 1 - Quizvraag


 Hieronder staan twee beweringen.
1 In de natuurwetenschappen worden verschijnselen onderzocht.
2 In de natuurwetenschappen worden vaak experimenten gedaan.
Welke bewering is juist?

A
zowel 1 als 2
B
alleen 1
C
alleen 2
D
geen van beide

Slide 2 - Quizvraag


 Als de kleding van iemand tijdens een practicum vlam vat dan moet je hem of haar:
A
onder de douche zetten.
B
blussen met de brandblusser
C
afdekken met een blusdeken
D
de brandweer bellen

Slide 3 - Quizvraag


In de rechter figuur zijn een aantal hulpmiddelen voor het practicum getekend.
Figuur c is een:
A
reageerbuis
B
erlenmeyer
C
maatcilinder
D
bekerglas

Slide 4 - Quizvraag


 Onder welke groep hulpmiddelen valt een stopwatch.
A
Apparatuur
B
Glaswerk
C
Gereedschap
D
Stoffen

Slide 5 - Quizvraag


In de rechter figuur zijn een aantal hulpmiddelen voor het practicum getekend.
Figuur a is een:
A
reageerbuis
B
erlenmeyer
C
maatcilinder
D
bekerglas

Slide 6 - Quizvraag


 Onder welke groep hulpmiddelen valt een brander.
A
Apparatuur
B
Glaswerk
C
Gereedschap
D
Stoffen

Slide 7 - Quizvraag


In de rechter figuur zijn een aantal hulpmiddelen voor het practicum getekend.
Figuur a is een:
A
reageerbuis
B
erlenmeyer
C
maatcilinder
D
bekerglas

Slide 8 - Quizvraag

Welke formule hoort bij de onderdompelmethode
A
Volume = eindstand -beginstand
B
Volume = beginstand - eindstand
C
massa = eindstand - beginstand
D
massa = beginstand - eindstand

Slide 9 - Quizvraag

Hiernaast zie je de onderdompel methode, waarbij het volume van een steen wordt bepaald.
Wat is het Volume van de steen?
A
14cm3
B
15cm3
C
9cm3
D
39cm3

Slide 10 - Quizvraag

Wat je meet is,
A
de grootheid
B
de eenheid
C
het meetinstrument
D
de hoeveelheid

Slide 11 - Quizvraag

De afgesproken maat is
A
de grootheid
B
de eenheid
C
het meetinstrument
D
de hoeveelheid

Slide 12 - Quizvraag

Noem een noodhulpmiddel die in een practicum lokaal aanwezig moet zijn

Slide 13 - Open vraag

Wat is de SI eenheid voor temperatuur

Slide 14 - Open vraag


Wat zijn alleen eenheden?
A
lengte, tijd, temperatuur
B
meter, seconde, kracht
C
kilometer, graad celsius, milliseconde
D
tijd, kiloseconde, millimeter

Slide 15 - Quizvraag

Volume:
1 liter is
A
1000 deciliter
B
1000 milliliter
C
1000 centiliter
D
100 milliliter

Slide 16 - Quizvraag

Voor het volume zijn er verschillende eenheden.
1 milliliter =
A
1 cm3
B
1 dm3
C
1m3
D
1mm3

Slide 17 - Quizvraag


Hieronder staan twee beweringen.
1. De liter is een grondeenheid in het SI.
2. De minuut is een grondeenheid in het SI.
Welke bewering is juist?


A
zowel 1 als 2
B
alleen 1
C
alleen 2
D
geen van beide

Slide 18 - Quizvraag


 Hieronder staan twee beweringen.
1 Met een weegschaal kun je de massa bepalen.
2 Een maatcilinder kun je gebruiken om een bepaalde hoeveelheid vloeistof af te meten.
Welke bewering is juist?


A
zowel 1 als 2
B
alleen 1
C
alleen 2
D
geen van beide

Slide 19 - Quizvraag


 Hieronder staan twee beweringen.
1 Met een weegschaal kun je de massa bepalen.
2 Een maatcilinder kun je gebruiken om een bepaalde hoeveelheid vloeistof af te meten.
Welke bewering is juist?


A
zowel 1 als 2
B
alleen 1
C
alleen 2
D
geen van beide

Slide 20 - Quizvraag

De maximale snelheid in de bebouwde kom is 50 kilometer per uur.
Wat is de grootheid in de zin.
A
maximale
B
snelheid
C
50
D
kilometer per uur

Slide 21 - Quizvraag

Peter meet de massa van een appel met een weegschaal. De wijzer van de weegschaal geeft
0,158 kilogram aan.
Wat is de eenheid in de zin.
A
0.158
B
massa
C
weegschaal
D
kilogram

Slide 22 - Quizvraag

De snelheid van een boot wordt gemeten in knopen.
Een 'knoop' is een
A
grootheid
B
eenheid
C
meetinstrument
D
geen van de antwoorden

Slide 23 - Quizvraag


wat betekend dit veiligheidspictogram
A
ontvlambaar
B
explosief
C
brand bevorderend
D
Milieugevaarlijk

Slide 24 - Quizvraag


wat betekend dit veiligheidspictogram
A
schadelijk voor de gezondheid
B
explosief
C
corrosief
D
Milieugevaarlijk

Slide 25 - Quizvraag

Hoe groot is het volume
in cm3?
A
2
B
4
C
8
D
16

Slide 26 - Quizvraag

h = 1 dm
b = 15 cm
l = 1 m
Volume = ?
A
15cm3
B
150cm3
C
1500cm3
D
15000cm3

Slide 27 - Quizvraag

Bereken het volume van de steen
A
85 ml
B
65 ml
C
20 ml
D
150 ml

Slide 28 - Quizvraag

Reken om:
123mm =
A
12,3m
B
1,23m
C
0,123m
D
0,0123m

Slide 29 - Quizvraag

Reken om:
1,58km
A
0.158m
B
1580m
C
158m
D
0.0158m

Slide 30 - Quizvraag

reken om:
3 uur is
A
120min
B
180min
C
240min
D
3600min

Slide 31 - Quizvraag

Reken om
1 uur is:
A
60s
B
600s
C
6000s
D
3600s

Slide 32 - Quizvraag

Reken om:
3,5 L is
A
3500mL
B
350mL
C
35mL
D
0.035mL

Slide 33 - Quizvraag

reken om:
550 dm3 is
A
550mL
B
5.500mL
C
55.000mL
D
550.000mL

Slide 34 - Quizvraag

Reken om
0,63 mL is
A
630L
B
63L
C
0,0063L
D
0,00063L

Slide 35 - Quizvraag

Reken om
1 uur is:
A
60s
B
600s
C
6000s
D
3600s

Slide 36 - Quizvraag