klas 1, week 2, les 2

deze week
onderdeel:   Woordenschat hoofdstuk 4

huiswerk:     woensdag 13 januari  - opdr. 2 t/m 4
                       donderdag 14 januari - opdr. 5 t/m 9

Het so taalverzorging H3 is op woensdag 20 januari.
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

deze week
onderdeel:   Woordenschat hoofdstuk 4

huiswerk:     woensdag 13 januari  - opdr. 2 t/m 4
                       donderdag 14 januari - opdr. 5 t/m 9

Het so taalverzorging H3 is op woensdag 20 januari.

Slide 1 - Tekstslide

deze les
1. huiswerk bespreken + nakijken
2. huiswerk maken (opdr. 5 t/m 9)

Slide 2 - Tekstslide

opdracht 2, vraag 1

Slide 3 - Woordweb

woordenschat H4
[1] Freerunning, is dat wat voor jou? Freerunning is een sport die (1) internationaal steeds populairder wordt, maar ook in ons land. Bij freerunning probeer je op allerlei manieren van punt A naar punt B te komen. Er zijn geen bijzondere spullen voor nodig. Integendeel: het materiaal bestaat uit (2) alledaagse dingen, zoals muurtjes, hekken, trappen en palen. Je kunt gebruikmaken van (3) spectaculaire trucs en tricks, zoals salto’s maken, om van het ene naar het andere obstakel te gaan. Je kunt echter ook ‘gewoon’ springen, klimmen of zwaaien. Aan de ene kant moet je voor freerunning lichamelijk sterk en handig zijn, aan de andere kant moet je ook (4) mentaal zo sterk zijn dat je je angst kunt overwinnen. Voordat je op grote hoogte een salto maakt, moet je immers vast eerst even slikken.


[2] Hoewel je misschien (5) ogenblikkelijk de straat op wilt om van paal naar paal of zelfs van gebouw naar gebouw te freerunnen, kun je daar beter niet meteen mee beginnen. Ga eerst eens freerunnen in een sportzaal. Steeds meer verenigingen bieden freeruntraining aan in de zaal. Deze training is perfect voor beginners, maar (6) gevorderden kunnen er ook nieuwe tricks leren. Springkasten, rechtopstaande matten, turnbok, turnbanken, muren, touwen en klimrekken én zachte plofmatten maken de sportzaal tot de allerbeste plek om zonder gevaar te oefenen. Anderzijds blijft het natuurlijk wel een (7) riskante sport.


[3] Misschien (8) twijfel je nog of freerunnen jouw sport is. Na een proefles weet je het daarentegen vast zeker. Eén ding staat als een paal boven water: een les freerunnen is nooit saai.

Slide 4 - Tekstslide

Jouw tabel van opdracht 2, vraag 2.

Slide 5 - Open vraag

woordenschat H4
   woord                tegenstelling                   betekenis
1 internationaal    in ons land                          ook in andere landen
2 alledaagse         bijzondere                           gewone, niet bijzondere
3 spectaculaire    gewoon                                bijzondere
4 mentaal             lichamelijk                           geestelijk
5 ogenblikkelijk   niet meteen                        meteen
6 gevorderden     beginners                            geen beginners,            
                                                                                mensen die al een vrij
                                                                                hoog niveau bereikt hebben
7 riskante             zonder gevaar                     gevaarlijke
8 twijfel                 weet zeker                           weet niet zeker 


Slide 6 - Tekstslide

opdracht 2, vraag 6
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 7 - Quizvraag

opdracht 3

Slide 8 - Tekstslide

opdracht 4
1 door dik en dun – onder alle omstandigheden
2 bij hoog en laag – krachtig, vasthoudend
3 werd er niet warm of koud van – trok zich er niets van aan
4 waren als water en vuur  – waren vijanden
5 vroeg of laat – ooit
6 na veel plussen en minnen – na piekeren, nadenken

Slide 9 - Tekstslide

woordenschat H4
Welke vragen heb je op dit moment?

Slide 10 - Tekstslide

woordenschat H4
De rest van de les:
- huiswerk maken (opdr. 5 t/m 9)
- lezen
- vragen stellen via de chat of microfoon

Let op: je moet online blijven tot ik het aangeef.

Slide 11 - Tekstslide