H4 - P2 - Regenten en vorsten week 2, een wereldeconomie (les 2)

Les 2
- Ophalen kennis leerdoel 1-3 (samen)
- Nieuwe kennis leerdoel 4 en 5 (samen)
- Zelfstandig werken aan opdrachten uit het boek en je samenvatting.
-korte test
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Les 2
- Ophalen kennis leerdoel 1-3 (samen)
- Nieuwe kennis leerdoel 4 en 5 (samen)
- Zelfstandig werken aan opdrachten uit het boek en je samenvatting.
-korte test

Slide 1 - Tekstslide

Deze les

Slide 2 - Tekstslide

Kenmerkend aspect 
  • Wereldwijde handelscontacten, 
  • handelskapitalisme,    
  • en het begin van een wereldeconomie

wereldeconomie:
economie die bestaat uit verschillende werelddelen die door handel met elkaar verbonden zijn


Handelskapitalisme
economisch systeem waarbij ondernemers zich met handel bezighouden en waarvan zij een deel van hun winst investeren in hun onderneming

Slide 3 - Tekstslide

Wat was de aanleiding voor de ontdekkingsreizen? (tijdvak 5)
A
De val van Constantinopel verminderde de toegankelijkheid tot het Aziatische handelsnetwerk
B
de technische vooruitgang bij de bouw en navigatie van schepen
C
de wil om vreemde volken te bekeren tot het christelijke geloof
D
Na eeuwen van lockdown kon je weer reizen.

Slide 4 - Quizvraag

Wat gebeurde er in 1588?
A
Republiek der 7 verenigde Nederlanden werd uitgeroepen.
B
Er was een beeldenstorm.
C
Alteratie van Amsterdam
D
Val Antwerpen

Slide 5 - Quizvraag

Waar of niet waar?
De bestuurders van de Republiek besloten dat alle kleine compagnieën moesten samenwerken in één groot bedrijf. (compagnie)
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quizvraag

De VOC had een monopoliepositie
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Wat is een monopolie (in de context van tijdvak 6)
A
Een bordspel
B
Een ziekte waar slaven dood aan gingen
C
recht dat alleen jij iets mag verkopen
D
een bedrijf dat handelt in Indonesie.

Slide 9 - Quizvraag

Van wanneer tot wanneer is tijdvak 6?
A
1400-1500
B
1500-1600
C
1600-1700
D
1700-1800

Slide 10 - Quizvraag


Slide 11 - Open vraag

Welke gevaren waren er op zee
A

Slide 12 - Quizvraag

De VOC had een aantal rechten. Wat zijn rechten van de VOC? (meerdere antwoorden mogelijk)
A
De VOC mocht oorlog voeren
B
De VOC mocht verdragen sluiten
C
De VOC mocht forten bouwen
D
De VOC mocht als enige handel drijven met Nederlands-Indië

Slide 13 - Quizvraag

Hoe noem je het economisch systeem waarbij kooplieden zich bezig houden met handel en nijverheid en een deel van de winst investeren?
A
Handelskapitalisme
B
Wereldeconomie
C
VOC
D
Wereldse handel

Slide 14 - Quizvraag

Waarom werd de VOC opgericht?

Slide 15 - Open vraag

Leerdoel 4 & 5
4 Leg uit dat door de ontdekkingsreizen er uiteindelijk een wereldeconomie ontstond.  

5 Welke rol speelde de WIC in de internationale handel? Geef ook aan wat het doel van de WIC was en waarom juist in die tijd?  
Lees: Het begin van een wereldeconomie

Slide 16 - Tekstslide

leerdoel 4
Leg uit dat door de ontdekkingsreizen er uiteindelijk een wereldeconomie ontstond.  

Slide 17 - Tekstslide

ontdekkingsreizen (tv5)
in bezit genomen gebieden en factorijen (tv 6)

Slide 18 - Tekstslide

De wereldeconomie

De wereldeconomie


Door alle handel onstond een wereldeconomie en konden producten overal terecht komen.

Slide 19 - Tekstslide

Wereldeconomie
  • Wereldeconomie: Een economie waarin landen van over de hele wereld producten aan elkaar verkopen.

  • Handel tussen Europa, Azie, Afrika en Amerika

Slide 20 - Tekstslide

Wereldeconomie  en concurrentie
- Acte van Navigatie 1651
Hierdoor zeeoorlogen tussen de Republiek en Engeland
- Na de Tweede Engelse Zeeoorlog (1665-1667), Vrede van Breda:
Engeland kreeg Nieuw-Amsterdam (het latere New York) en Nederland kreeg in ruil daarvoor Suriname

SIC FINES NOSTROS, LEGES TVTAMVR, ET VNDAS
Je ziet de Leo Batavus, de Nederlandse leeuw. Wat wilde de Republiek met deze penning laten zien?

Slide 21 - Tekstslide

Nieuw-Amsterdam
De stad New York is door Nederlanders gesticht. Het werd toen Nieuw Amsterdam genoemd. later werd deze stad geruild tegen de kolonie Suriname. De Engelsen veranderden de naam naar New York.

Slide 22 - Tekstslide

Antwoord leerdoel 4
De wereldwijde handelscontacten die de handelskapitalistische compagnieën aanknoopten, vormden het begin van de wereldeconomie. In de 17e eeuw raakten (werelddelen) gebieden over de hele wereld door handel met elkaar verbonden.

Slide 23 - Tekstslide

Stapelmarkt
Een stapelmarkt is een plaats waar producten van over de hele wereld naartoe vervoerd werden om te worden doorgevoerd of voor een bepaalde tijd te worden opgeslagen.
handelskapitalisme
Economisch systeem waarbij de kooplui dankzij hun kapitaal het productieproces controleren, grote winsten maken in de internationeale handel en hun kapitaal verder vergroten.

Slide 24 - Tekstslide

oostzeegebied (graan en hout)

Slide 25 - Tekstslide

leerdoel 5
Welke rol speelde de WIC in de internationale handel? Geef ook aan wat het doel van de WIC was en waarom juist in die tijd?  

Slide 26 - Tekstslide

1602 De VOC (Verenigde Oost Indische compagnie) richtte zich vooral op Azie. (rond)

1621 Voor de handel rondom de Atlantische oceaan werd de WIC gericht opgericht. (driekhoek)

Slide 27 - Tekstslide

West Indische Compangie (1621)
  • Kaapvaart
  • Handel in tot slaaf gemaakten (driehoekshandel - transatlantische slavenhandel) 
  •  Goud, ivoor 
  • Suriname, Antillen, Nieuw-Amsterdam
  • In totaal verhandelden 600.000 tot slaaf gemaakten

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Voorbeeld: Plantagekolonie Suriname
1667: WIC ruilt Nieuw-Amsterdam (New York) tegen Suriname met Engelsen.
  • Nederland koloniseert het vruchtbare land > plantages
  • WIC > Afrikaanse slaven naar Suriname > goedkoop, veel geld te verdienen aan plantageproducten.

Slide 30 - Tekstslide

Oprichting WIC 1621
Verschil VOC / WIC

Slide 31 - Tekstslide

Antwoord leerdoel 5
De WIC speelde een kleinere rol in de internationale handel. Op en rondom de Atlantische Oceaan waren namelijk vooral Spanjaarden, Portugezen, Engelsen en Fransen actief. De WIC richtten zich op het kapen van Spaanse schepen (80jarige oorlog) en de handel in tot slaaf gemaakten (transatlantische-slavenhandel).  

Slide 32 - Tekstslide

Huiswerk
Werk aan je weektaak (samenvatting)
+ Maak de vragen  6/7/8
14/15 en 16
+ maak de opdracht over JP Coen

Slide 33 - Tekstslide

De WIC voer naar
A
Zuid-Amerika
B
Azië
C
Scandinavië
D
Noord-Amerika

Slide 34 - Quizvraag

WIC is opgericht in
A
1702
B
1602
C
1721
D
1621

Slide 35 - Quizvraag

Wat betekent 'wereldeconomie'
A
Contact en handel met alle werelddelen
B
Alle werelddelen samen
C
Contact met alle werelddelen
D
Handel met alle werelddelen

Slide 36 - Quizvraag

Stapelmarkt?
A
Plek waar producten werden opgeslagen en verhandeld werden
B
Markt waar producten werden verkocht
C
Onderduikadres
D
plek waar producten werden opgeslagen

Slide 37 - Quizvraag

Een wereldeconomie
A
Tijdvak 5
B
Tijdvak 6

Slide 38 - Quizvraag

Wat waren de handelsproducten van de 'Oostzeehandel'?
A
Slaven
B
Specerijen
C
Hout en graan
D
Suiker, koffie en tabak

Slide 39 - Quizvraag

Wat past NIET bij de WIC?
A
1621
B
Slavenhandel
C
Monopolie
D
Specerijen

Slide 40 - Quizvraag

WIC stond voor?
A
Verenigd Oost-Indische Compagnie
B
West-Indische Compagnie
C
West Indiaanse Gemeenschap
D
West Indonesische Compagnie

Slide 41 - Quizvraag

Slide 42 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen de WIC en de VOC?

Slide 43 - Open vraag

Het standbeeld moet blijven /weg want:

Slide 44 - Open vraag