In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Oefentoets Hoofdstuk 5
Rondkomen
Slide 1 - Tekstslide
Wesley wil een kaartje voor een film en een nieuw telefoonhoesje kopen. Hij heeft niet genoeg geld voor beide aankopen. Hij gaat prioriteiten stellen. Wat doet Wesley als hij prioriteiten gaat stellen?
A
Hij koopt niets
B
Hij koopt wat het belangrijkste voor hem is
C
Hij koopt wat het goedkoopst is
D
Hij koopt wat het duurst is.
Slide 2 - Quizvraag
Guido haalt eten en drinken, tandpasta, een gezelschapsspel en een nieuwe pan. Welk van deze aankopen zal de meeste prioriteit hebben?
A
Eten en drinken
B
Tandpasta
C
Een gezelschapsspel
D
Een nieuwe pan.
Slide 3 - Quizvraag
Anouk koopt een pak papieren zakdoeken, een paar sportschoenen en een zonnebril. Bij welke aankoop is er sprake van een verbruiksgoed?
A
Bij de papieren zakdoeken
B
Bij de sportschoenen
C
Bij de zonnebril
Slide 4 - Quizvraag
Maud is aan het kijken naar rijopleidingen. Ze wil heel graag haar rijbewijs dit jaar halen. Onder wat voor soort uitgaven valt de rijopleiding?
A
Huishoudelijke uitgave
B
Vaste lasten
C
Incidentele uitgave
D
Duurzame gebruiksgoederen
Slide 5 - Quizvraag
Thomas doet de volgende uitgaven: - een computerblad voor zichzelf voor € 3,15; - een bos bloemen voor zijn vriendin voor € 3,60; - een spaarlamp voor in de woonkamer voor € 3,95. Bereken het bedrag dat hij heeft uitgegeven aan persoonlijke uitgaven.
Slide 6 - Open vraag
Bekijk de tabel. Liam verdiend 1500 per maand. Hoeveel kan Liam sparen of hoeveel zal hij interen (tekort komen)
Slide 7 - Open vraag
Incidentele uitgaven
Vaste lasten
Persoonlijke uitgave
Basic fit
Meubelmaker van houten
Pathe filmtheater
Slide 8 - Sleepvraag
Bram heeft een inkomen van 1500 euro per maand. Hij heeft 40% daarvan nodig voor vaste lasten. Hoeveel moet Bram per maand aan vaste lasten betalen?
A
€150
B
€300
C
€450
D
€600
Slide 9 - Quizvraag
Hugo spaart voor een Xbox. Hij kan hier € 30 per maand voor opzijleggen. De Xbox kost € 210. Hoeveel maanden moet hij sparen?
Slide 10 - Open vraag
Yennie bewaakt haar budgetten. Leg uit wat ze dan moet doen
A
Uitgaven vergelijken met het budget
B
Inkomsten vergelijken met het budget
C
Budgetten aanpassen aan de uitgaven
D
Budgetten aanpassen aan de inkomsten
Slide 11 - Quizvraag
Evi krijgt 5 euro per week meer aan zakgeld. Reken uit hoeveel extra ze per maand aan zakgeld krijgt. Schrijf je berekening op.
Slide 12 - Open vraag
Wanneer is het noodzakelijk om te budgetteren?
A
Je geeft te veel geld uit
B
Je komt steeds geld tekort
C
Je verdient weinig geld
D
Je wil iets later kopen.
Slide 13 - Quizvraag
Klaar!
Leren door test jezelf
Al het huiswerk af
Leren voor een van de andere toetsen van volgende week.