Periode 2 3HV les 1

PERIODE 2 M&M
We gaan aardrijkskunde doen!
Onderwerp is 'het klimaat'.
Jullie krijgen een boekje.
Producten: 
  • Toets over de stof 
  • Verkiezeningsfilmpje klimaat

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

PERIODE 2 M&M
We gaan aardrijkskunde doen!
Onderwerp is 'het klimaat'.
Jullie krijgen een boekje.
Producten: 
  • Toets over de stof 
  • Verkiezeningsfilmpje klimaat

Slide 1 - Tekstslide

Les 1:
Klimaten en seizoenen.
Leerdoelen les 1:
  1. Je kunt omschrijven wat het verschil is tussen weer en klimaat
  2. Je kunt de vijf hoofdklimaten beschrijven en aflezen uit een klimaatdiagram
  3. Je begrijpt waarom de aarde verschillende seizoenen kent.

Slide 2 - Tekstslide

Weer

Slide 3 - Woordweb

Klimaat

Slide 4 - Woordweb

Weer en klimaat zeggen iets over de lucht om ons heen.
  • Weer = temperatuur, neerslag, wind op bepaalde plaats en op bepaald moment.
  • Klimaat = gemiddelde weer in een bepaald gebied en over een langere tijd (meestal 30 jaar).

Slide 6 - Tekstslide

Köppen-systeem
Het Köppen-systeem is een aanduiding van het type klimaat:

  1. A staat voor een tropisch klimaat
  2. B staat voor een droog klimaat met weinig neerslag. 
  3. C staat voor een zeeklimaat.
  4. D staat voor een landklimaat. 
  5. E staat voor een koud klimaat. 

Slide 7 - Tekstslide

Kenmerken 
A: Een klimaat met temperaturen die gemiddeld altijd boven de 18 graden liggen en waar veel neerslag valt.
B: een klimaat met weinig neerslag. Vaak kunnen hier dan ook geen bomen of planten groeien.
C: Een klimaat dat wordt beïnvloed door de zee en vaak zachte winters kent.
D: Een klimaat met extreme temperaturen in de zomer en in de winter.
E: Een klimaat waar het is altijd heel erg koud. Dit wordt dan ook wel eens een polaire klimaat genoemd.

Slide 8 - Tekstslide

                 A: Tropische klimaten
Dit noemen we een klimaatdagram: de rode lijn geeft de temperatuur aan en de blauwe balkjes de neerslag.

Slide 9 - Tekstslide

                      B: Droge klimaten

Slide 10 - Tekstslide

                             C: Zeeklimaten

Slide 11 - Tekstslide

                          D: Landklimaten

Slide 12 - Tekstslide

                          E: Polaire klimaten

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Klimaat gebieden
De Aarde wordt verdeeld door 5 lijnen:
  • De evenaaar deelt de Aarde door midden: een zuiderlijk en een noordelijk halfrond. Rond de evenaar is het erg warm.
  • Tussen de evenaar en 23,5 graden ZB en 23,5 graden NB is het gematigder.
  • Boven de lijn op 66,5 graden NB en onder 66,5 graden ZB is het erg koud: de poolstreken.
Op hoge breedte is het dus koud, op lage breedte juist warm.
66,5 graden NB
66,5 graden ZB
23,5 graden ZB
23,5 graden NB
De evenaar

Slide 15 - Tekstslide

Oorzaken temperatuurverschillen Aarde
Oorzaak 1: 
  • De invalshoek van de zon op de evenaar is loodrecht: veel warmte op een klein oppervlak, dus heel warm. 
  • De invalshoek van de zon op de polen is schuin: meer oppervlak verwarmen, dus kouder. 
Oorzaak 2: 
  • De afstand die de stralen afleggen naar de evenaar is korter (dus minder warmte-verlies), dan de afstand naar de polen. 

Slide 16 - Tekstslide

De stand van de Aarde
De as van de aarde staat schuin tov de zon. 
Gevolg is dat we seizoenen kennen in bijvoorbeeld Nederland. 

Slide 17 - Tekstslide

Als de aardas loodrecht zou staan.
Dan zou Nederland het hele jaar dezelfde hoeveelheid zon krijgen. In juni en december. Geen winter, geen zomer. 

Slide 18 - Tekstslide

Aardas met een hoek van 23½⁰
Zo krijgt Nederland meer zon in de zomermaanden, en hebben wij een zomer en een winter. 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Schrijf de vraag en het antwoord in je schrift.
  1. Waarom groeit de bevolking?
  2. Hoe verschilt de groei van de bevolking per land?
  3. Waarom wonen op sommige plekken veel mensen?
  4. Waarom wonen op sommige plekken weinig mensen?
De aarde maakt:
      - in één jaar een baan rond de zon (gevolg: seizoenen) 
      - in één dag een baan rond de aardas (gevolg: dag en nacht)
De aardas staat scheef: gevolg:
      - juni: zomer noordelijk halfrond door loodrechte zonnestralen
      - december: zomer zuidelijk halfrond door loodrechte zonnestralen

Slide 21 - Tekstslide

Schrijf de vraag en het antwoord in je schrift.
  1. Waarom groeit de bevolking?
  2. Hoe verschilt de groei van de bevolking per land?
  3. Waarom wonen op sommige plekken veel mensen?
  4. Waarom wonen op sommige plekken weinig mensen?
Seizoenen ontstaan dus doordat de aarde schuin staat en rond de zon draait.

Slide 22 - Tekstslide

Weer en klimaat

Slide 23 - Tekstslide

Aan de slag!
Lees in jouw boekje van §1 de kopjes 'inleiding', 'vijf hoofdklimaten' en seizoenen' op blz 10, 11 en 12.

Maak op blz.  15 de opdrachten 1, 3, 5, 6, 7 en 11.

Slide 24 - Tekstslide