vp vaardigheden (katheteriseren, blaasspoelen, sp katheter, sondevoeding/neusmaagsonde,stomazorg)

Verpleegtechnische handelingen
Katheteriseren, blaasspoelen, SP katheter, sondevoeding/neusmaagsonde, stomazorg
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Verpleegtechnische handelingen
Katheteriseren, blaasspoelen, SP katheter, sondevoeding/neusmaagsonde, stomazorg

Slide 1 - Tekstslide

Lees de volgende situatieschets.

Mevrouw Peeters (52) krijgt sinds twee dagen sondevoeding via een neus maagsonde. Vandaag komt verzorgende Ilse langs om de sondevoeding toe te dienen. Als ze begint met het toedienen van de sondevoeding krijgt mevrouw Peeters opeens last van kriebelhoest. Ze krijgt het ook erg benauwd.

A
de inloopsnelheid van de sondevoeding is te hoog
B
de sondevoeding is te koud
C
de voedingssonde zit in de luchtpijp
D
de voedingssonde irriteert de luchtpijp

Slide 2 - Quizvraag

een Colostoma is een:
A
urinestoma
B
dikke darm stoma
C
dunne darm stoma

Slide 3 - Quizvraag

een ileostoma is:
A
een urine stoma
B
een dikke darm stoma
C
een dunne darm stoma

Slide 4 - Quizvraag

intermitterend katheteriseren doe je hoe vaak per dag
A
tussen de 4 en 6 maal
B
tussen de 8 en 10 maal

Slide 5 - Quizvraag

wat zijn 2 nadelen van een verblijfskatheter
A
risico op artritis
B
risico op prostatitis (bij mannen)
C
risico op urethritis
D
risico op galstenen

Slide 6 - Quizvraag

een SP katheter zit op de volgende plek:
A
boven het schaambeen
B
onder het schaambeen

Slide 7 - Quizvraag

een sp katheter wordt ingebracht door
A
Neuroloog
B
Anesthesioloog
C
Uroloog
D
Verzorgende

Slide 8 - Quizvraag

welke methoden van blaasspoelen kennen we (meerdere antwoorden mogelijk)
A
gesloten systeem
B
open methode
C
beide juist
D
beide onjuist

Slide 9 - Quizvraag

het opheffen of voorkomen van verstoppingen is geen indicatie van blaasspoelen
A
juist
B
onjuist

Slide 10 - Quizvraag

de beste temperatuur van blaasspoelvloeistof is
A
op kamer temperatuur
B
maakt niet uit
C
op lichaamstemperatuur
D
40 graden

Slide 11 - Quizvraag

observatiepunten bij het inbrengen van een neusmaagsonde kunnen zijn(meerdere antwoorden mogelijk):
A
benauwdheid
B
hoesten
C
de sonde komt niet verder
D
geen maagretentie

Slide 12 - Quizvraag

sondevoeding kan zowel kant en klaar als in poedervorm zijn
A
juist
B
onjuist

Slide 13 - Quizvraag

om de ligging van de neus/maagsonde te controleren mag je:
A
ph waarde controle doen
B
met de stethoscoop controleren of de sonde goed zit
C
beide zijn juist
D
beide zijn onjuist

Slide 14 - Quizvraag

wanneer een zorgvrager aspireert komt er voeding in de
A
longen/luchtwegen
B
maag
C
darm
D
slokdarm

Slide 15 - Quizvraag

welke katheter gebruik je wanneer je ook continu moet blaasspoelen?
A
eenmalige katheter
B
driewegkatheter
C
dubbelloopskatheter

Slide 16 - Quizvraag

wat is geen indicatie voor het inbrengen van een verblijfskatheter
A
urineretentie
B
postoperatief
C
wens van de zorgvrager
D
obstructie van de prostaat

Slide 17 - Quizvraag

kies uit verschillende methodes om te katheteriseren
A
eenmalig katheteriseren
B
tweemalig katheteriseren
C
Intimiderend katheteriseren
D
intermitterend katheteriseren

Slide 18 - Quizvraag

katheteriseren is een voorbehouden handeling
A
juist
B
onjuist

Slide 19 - Quizvraag

een Tiemann katheter heeft een gebogen punt
A
juist
B
onjuist

Slide 20 - Quizvraag

een dubbellumen katheter word ook wel een...... (welk antwoord is juist) genoemd
A
1malige katheter
B
Catheter a demeure

Slide 21 - Quizvraag

Eenmalige katheter
Verblijfskatheter
Siliconenkatheter
PVC katheter

Slide 22 - Sleepvraag

Een vrouw heeft een langere urinebuis dan een man
A
juist
B
fout

Slide 23 - Quizvraag