U18 - Gerund

Gerund 
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3,4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Gerund 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. catching / to catch
2. smoking / to smoke
3. passing / to pass
5. not living / not to live
4. staying
/ to stay
6. fixing / to fix
7. buying / to buy
8. playing / to play

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Gerund
De gerund is een vorm van het werkwoord (stam + ing) die gebruikt wordt als zelfstandig naamwoord.
Deze wordt gebruikt:

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je de Gerund?
a Als onderwerp
   Swimming is fun
b Na voorzetsels (about, in, off, at, of, without, by, before):
   He left without paying
c Na bepaalde uitdrukkingen it's no use, it's no good, can't help, can’t stand
   It's no use arguing
d Na de werkwoorden give up, go on, mind, fancy, finish, quit, suggest, etc.
    I enjoy going to the seaside

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

to-infinitive
In alle andere gevallen gebruik je een zogeheten infinitief (to + hele werkwoord) na de genoemde werkwoorden like, hate, enjoy, love, remember, prefer, start, continue, keep, begin en stop:
I would love to swim.
He hates to tell you it won't happen.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschil in betekenis
Bij sommige werkwoorden veranderd de betekenis. 

  • remember + gerund = verwijzing naar het verleden.           Remember walking to the lake, those were good times!

  • remember + infinitive, dan moet het nog gebeuren.
       Remember to walk the dog when you get home.






  I clearly remember telling him this. 
Ik herinner me nog duidelijk dat ik hem dit heb verteld.
 I must remember to phone him. 
Ik moet niet vergeten hem nog bellen.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Link

Deze slide heeft geen instructies

She delayed ...
(get) out of bed.
A
to get
B
getting

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

He demanded ... (speak) to the manager.
A
to speak
B
speaking

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I offered ... (help).
A
to help
B
helping

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I miss ... (go) to the beach.
A
to go
B
going

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I'd hate ... (arrive) too late.
A
to arrive
B
arriving

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I chose ... (work) here.
A
to work
B
working

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

A Gerund is...
A
I'm afraid smoking isn't allowed.
B
I love smoking outside.
C
I was smoking a cigarette.
D
That girl is smoking hot!

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

This is going to be
A
easy
B
not so easy
C
not too difficult
D
difficult

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij welke werkwoorden moet je opletten? Noem er minimaal 3

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wat valt je op aan deze zinnen?
  • Smoking is forbidden in the barbershop.
  • I look forward to seeing you next week.
  • Could you start doing your homework? 
  • That dress isn't worth buying.
  • He started running.


Slide 25 - Tekstslide

  • -ing staat achter sommige woorden
  • Vraag de leerlingen: Welk woord staat er voor? 
Gerund
Je gebruikt de '-ing vorm' als een soort zelfstandig naamwoord:

 1. Als het onderwerp van de zin.
Example: Biking in the mall is forbidden. 

2. Na voorzetsels. (kastwoorden)
Example: She's fond of cycling.

3. Na werkwoorden die zeggen hoe je iets vindt. (like, love, hate, enjoy, etc.)
Example: I love going to the movies. 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Thanks for inviting me to the party!
A
Onderwerp
B
Werkwoorden (die zeggen hoe je iets vindt)
C
Voorzetsels

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Smoking is forbidden in this school.
A
Onderwerp
B
Werkwoorden (die zeggen hoe je iets vindt)
C
Voorzetsels

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


I enjoy spending time with you.
A
Onderwerp
B
Werkwoorden (die zeggen hoe je iets vindt)
C
Voorzetsels

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


It's worth trying to sell it.
A
Werkwoorden (begin, einde, doorgaan)
B
Uitdrukkingen
C
Andere werkwoorden

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


He put off seeing her.
A
Werkwoorden (begin, einde, doorgaan)
B
Uitdrukkingen
C
Andere werkwoorden

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


....(write) in English is easy.

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


I love ... (go) out to restaurants.

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

I'm looking forward to ... (receive) your letter.

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

That make-up product isn't worth ... (buy)

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


My mother considers ... (leave) Rob.

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


They suddenly stopped ... (run).

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies