first and second conditional

First and Second conditional


 Unit 4
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

First and Second conditional


 Unit 4

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Ik kan onderscheid maken tussen de de first en second conditional en kan deze correct toepassen.

Slide 2 - Tekstslide

Wanneer gebruiken we de first conditional? 
- Wordt gebruikt als het mogelijk is dat iets gaat gebeuren OF voor dingen die over het algemeen waar zijn. 

(We noemen 'if-sentences' over mogelijke situaties ook wel de 'first conditional'). 

If I won a lot of money, I would buy a big house in the country.

Slide 3 - Tekstslide

Opbouw first conditional
Een 'first conditional' wordt altijd op dezelfde manier gebruikt:

If we miss the bus,                       we will get a taxi.
Present Simple               +               Will + hele ww.

Slide 4 - Tekstslide

If it rains tonight,
A
I don't go out
B
I will not go out
C
I wouldn't have gone out
D
I would go out

Slide 5 - Quizvraag

If Tim studies hard,
A
He would have passed his exam
B
He will pass his exam
C
He passes him exam
D
He would pass his exam

Slide 6 - Quizvraag

......, we will miss our flight.
A
If you will be late
B
If you are late
C
If you had been late
D
If you were late

Slide 7 - Quizvraag

...., your mom won't buy you a present.
A
If you failed your exam
B
If you failed your exam
C
If you had failed your exam
D
If you fail your exam

Slide 8 - Quizvraag

Second conditional
De second conditional is een if-zin die je kunt gebruiken voor dingen waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze gaan gebeuren. 
Je geeft ermee aan dat iets zal gebeuren in het onwaarschijnlijke geval dat er aan de voorwaarde (de if-zin) wordt voldaan. 

If I won the lottery, I would buy a new house for my parents.

Slide 9 - Tekstslide

Second conditional
Een second conditional wordt altijd op dezelfde manier opgebouwd.

If I won the lottery,             I would buy a new house.
            Past simple         +          would + hele werkwoord

Slide 10 - Tekstslide

Second conditional - Unlikely to happen

Slide 11 - Tekstslide

Second conditionals:
If you ...... (have) a better job, we
...... (be) able to buy a new car.
A
Had / 'd be
B
Had / would be
C
Have / would be
D
Has / would be

Slide 12 - Quizvraag

Second conditionals:
If we .... (live) in Mexico, I ...... (speak) Spanish.
A
Lives / would speak
B
Lived / would speak
C
Lived / 'd speak
D
Live / would speak

Slide 13 - Quizvraag

If you stopped smoking, you ______ a lot better pretty quickly.
A
feel
B
are feeling
C
will feel
D
would feel

Slide 14 - Quizvraag

If I was made President of this company, I ______ quite a few changes.
A
make
B
would make
C
am making
D
will make

Slide 15 - Quizvraag

If I won the Lottery, I ______ my job. I love it too much.
A
would leave
B
will leave
C
wouldn't leave
D
won't leave

Slide 16 - Quizvraag

If my sister .................. (win) a trip to Greece, she ................. (take) me with her.
A
won, would take
B
won’t, would take
C
won, would taken
D
won, would took

Slide 17 - Quizvraag

If Sandra ............... (buy) a helicopter,
her friends ...................... (be) happy.
A
would buy, were
B
bought, wouldn’t be
C
buyed, would been
D
bought, would be

Slide 18 - Quizvraag

Wanneer gebruik je de first conditional? En wanneer de second conditional?

Slide 19 - Open vraag

Leerdoel
Ik kan onderscheid maken tussen de de first en second conditional en kan deze correct toepassen.

Slide 20 - Tekstslide

Ik kan onderscheid maken tussen de de first en second conditional en kan deze correct toepassen. Is dit leerdoel behaald?
😒🙁😐🙂😃

Slide 21 - Poll