6BIOW Onderzoeksvaardigheden: onderzoeksvraag en onderzoeksplan

6BIOW Onderzoeksvaardigheden: onderzoeksvraag en onderzoeksplan
Na deze les kan je je onderzoeksvraag scherper afbakenen en je deelvragen verbeteren, zodat je eerste taak voor je eindwerk/STEM Proef sterker wordt.
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

6BIOW Onderzoeksvaardigheden: onderzoeksvraag en onderzoeksplan
Na deze les kan je je onderzoeksvraag scherper afbakenen en je deelvragen verbeteren, zodat je eerste taak voor je eindwerk/STEM Proef sterker wordt.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een onderzoeksvraag

– geeft richting aan je onderzoek
– helpt je focussen op relevante informatie
– stuurt je onderzoek naar een concreet antwoord

Slide 2 - Tekstslide

“Dit kennen jullie al. Vandaag gaan we vooral kijken: is mijn vraag scherp genoeg?”
Schrijf je onderzoeksvraag hier
(uit je hoofd!).

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je tot nu toe het moeilijkste aan het bedenken van je onderzoeksvraag?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken van een sterke onderzoeksvraag?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Een sterke onderzoeksvraag
Een onderzoeksvraag met werk aan de winkel. 
haalbaar
relevant
complex
1 probleem
breed
vaag
onhaalbaar
meerdere problemen

Slide 6 - Sleepvraag

“Als één van deze ontbreekt, krijg je een wankel onderzoek.”
Schat nu zelf jouw onderzoeksvraag in. Beantwoord jouw onderzoeksvraag aan de vier criteria (haalbaar, relevant, voldoende complex en focust op 1 probleem)?
😒🙁😐🙂😃

Slide 7 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan nog beter bij jouw onderzoeksvraag?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Een onderzoeksvraag afbakenen = keuzes maken
– Wat onderzoek je precies?
– Wie onderzoek je?
– Waar vindt het onderzoek plaats?
– Wanneer / in welke periode?

Slide 9 - Tekstslide

“Zolang dit niet duidelijk is, kan je geen sterke vraag formuleren.”
Baken deze onderzoeksvraag af: "sociale media en jongeren" (wie, wat, waar, wanneer?)

Slide 10 - Open vraag

➡️ Bespreek 2–3 antwoorden hardop
➡️ Toon hoe het onderwerp automatisch smaller wordt.
Soorten onderzoeksvragen
– verklarend (oorzaak)
– probleemoplossend (oplossing)
– vergelijkend (verschillen/overeenkomsten)
– toetsend (meetbaar effect)
– evaluerend (beoordelen)

Slide 11 - Tekstslide

“Het type dat je kiest, hangt af van je doel.”c
Je wil nagaan of een bepaalde maatregel effect heeft.
Welk type onderzoeksvraag past hier het best bij?
A
verklarend
B
probleemoplossend
C
vergelijkend
D
toetsend

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke onderzoeksvraag is verklarend?
A
Hoe kan de school stress bij leerlingen verminderen?
B
Waardoor ervaren leerlingen van het 6de jaar meer stress tijdens de examensperiodes?
C
Is stress bij jongeren problematisch?
D
Welke leerlingen ervaren de meeste stress?

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je wil weten waarom iets gebeurt.
Welk type onderzoeksvraag past het best?
A
verklarend
B
probleemoplossend
C
vergelijkend
D
evaluerend

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke onderzoeksvraag is probleemoplossend?
A
Hoe kan de school het aantal gsm-afleidingen tijdens de les verminderen?
B
Waarom gebruiken leerlingen hun gsm tijdens de les?
C
Gebruiken jongens of meisjes vaker hun gsm in de klas?
D
Is gsm-gebruik in de klas wenselijk?

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is deze vraag probleemoplossend?
“Hoe kan de school het aantal gsm-afleidingen tijdens de les verminderen?”
A
omdat ze een oorzaak zoekt
B
omdat ze vraagt naar een oplossing of advies
C
omdat ze meetbaar is
D
omdat ze vergelijkt

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke onderzoeksvraag is vergelijkend?
A
Wat is het verschil in studietijd tussen leerlingen van het 6de doorstroom en dubbele finaliteit?
B
Hoe studeren leerlingen voor examens?
C
Waarom studeren sommige leerlingen langer dan anderen?
D
Is studeren belangrijk?

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet er minimaal aanwezig zijn in een vergelijkende onderzoeksvraag?
A
een mening
B
een oplossing
C
twee (of meer) duidelijk te vergelijken groepen of situaties
D
een tijdsplanning

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke onderzoeksvraag is toetsend?
A
Hoe ervaren leerlingen een nieuwe studiemethode?
B
Is een nieuwe studiemethode goed?
C
Waarom werkt een nieuwe studiemethode beter?
D
Heeft een nieuwe studiemethode een meetbaar effect op de resultaten van 6dejaars?

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke onderzoeksvraag is evaluerend?
A
Is een latere schoolstart wenselijk voor leerlingen van het 6de jaar?
B
Hoe kan de school later starten?
C
Wanneer start de school?
D
Wat zijn de gevolgen van een latere schoolstart?

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is een evaluerende onderzoeksvraag niet zomaar een mening?
A
omdat iedereen hetzelfde vindt
B
omdat je je oordeel moet staven met objectieve gegevens
C
omdat ze eenvoudig is
D
omdat ze snel te beantwoorden is

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk type onderzoeksvraag past het best bij deze vraag?

“Welke verschillen zijn er in studiemotivatie tussen leerlingen die ’s ochtends en ’s avonds studeren?”
A
verklarend
B
probleemoplossend
C
vergelijkend
D
evaluerend

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke onderzoeksvraag is het minst geschikt voor een onderzoeksproject?

A
Wat is stress?
B
Waarom ervaren leerlingen stress?
C
Hoe kan stress verminderd worden?
D
Wat is het verschil in stressniveau tussen …?

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdvraag en deelvragen
– Hoofdvraag: complex, richtinggevend
– Deelvragen: stappen naar het antwoord
– Samen leiden ze tot één duidelijk besluit

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelvragen zijn gewoon kleinere versies van de hoofdvraag.
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quizvraag

“Een goede deelvraag doet je vooruitgaan, niet ter plaatse trappelen.”
Welke deelvraag helpt je écht vooruit?
A
Wat is sociale media?
B
Welke sociale media gebruiken leerlingen van het 6de jaar het meest in 2025?

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke concrete aanpassing ga jij straks nog maken aan je onderzoeksvraag of deelvragen?

Slide 27 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies