Computationeel denken - Inleiding

Computationeel denken: inleiding
Informaticawetenschappen - K. Trio
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
InformaticawetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Computationeel denken: inleiding
Informaticawetenschappen - K. Trio

Slide 1 - Tekstslide

timer
0:30
Programmeren

Slide 2 - Woordweb

Programmeren
Programmeren is het geven van instructies of opdrachten aan een computer. De computer kan deze instructies vervolgens zelf uitvoeren.

Slide 3 - Tekstslide

Programmeren en gamen
Voor velen is gamen of programmeren gewoon een leuke hobby, maar voor sommigen is het meer dan dat. Sommigen maken er hun beroep van! Er zijn ook gamers die bijna niets anders meer doen dan gamen. Dat laatste noemen we ‘overmatig gamen’ en kan erg ongezond zijn.

Slide 4 - Tekstslide

Denken als een programmeur

Slide 5 - Tekstslide

Denken als een programmeur
Stap 1: Visualiseren van het probleem
Elk probleem begint met een analyse van het probleem.

Slide 6 - Tekstslide

Vb. Ik wil een huis bouwen
  1. Wat ligt er vast: de bouwvoorschriften (= gegeven)
  2. Beginsituatie: een stuk bouwgrond (= invoer)
  3. Beschrijving: huis bouwen volgens plan (= verwerking)
  4. Resultaat: het huis staat er (= uitvoer)

Slide 7 - Tekstslide

Wat is er gegeven bij het bakken van pannenkoeken?

Slide 8 - Open vraag

Wat is de invoer bij het bakken van pannenkoeken?

Slide 9 - Open vraag

Wat is de verwerking bij het bakken van pannenkoeken?

Slide 10 - Open vraag

Wat is de uitvoer bij het bakken van pannenkoeken?

Slide 11 - Open vraag

Vb. Ik wil pannenkoeken bakken
  1. Gegeven: recept pannenkoeken
  2. Invoer: ingrediënten pannenkoeken
  3. Verwerking: pannenkoeken bakken volgens recept      
  4. Uitvoer: lekkere pannenkoeken 

Slide 12 - Tekstslide

Een programmeur zet volgende stappen in zijn analyse 

Slide 13 - Tekstslide

Maar eerst...
Bij elke probleem is het belangrijk om dit zo efficiënt mogelijk op te lossen, efficiënt naar tijd, naar materiaal, naar inspanning, naar mogelijkheden ...

        concepten computationeel denken

Slide 14 - Tekstslide

Concepten computationeel denken

Slide 15 - Tekstslide

Concepten computationeel denken
Decompositie
Abstractie
Patroonherkenning
Algoritme

Slide 16 - Tekstslide

Concepten: decompositie
problemen opsplitsen in verschillende delen zodat we ons op elk deel afzonderlijk kunnen concentreren. 

Slide 17 - Tekstslide

Concepten: Abstractie
weglaten of negeren van bepaalde details zodat we ons op het basisprobleem kunnen concentreren.
- Verbergen van onnodige complexiteit
- Extraheren van de nodige informatie
- Vinden van een goede data-representatie
- Relaties / overeenkomsten vinden met andere problemen.

Slide 18 - Tekstslide

Concepten: Patroonherkenning
Gelijkenissen of patronen herkennen tussen gegevens of verschillende problemen.  Oplossingsstrategie
o Toepassen op gelijkaardige problemen
o Aanpassen aan nieuwe maar gelijkaardige contexten

Slide 19 - Tekstslide

Concepten: Algortime
Reeks van opeenvolgende instructies die stapsgewijs kunnen uitgevoerd worden om een bepaalde taak uit te voeren.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Eénmaal je je probleemanalyse hebt, kun je een passend ALGORITME zoeken.

Slide 22 - Tekstslide

Maar eerst...

enkele begrippen

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Link