Les 2 - Rechten en plichten 18 -22 v

Rechten en plichten 18 - 22

In deze les leer je:
- Dat je rechten hebt.
- Dat je plichten hebt.
- Wat mensenrechten zijn.

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Rechten en plichten 18 - 22

In deze les leer je:
- Dat je rechten hebt.
- Dat je plichten hebt.
- Wat mensenrechten zijn.

Slide 1 - Tekstslide

Rechten en plichten 18 - 22

Rechten = Een recht is iets wat je mag doen of mag hebben.
Tekst.
- Welke rechten heb je? (zin 1)
- Heeft een recht te maken met vrijheid? (zin 2)
- Wat is een voorbeeld van een recht? (zin 3)
- Welk recht heb je als je werkt? Loon = geld wat je verdient.








Slide 2 - Tekstslide

Rechten en plichten 18

vervolg Tekst Rechten en plichten
- Wat heb je naast rechten?
- Wat is het verschil tussen rechten en plichten. 
- Wat is een voorbeeld van een plicht?
- Wat is ook een voorbeeld van een plicht? Verkeersregels.
- Welk recht heeft de jongen links? Vrije tijd.

Slide 3 - Tekstslide

Rechten en plichten 19 opdracht 1 a, b, c en d

b. Welke rechten en plichten heb je op je werk of op stage? Stage = een soort tijdelijk werk om te kijken of je iets leuk vindt.
Recht: 
Plicht: 
c. Welke rechten en plichten heb je thuis?
Recht:
Plicht: 



d. Welke rechten en plichten heb je op straat?

Slide 4 - Tekstslide

Rechten en plichten 19 e

d. Op straat?
Recht: (Wat mag) 
Plicht: (Wat moet). 

e. Wat vind jij een belangrijk recht?
.


f. Welke plicht zou je liever niet hebben?


Slide 5 - Tekstslide

Rechten en plichten 20 opdracht 2 

e. De top 5 van de rechten op school:
1. 
2. 
3. 
4. 
5. 

Slide 6 - Tekstslide

Rechten en plichten 20 opdracht 2 e

De top 5 plichten op school:
1. 
2. 
3. 
4. 
5. 

Slide 7 - Tekstslide

Rechten en plichten 21

Mensenrechten = de rechten voor alle mensen, jong of oud, man of vrouw of lhbti  =
lesbische vrouwen, 
homoseksuele mannen, 
biseksuelen,
transgender- en 
intersekse personen), op aarde

Slide 8 - Tekstslide

Rechten en plichten 21

Tekst:
- Voor wie zijn er mensenrechten? (zin 1).
- Wat is een voorbeeld van een mensenrecht? (zin 3)
- Houdt iedereen zich aan de mensenrechten?
Nieuws:
- Wie kreeg zweepslagen? YouTube 1.37
- Waar woont hij?

Slide 9 - Tekstslide

Rechten en plichten 21 Vervolg Raif Badawi

- Waarom kreeg hij zweepslagen? (zin 3)
- Welke organisatie voert actie tegen zijn straf? (zin 4)  A. I.  (1.31)
- Welk recht is volgens Amnesty International geschonden? (zin 5)




Slide 10 - Tekstslide

Rechten en plichten 21 opdracht 3 a en b

a. Dus wat zijn mensenrechten? 6.59 (tot +/- 2.10)
Dat zijn de rechten (= wat mag) voor alle mensen op de wereld;
Jong, oud, jongen, meisje, man of vrouw.

b. Wat moet  er gebeuren als een land zich niet aan de rechten houdt? 


Slide 11 - Tekstslide

Rechten en plichten 22 

Mensenrechten:
2.Mensenrechten zijn er voor iedereen, altijd en overal.
3. Slavernij is verboden.
4. Je mag niet zomaar worden opgesloten (in een gevangenis of politiecel).

Slide 12 - Tekstslide

Rechten en plichten 22 

5. Je mag trouwen met wie je wilt.
6. Je mag je eigen godsdienst kiezen en daarnaar leven.
7. Je mag uitkomen voor je eigen mening.
8. Je mag meedoen aan verkiezingen voor het bestuur van je land.
9. Je hebt recht op rust en vrije tijd.

Slide 13 - Tekstslide

Rechten en plichten 22 

10. Je hebt recht op werk en een eerlijk loon. (GT)
11. Je hebt recht om naar school te gaan.
12. Je hebt recht op genoeg geld om van te leven. (GT). 
d en e. We gaan kijken welke jullie belangrijk vinden.
Jullie vinden recht nr. 5 en 12 erg belangrijk en ook nr. 1 en 9.
f. Schrijf nog een recht op wat iedereen zou moeten hebben.

Slide 14 - Tekstslide

Rechten en plichten 22 

Slide 15 - Tekstslide

Rechten en plichten 22 

Slide 16 - Tekstslide

Rechten en plichten 22 

Slide 17 - Tekstslide