Les 4. Grammatica 'SER'

Mevrouw de Cuba
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Mevrouw de Cuba

Slide 1 - Tekstslide

SO
Week  41 Hoofdstuk 1

Over 1 week 



Slide 2 - Tekstslide

RepasoHerhaling
.

Slide 3 - Tekstslide

Zet de volgende woorden in het meervoud.

Slide 4 - Tekstslide

la mesa

Slide 5 - Open vraag

el profesor

Slide 6 - Open vraag

el libro

Slide 7 - Open vraag

la mochila

Slide 8 - Open vraag

1. Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een -o
bijvoorbeeld: bonito (mooi), divertido (leuk), pequeño (klein)
Bij de bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een -o verandert de -o in een -a als het  bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staat. 
vb: el libro bonito (het mooie boek)
       la casa bonita (het mooie huis)

Slide 9 - Tekstslide

2. Bijvoeglijke naamwoorden eindigen op een -e.
bijvoorbeeld: inteligente (intelligent), horrible (verschrikkelijk)

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een -e veranderen niet wanneer ze bij een een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staan. 
vb: el chico inteligente (de intelligente jongen)
       la chica inteligente (het intelligente meisje)

Slide 10 - Tekstslide

3. Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker.
bijvoorbeeld: genial (geniaal), azul (blauw)

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker veranderen niet wanneer ze bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staan. 
vb: el coche azul (de blauwe auto)
        la carpeta azul (de blauwe map)

Slide 11 - Tekstslide

Meervoud van zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden.
  • Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een klinker krijgen in het meervoud een -s.
vb: el chico inteligente --> los chicos inteligentes
        la casa grande          --> las casas grandes
  • Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker krijgen in het meervoud -es.
vb: el profesor genial --> los profesores geniales
       la situación difícil --> las situaciones difíciles


Slide 12 - Tekstslide


Las chicas _________
A
simpáticos
B
simpatíca
C
simpáticas
D
símpatico

Slide 13 - Quizvraag


Tengo una guitarra ________
A
bonito
B
bonita
C
bonitos
D
bonitas

Slide 14 - Quizvraag


Los chicos _____
A
tranquilas
B
tranquilos
C
tranquilas
D
tranquilo

Slide 15 - Quizvraag


Las clases ______
A
difícil
B
difíciles
C
difícilas
D
difícilos

Slide 16 - Quizvraag


Las playas __________
A
Blanco
B
Blancos
C
Blanca
D
Blancas

Slide 17 - Quizvraag


Los museos ____________
A
interesantos
B
interesantes
C
interesanta
D
interesantas

Slide 18 - Quizvraag


Mi hermano es muy _____
A
simpática
B
simpático
C
irritantes
D
alegro

Slide 19 - Quizvraag


Mi casa es _____
A
blanco
B
blanca
C
blancas
D
blanque

Slide 20 - Quizvraag


Tiene los ojos _______ (azul)
A
azul
B
azula
C
azules
D
azulas

Slide 21 - Quizvraag


La catedral _________
A
bonito
B
bonitos
C
bonita
D
bonitas

Slide 22 - Quizvraag


_________ libros
A
muchas
B
mucho
C
muches
D
muchos

Slide 23 - Quizvraag

El verbo SER

Slide 24 - Tekstslide

Het werkwoord SER
Wat betekent ser ?
Hoe vervoeg je ser ?
Wanneer/hoe kun je ser gebruiken?

Slide 25 - Tekstslide

Ser
- Ser = zijn: kenmerken, beroepen, identiteit, nationaliteit...
- Ser de = komen uit

Slide 26 - Tekstslide

Ser
     Ser = zijn    Onregelmatige werkwoord                   



ik ben
Jij bent
hij/zij/ het is/ u bent
Wij zijn
Jullie zijn
Zij zijn
Yo
Tú
Él/ella/usted
Nosotros
Vosotros
Ellos/ellas/ustedes
Soy
Eres
Es
Somos
Sois
Son
Spaans= geen persoonlijke voornaamwoord. staat al in de vervoeging!

Slide 27 - Tekstslide

Ser
Hoe ging deze vervoeging ook alweer?
het onderwerp van de zin
ser zijn
yo (ik)
tú (jij)
él/ella (hij/zij)

Slide 28 - Tekstslide




yo (ik)
tú (jij)
él, ella, usted (hij, zij, u)

nosotros, nosotras (wij)
vosotros, vosotras (jullie)
ellos, ellas,ustedes (zij)
SER (zijn)
persoonsvormen

soy (ik ben)
eres (jij bent)
es (hij, zij is/ u bent)(ev)

somos (wij zijn)
sois (jullie zijn)
son ( zij zijn, u bent) (mv)
vervoeging

Slide 29 - Tekstslide

yo
tú
él, ella, usted
 nosotros
vosotros
ellos, ustedes
soy
 eres
 es
 somos
sois
son

Slide 30 - Sleepvraag

Sleep de vormen van ser naar de juiste plek.
nosotros
yo
él, ella, ud.
tú
vosotros
ellos, ellas, uds.
eres
somos
es
soy
son
sois

Slide 31 - Sleepvraag

_______ (yo) española
Ik ben Spaanse.

Slide 32 - Open vraag

______ (tú) Elena
Jij bent Elena

Slide 33 - Open vraag

______ (nosotros) de Madrid.
Wij komen uit Madrid.

Slide 34 - Open vraag

Carlos y yo .....................(ser)holandeses.
A
eres
B
es
C
somos
D
sois

Slide 35 - Quizvraag

Mis amigos...................(ser)muy simpáticos.
A
somos
B
sois
C
son
D
es

Slide 36 - Quizvraag

Vul de juiste vorm van SER in.
Yo.....................(ser)estudiante.
A
eres
B
soy
C
somos
D
son

Slide 37 - Quizvraag

La profesora de español..........................(ser)mexicana.
A
es
B
eres
C
somos
D
soy

Slide 38 - Quizvraag

Wat is de juiste vervoeging van
vosotros (ser)
A
eres
B
somos
C
soy
D
sois

Slide 39 - Quizvraag

ser, yo
A
soy
B
eres
C
es
D
sois

Slide 40 - Quizvraag