cross

D2ATh3 B1 Verbranding 2020 theorie en praktijk

D2ATh3: Verbranding en ademhaling
 B1: Wat is verbranding

Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 
Tijdens de praktijk doe je ook opdrachten die bij B2 (In- en uitgeademde lucht) horen.
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologievmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

D2ATh3: Verbranding en ademhaling
 B1: Wat is verbranding

Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 
Tijdens de praktijk doe je ook opdrachten die bij B2 (In- en uitgeademde lucht) horen.

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet jij over verbranding?

Slide 2 - Woordweb

Leerdoel

1.  Je leert wat er gebeurt bij de verbranding van kaarsvet
2. Je leert wat de verbrandingsreactie is bij de verbranding bij een kaars
3. Je leert wat koolstofdioxide is en waarmee je dit gas kunt aantonen
4. Je leert hoe en waar verbranding in je lichaam plaatsvindt
5. Je leert wat de verbrandingsreactie is bij verbranding in je lichaam

Bij de verbranding van kaarsvet en bij de verbranding in je lichaam:
6. Je leert wat brandstof en verbrandingsproducten zijn
7. Je leert in welke vorm energie vrijkomt



Slide 3 - Tekstslide

Wat weet je (al) van verbranding?
1.  Je weet en kunt uitleggen wat er gebeurt bij de verbranding van kaarsvet
2. Je weet en kunt uitleggen wat de verbrandingsreactie is bij de verbranding bij een kaars

3. Je weet en kunt uitleggen wat koolstofdioxide is en waarmee je dit gas kunt aantonen

4. Je weet en kunt uitleggen hoe en waar verbranding in je lichaam plaatsvindt

5. Je weet en kunt uitleggen wat de verbrandingsreactie is bij verbranding in je lichaam

Bij de verbranding van kaarsvet en bij de verbranding in je lichaam:

6. Je weet en kunt uitleggen wat brandstof en verbrandingsproducten zijn
7. Je weet en kunt uitleggen in welke vorm energie vrijkomt



Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Verbranding (1)
Een auto rijdt op benzine, gas of diesel. 
Dat zijn de brandstoffen die de motor verbrandt.
Er ontstaat bij de verbranding energie waardoor de auto in beweging komt. 

De motor van de auto wordt warm, de energie zorgt dus ook voor warmte. 
Uit de uitlaat van de auto komen uitlaatgassen, de verbrandingsproducten.

Slide 6 - Tekstslide

Praktijk opdracht 1: Verbranding bij een kaars (MH: blz. 96)



  • Zet het waxinelichtje op het schoteltje en steek het aan 
  •  Zet de jampot over het brandende waxinelichtje
  • Beantwoord de vragen op blz. 96

    >   Maak direct na de demo:  Van opdracht 1  vraag 1 t/m 5
  


DEMO door de docent

Slide 7 - Tekstslide

Verbranding 
bij een kaars
Een kaars is gemaakt van kaarsvet, dat is een brandstof. Als de kaars brandt, verdwijnt het kaarsvet. Bij de verbranding komt energie vrij in de vorm van licht en warmte.

Voor de verbranding is zuurstof nodig en komt water en koolstofdioxide (kooldioxide of koolzuurgas) vrij: de verbrandinsproducten. De gassen zitten in de lucht, je kunt ze niet zien of ruiken.

Slide 8 - Tekstslide

Indicator
Je kunt koolstofioxide niet ruiken en niet zien. Als je dit gas wilt aantonen kun je gebruik maken van een indicator.
Een indicator is een stof waarmee je een andere stof kunt aantonen.

Helder kalkwater is een indicator voor koolstofdioxide. Kalkwater is water met opgelost kalk. Je gaat verschillende praktijkopdrachten doen die te maken hebben met verbranding.
Koolstofdioxide is een gas in de lucht.  Je kunt het niet zien en niet ruiken.
Helder kalkwater

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 2: Koolstofdioxide aantonen 
(MH: blz. 96 en 97)


      • Nummer de buizen 1 t/m 4 met de stift
      • In buis 1: een pinkdikte gekookt en afgekoeld water 
      • In buis 2: een pinkdikte mineraalwater met prik
      • In buis 3 én 4: een pinkdikte helder kalkwater 
      • Doe de inhoud van buis 1 bij buis 3 
      • Doe de inhoud van buis 2 bij buis 4 
      

Pinkdikte
Maak opdr. 2 (blz. 97)

Slide 10 - Tekstslide

Uitleg: Opdracht 2: Koolstofdioxide aantonen 
(MH: blz. 96 en 97)

Mineraalwater bevat koolzuur = koolstofdioxide.


Als je koolzuurhoudend drinken mengt met helder kalkwater, wordt het kalkwater troebel.

Gekookt en afgekoeld water bevat geen koolstofdioxide, daarom wordt het helder kalkwater NIET troebel.


Slide 11 - Tekstslide

Verbranding 
in je lichaam
Zonder verbranding gaat een cel dood. 
Bij de verbranding in een cel is zuurstof en brandstof nodig. 
De brandstof die vooral gebruikt wordt is glucose. 
Glucose krijg je binnen door voedsel te eten. 
Het bloed vervoert de zuurstof en de glucose naar al je cellen. 
Bij het verbrandingsproces ontstaan verbrandingsproducten: koolstofdioxide en water en komt ook energie vrij. 
Door die energie kunnen alle organen in je lichaam werken en blijft je lichaam op de juiste temperatuur.
Reactieschema van het verbrandingsproces:
 
Glucose      +    zuurstof    -->    water    +    koolstofdioxide   +   energie
(brandstof)                                  (verbrandingsproducten)           (bewegen - handhaven lichaamstemperatuur)
                                                                                                                 
Ook de processen in je cellen vragen energie
In elke cel van je lichaam, op elk moment!

Slide 12 - Tekstslide

Verbranding in een lichaamscel: 

Zie je in de afbeelding een verbrandingsproduct?

Sleep deze dan in het vak.

Verbrandingsproduct

Slide 13 - Sleepvraag

Verbrandingsreactie van verbranding in elke cel van het lichaam:


.......1........ + zuurstof ==> ……………2………….. + …………3…….……….. + …………4…………
(verbrandingsproducten)

A
1: water 4: energie
B
1: koolstofdioxide 4: water
C
1: glucose 3: energie
D
1: glucose 2: water

Slide 14 - Quizvraag

Zo kun je een koolstofdioxide aantonen
Sleep naar de juiste positie
in de afbeelding
Verbrandingsproduct
Indicator
Troebel

Slide 15 - Sleepvraag

Lichamelijke inspanning
Voor lichamelijke inspanning heb je energie nodig. Hoe meer je beweegt hoe meer energie nodig is. Je spiercellen werken dan bijvoorbeeld harder, ze hebben extra glucose en zuurstof nodig. 

Je gaat daarom meer eten en je ademt sneller. Je organen werken harder om al je cellen te voorzien van zuurstof en brandstof. Je hart klopt sneller, je bloed stroomt sneller en je krijgt het warmer.  
Maak opdracht 4 t/m 7 
(blz. 98,99)

Slide 16 - Tekstslide

Verbranding: Dit weet/snap je!



Reactieschema van het verbrandingsproces:

Algemeen:  
Brandstof      +    zuurstof    -->     water    +    koolstofdioxide      +      energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                 
                                                                                                                 
Auto:
Benzine      +      zuurstof     -->     water    +    koolstofdioxide      +      energie
(brandstof)                                        (verbrandingsproducten)               (warmte + beweging)


Hoe zit het bij  'de kaars'? Hoe ziet het reactieschema van het verbrandingproces er dan uit?

Hoe zit het bij lichaamscellen? Hoe ziet het reactieschema van het verbrandingsproces er dan uit?
Belangrijk te weten: In elke lichaamscel vinden processen plaats, daarvoor is energie nodig.
Er vindt in elke lichaamscel verbranding plaats. Daarvoor is wat nodig en daarbij komt wat vrij.

Slide 17 - Tekstslide

Verbranding: Dit weet/snap je!

Reactieschema van het verbrandingsproces:

Algemeen:  
Brandstof      +    zuurstof    -->     water    +    koolstofdioxide      +      energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                 
                                                                                                                 
Auto:
Benzine      +      zuurstof     -->     water    +    koolstofdioxide      +      energie
(brandstof)                                        (verbrandingsproducten)               (warmte + beweging)

Kaars:
Kaarsvet      +     zuurstof     -->     water     +   koolstofdioxide      +     energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                (warmte + licht)

Lichaam:
Glucose      +       zuurstof   -->      water + koolstofdioxide           +      energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                (lichaamstemperatuur + beweging)
Alle processen in je cellen vragen energie

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video