Chemische bindingen

3BW
1 / 104
volgende
Slide 1: Tekstslide
ChemieSecundair onderwijs

In deze les zitten 104 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

3BW

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom zijn edelgassen zo stabiel?
A
Ze hebben veel protonen.
B
Alle schillen zijn gevuld.
C
Ze hebben geen neutronen.
D
Ze hebben weinig valentie-elektronen.

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tot welke groep hoort waterstof?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn metalen geneigd om elektronen op te nemen of af te geven?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul in: Natrium heeft ___ valentie-elektronen. Na⁺ heeft ___ elektron(en) minder.

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn niet-metalen geneigd om elektronen op te nemen of af te geven?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er als chloor één elektron opneemt?
A
Het krijgt een positieve lading.
B
Het wordt instabiel.
C
Het verandert van element.
D
Het wordt stabiel zoals een edelgas.

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een ionbinding?
A
Elektrostatische aantrekking tussen twee neutrale atomen.
B
Elektrostatische aantrekking tussen een kation en een anion.
C
Binding tussen twee niet-metalen.
D
Elektrostatische aantrekking tussen protonen en neutronen.

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

les 13/10
Wat is het verschil tussen een ionbinding en een ionverbinding?
A
Een ionbinding is de aantrekking tussen één kation en één anion; een ionverbinding is het geheel van ionen dat samen elektrisch neutraal is.
B
Een ionbinding is een rooster van ionen; een ionverbinding is de aantrekking tussen twee atomen.
C
Een ionbinding komt voor tussen niet-metalen; een ionverbinding komt voor tussen metalen.
D
Er is geen verschil, beide woorden betekenen hetzelfde.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent de index 2 in MgCl₂?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul aan met de juiste ionlading:
groep 1 → …
groep 2 → …
groep 16 → …
groep 17 → …

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de lading van een natriumion (Na)?
A
-1
B
+1
C
-2
D
+2

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de lading van een zuurstofion (O)?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de lading van een aluminiumion (Al)?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de lading van een chloride-ion (Cl)?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef de namen van de volgende ionen:
Na⁺ → …
O²⁻ → …
N³⁻ → …
S²⁻ → ...

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de formule-eenheid van natriumsulfide?
A
NaS
B
NaS₂
C
Na₂S₂
D
Na₂S

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de formule-eenheid van magnesiumfluoride?

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

les 20/10
Elementen vormen bindingen omdat ze op die manier een heel stabiele toestand kunnen bereiken.
Welke naam geeft men aan deze toestand?

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Een ionverbinding is opgebouwd uit ...
A
enkel niet-metaalelementen
B
enkel metaalelementen
C
een metaal- en een niet-metaalelement
D
alles is correct

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Water is opgebouwd uit.
A
enkel niet-metaalelementen
B
enkel metaalelementen
C
een metaal- en een niet-metaalelement

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom delen niet-metaalatomen elektronen?
A
Om minder massa te hebben.
B
Om een ion te vormen.
C
Om een metaalbinding te vormen.
D
Om stabieler te worden door een edelgasconfiguratie.

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een covalente binding?
A
Het geheel van atomen + atoombindingen.
B
Een aantrekkingskracht tussen positieve en negatieve ionen.
C
Een aantrekkingskracht door het delen van elektronen.
D
Een edelgasconfiguratie.

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 60 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 61 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 62 - Tekstslide

3/11

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 64 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 65 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 67 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 68 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 69 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 70 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 71 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 72 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 73 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 74 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 75 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 76 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teken de Lewisstructuur van koolstoftetrachloride.

Slide 77 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Oplossing: Lewisstructuur van koolstoftetrachloride.

Slide 78 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 79 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In een covalente binding worden elektronen …
A
afgestaan
B
gedeeld
C
aangetrokken door edelgassen
D
alles is juist

Slide 80 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een ionbinding is een binding tussen ...

Slide 81 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Een covalente binding is een binding tussen ...

Slide 82 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 83 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat teken je in een structuurformule?
A
alleen bindingen tussen atomen
B
bindingen én vrije elektronenparen
C
alleen vrije elektronenparen
D
alles is juist

Slide 84 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 85 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Glucose is een suiker die in bijna alle organismen voorkomt.
Het is een belangrijke energiebron voor cellen en speelt een centrale rol in de fotosynthese en de ademhaling.
Deze molecule is opgebouwd uit:
6 atomen zuurstof, 12 atomen waterstof en 6 atomen koolstof.
Geef de correcte brutofomule (= molecuulformule) van glucose.

Slide 86 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

OPLOSSING: Glucose is een suiker die in bijna alle organismen voorkomt.
Het is een belangrijke energiebron voor cellen en speelt een centrale rol in de fotosynthese en de ademhaling.
Deze molecule is opgebouwd uit:
6 atomen koolstof, 12 atomen waterstof en 6 atomen zuurstof.

Geef de correcte brutofomule (= molecuulformule) van glucose.

Slide 87 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Amoxicilline is een breedspectrum antibioticum. Het wordt (te) vaak voorgeschreven wanneer je arts vermoedt dat je een bacteriële infectie hebt opgelopen.

Deze molecule is opgebouwd uit 3 atomen stikstof, 16 atomen koolstof, 1 atoom zwavel, 5 atomen zuurstof en 19 atomen waterstof.

Geef de correcte brutoformule (= molecuulformule) van amoxicilline.

Slide 88 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 89 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 90 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 91 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noteer de formule van octazwavel.

Slide 92 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Oplossing: Geef de formule van octazwavel.

Slide 93 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 94 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef de systematische naam:
CO → …
CO₂ → …
N₂O₃ → …

Slide 95 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Koppel de systematische naam aan de triviale naam.
zuurstofgas
ozon
water
diwaterstofoxide
dizuurstof
trizuurstof

Slide 96 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 97 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 98 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een metaalbinding ontstaat tussen …

Slide 99 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De aantrekkingskracht in een metaalbinding bestaat tussen …
A
neutrale atomen onderling
B
negatieve ionen en vrije elektronen
C
positieve en negatieve ionen zoals bij een zout
D
positieve metaalionen en valentie-elektronen

Slide 100 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 101 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 102 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom geleiden metalen goed elektriciteit?
A
Omdat de vrije elektronen zich kunnen verplaatsen.
B
Omdat metalen veel protonen bevatten.
C
Omdat de metaalionen elektronen aantrekken.
D
Omdat de elektronen vastzitten aan de atomen.

Slide 103 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 104 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies