Rolstoelen

Rolstoelen
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Rolstoelen

Slide 1 - Tekstslide

Het doel
Je weet hoe het is om in een rolstoel te zitten en leert hoe je een rolstoel op de juiste manier gebruikt. 

Slide 2 - Tekstslide

hoe voel jij je?

Slide 3 - Tekstslide

Wat is de rolstoel?
Een rolstoel helpt mensen die (tijdelijk of voor altijd) niet zelf kunnen lopen.

Slide 4 - Tekstslide

Welke rolstoelen kennen we?
1. Handbewogen rolstoel:  aangeduwd door gebruiker of begeleider.
2. Elektrische rolstoel: motorisch aangedreven.
3. Specifieke rolstoelen:  zoals sportrolstoelen of rolstoelen voor mensen met lastige zorgbehoeften.

Slide 5 - Tekstslide

onderdelen van de rolstoel
remmen: ga na of de hendel naar voren of naar achteren moet om de rem vast te zetten, zorg er altijd voor dat de remmen aan beiden zijden vaststaan voordat de cliënt instapt.
trapstang: door hier op te trappen komen de voorwieltjes van de grond. Dit is nodig om bijv. een stoeprand op te gaan.  
duwhandvatten: die zijn extra lang om de rolstoel gemakkelijk achterover te kunnen kantelen.
Voetsteun: bij het in en uitstappen moeten beide voetsteunen altijd opgeklapt worden.
zwenkwielen: dit zijn de kleine wielen van de rolstoel.

Slide 6 - Tekstslide

Controleren van de rolstoel
  • Zitten de handvatten, armleuning en voetsteun goed vast?
  • Is de bandenspanning goed?
  • Zitten de voetensteunen op de juiste hoogte?
  • Werken de remmen goed?

Slide 7 - Tekstslide

Tijdens het rijden
  1. Blijft zo dicht mogelijk bij de stoel lopen. Loopt lichter en belast je rug minder. Rij niet te snel, houdt controle.
  2. Eerste handeling stoep op: waarschuw de cliënt. Rij vooruit tot de stoeprand.
  3. Tweede handeling stoep op: Kantel de rolstoel achterover. Dit doe je door met je voet op de trapdop druk te geven.
  4. Stoep af: draai de rolstoel en loop rustig achteruit naar de stoeprand.

Slide 8 - Tekstslide

Zet de tekstvakjes in logische stappen van 1 t/m 4
1
2
3
4
Zorg dat de rolstoel op de remmen staat.
Klap de voetsteunen zijdelings omhoog. Gebruik ze nooit als steun bij het in en uit stappen, de rolstoel kan kantelen

Laat de persoon goed achter in de stoel zitten. Klap de voetsteunen weer omlaag en zet de voeten erop. Controleer of de voeten er goed opzitten. 
Ga achter de rolstoel staan en maak dan de remmen los. Dit voorkomt dat de stoel vanzelf gaat rijden

Slide 9 - Sleepvraag

Wat is rolstoelvriendelijk?
A
veel trappen
B
veel drempels
C
geen drempels en weinig tot geen trappen
D
Dat je vaak de trapstang moet gebruiken

Slide 10 - Quizvraag

foute manier van stoep op/af gaan
goede manier van stoep op/af gaan
zorgen dat de cliënt het warm genoeg heeft en er geen stof tussen de rolstoel komt
contact houden met degene in de rolstoel

Slide 11 - Sleepvraag

Hoe moet je stoepje af met een rolstoel?
A
vooruit
B
achteruit
C
maakt niet uit

Slide 12 - Quizvraag

Waar moet een rolstoel op de rem?
A
aan de zijkanten
B
boven kant
C
ligt er aan wat voor rolstoel verschilt dus
D
bij je voet

Slide 13 - Quizvraag


Wat is goed als je met een rolstoel rijdt?
De zorgverlener gaat met een rolstoel de stoep af:

A
Met de rolstoel vooruit
B
Met de rolstoel achterstevoren

Slide 14 - Quizvraag

wat voor rolstoel is dit

Slide 15 - Open vraag

Rollator
Rolstoel

Slide 16 - Sleepvraag

Een rollator
Een cliënt met een rollator loopt op dezelfde manier als voordat hij een rollator had.

In het mandje of op het blad kun je spullen meenemen.

Een rollator heeft handremmen.

Een rollator heeft een zitplankje. Daarop kan de cliënt even zitten en uitrusten. Vergeet dan niet de rollator op de rem te zetten.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Reflectie:
Welke dingen waren nieuw voor jou in deze les over rolstoel rijden?

Slide 19 - Open vraag