Migratie in Europa

Migratie in Europa

1 / 25
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsLager onderwijsLeerjaar 6

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Migratie in Europa

Open met het brede thema: mensen verplaatsen zich al eeuwen binnen en naar Europa. Leg kort uit dat de les zal gaan over betekenis, oorzaken en gevolgen van migratie.

Lesdoel

Je kan uitleggen wat migratie is, wie een migrant is, en welke oorzaken en gevolgen migratie in Europa kan hebben.

Deze slide heeft geen instructies

Heb je er zin in?

Deze slide heeft geen instructies

Wat is MIGRATIE?

2

minute

00

second

Gebruik de woordwolk als voorkennisactivatie na het lesdoel. Pik enkele woorden eruit en verbind ze met betekenis, oorzaken en gevolgen van migratie.

Heb jij zelf al eens een verhuis meegemaakt?

1

Ja

2

Nee

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoort het best bij migratie?

A

tijdelijk reizen

B

nieuwe woonplaats

C

daguitstap

D

vakantieverblijf

Sluit aan bij de definitie op slide 6: migratie gaat over wonen voor langere tijd, niet over korte verplaatsingen.

Vul de kernwoorden aan

Bij migratie veranderen mensen voor langere tijd van woonplaats. Dat kan binnen een land zijn of over een grens heen.

migratie
woonplaats
land
grens
vakantie
werelddeel
straat
bezoek

Controleer of leerlingen het onderscheid begrijpen tussen gewone verplaatsing en migratie.

Migratie =

Mensen verhuizen naar een andere streek of land.



--> vul dit in in je map

Sluit aan bij de leefwereld van leerlingen: verhuizen, familie in andere plaatsen of landen, pendelen en internationale verhuis zijn verschillende vormen van verplaatsing.

Belangrijke woorden bij migratie

Woonplaats - de plaats waar iemand leeft

Verhuizen - van woonplaats veranderen

Grens - scheiding tussen landen

Migratie - verplaatsing van mensen naar een andere woonplaats

Deze slide heeft geen instructies

Migrant?

2

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Wie is een migrant?

Een migrant is iemand die migreert: iemand die zijn of haar woonplaats verlaat om ergens anders te gaan wonen.


--> vul dit aan in je map

Maak het verschil expliciet: migratie = het verschijnsel, migrant = de persoon.

Migranten in het dagelijks leven

  • Een migrant kan uit een ander land komen

  • Een migrant kan ook binnen hetzelfde land verhuizen

  • Achter migratie zitten altijd persoonlijke verhalen

Verbind dit met herkenbare voorbeelden: werk, gezin, studie, veiligheid of liefde.

Talen en familiebanden

Veel talen in Europa lijken op elkaar omdat ze familie van elkaar zijn.


Dat komt doordat volkeren zich vroeger verplaatsten en talen zich mee verspreidden. Migratie laat dus sporen na in taal en cultuur.

Hou het kort en algemeen: het doel is hier vooral het idee dat migratie invloed heeft op cultuur en taal, niet een volledige taalkundeles.

Migratie brengt cultuur mee

  • Mensen nemen taal, gewoonten en tradities mee

  • Nieuwe contacten zorgen voor uitwisseling

  • Zo verandert een samenleving door migratie

Gebruik voorbeelden zoals eten, feesten, muziek of meertaligheid in steden.

Wie is een migrant?

A

iemand op reis

B

iemand die verhuist

C

iemand aan de grens

D

iemand op school

De correcte keuze legt de nadruk op de persoon die van woonplaats verandert.

Vul de begrippen aan

Een migrant is een persoon die ergens anders gaat wonen. Migratie is de verplaatsing zelf. Door die beweging verspreiden ook talen en cultuur zich.

migrant
Migratie
talen
cultuur
grens
vakantie
steden
kaart

Deze oefening bundelt slides 8 tot 11: migrant als persoon, migratie als verschijnsel, en invloed op taal en cultuur.

Waarom migreren mensen?

Mensen migreren zelden zomaar.


Er zijn positieve oorzaken: kansen die mensen aantrekken.

Er zijn ook negatieve oorzaken: problemen die mensen wegduwen.

Introduceer eventueel de woorden aantrekkende en wegduwende factoren, maar hou de slide zelf eenvoudig.

Zoek je maatje

4

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken van migratie

  • oorlog

  • armoede

  • vervolging

  • natuurrampen

Positieve oorzaken

  • werk vinden

  • studeren

  • hereniging met familie

  • betere woonkansen

Negatieve oorzaken

Leg uit dat dezelfde migratiebeweging meerdere oorzaken tegelijk kan hebben.

Gevolgen van migratie

Negatieve gevolgen

Positieve gevolgen

  • heimwee

  • taalproblemen

  • discriminatie

  • druk op opvang en voorzieningen

  • nieuwe kansen

  • culturele uitwisseling

  • extra talenten en kennis

  • groei van netwerken

Benadruk dat positief en negatief vaak naast elkaar bestaan. Een nieuwe kans kan tegelijk ook verlies of onzekerheid betekenen.

Welke is een negatieve oorzaak van migratie?

A

studeren

B

werk vinden

C

oorlog

D

familiehereniging

Gebruik hier het verschil tussen aantrekkende kansen en wegduwende problemen.

Vul oorzaken en gevolgen aan

Mensen migreren door oorzaken zoals werk of studie, maar ook door oorlog en armoede. Migratie heeft daarna ook gevolgen, zoals culturele uitwisseling of heimwee.

oorzaken
oorlog
gevolgen
heimwee
grenzen
toerisme
taalkaart
buurlanden

Laat leerlingen verwoorden dat migratie zowel redenen vooraf als effecten achteraf heeft.

Wat is één ding dat jij uit deze les onthoudt?

Reflectievraag zonder juist antwoord. Laat leerlingen kort terugblikken op hun belangrijkste inzicht uit de les.

Welk deel van deze les vond jij het moeilijkst?

Reflectievraag zonder juist antwoord. Kan input geven voor herhaling of remediëring.

Begrippenlijst

migratie - het verplaatsen van mensen naar een andere woonplaats voor langere tijd

migrant - iemand die naar een andere woonplaats verhuist

woonplaats - de plaats waar iemand woont

grens - de scheiding tussen twee landen

oorzaak - de reden waarom iets gebeurt

gevolg - wat er daarna ontstaat


Deze slide heeft geen instructies