05. Thema 5.3 Oren en ogen (1) 17-4

Thema 5: Waarneming en gedrag
Basisstof 3: Oren en ogen
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Thema 5: Waarneming en gedrag
Basisstof 3: Oren en ogen

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
Huiswerk bespreken
Thema 5 bs 3
Huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Maken Thema 1:

Huiswerk 17 april
Maken §5.2: af
+
Leren 5.1 + 5.2



KGT
Laat je samenvatting zien.

Slide 3 - Tekstslide

Doel: 
  • Je kunt de delen van het oor benoemen met hun functie.
     
  • Je kunt de bouw en werking van het oog beschrijven.

Slide 4 - Tekstslide

Begrippen uit de paragraaf

oorschelp - gehoorgang
trommelvlies - trommelholte - gehoorbeentjes
slakkenhuis - gehoorzenuw - buis van Eustachius
harde oogvlies - iris - hoornvlies - traanklieren - wimpers
oogspieren - glasachtig lichaam 
vaatvlies - netvlies - oogzenuw - gele vlek - blinde vlek
bijziend - verziend - holle lenzen - bolle lenzen



Slide 5 - Tekstslide

Bouw van het oor
(buitenkant)

Vangt geluiden op uit de lucht.

Geluiden zijn trillingen in de lucht.

Slide 6 - Tekstslide

Trillingen
Geluid bestaat uit trillingen. Deze trillingen komen door de lucht heen in jouw oor. 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Bouw van het oor (binnenkant)

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

(H)oren
1. Een geluidsprikkel wordt ontvangen door de zintuigcellen in het oor.

2. In de gehoorzintuig wordt de prikkel omgezet in een impuls.

3. Het impuls wordt verzonden via je zenuwen naar de hersenen.

-> Je neemt geluid waar (waarnemen).

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Buis van Eustachius
Buisje tussen trommelholte en keelholte.

Zorgt ervoor dat de luchtdruk aan beide zijdes gelijkt blijft.

Bijvoorbeeld door slikken of gapen.

"Dicht klappen van je oren op grote hoogte, bijvoorbeeld in een vliegtuig"

Slide 13 - Tekstslide

Ontvangen
De lucht trillingen worden ontvangen door de oorschelp, daarna het gehoorgang en komt dan de trommelvlies tegen. Die trilt mee<br>
Lucht trillingen.
Geluid is trillingen in de lucht, deze kan onze oor ontvangen.<br>
Versterking
De trillingen worden versterkt door de gehoorbeentjes<br>
Omzetten
<ul><li>De gehoorbeentjes geven de trillingen door aan het slakkenhuis.</li><li>In het slakkenhuis zitten zintuigcellen die de trillingen omzetten in impulsen.</li><li>De impulsen gaan door de gehoorzenuw naar de hersenen toe.</li></ul>
Waarneming
Je hersenen ontvangen de impulsen en vertalen ze naar geluid.<br>
Leerdoel
Je beschrijft hoe het oor geluidstrillingen omzet in impulsen en hoe die bij de hersenen komen.<ul></ul>
Je beschrijft hoe het oor geluidstrillingen omzet in impulsen en hoe die bij de hersenen komen<br>

Slide 14 - Tekstslide

Omzetten
<ul><li>De ___________geven de trillingen door aan het ___________.</li><li>In het slakkenhuis zitten zintuigcellen die de trillingen omzetten in impulsen.</li><li>De impulsen gaan door de gehoorzenuw naar de hersenen toe.</li></ul>
Versterking
De trillingen worden versterkt door de gehoorbeentjes<br>
Ontvangen
De lucht trillingen worden ontvangen door de __________, daarna het _________ en komt dan de _________ tegen. Die trilt mee<br>

Slide 15 - Sleepvraag

Doel: 
  • Je kunt de delen van het oor benoemen met hun functie.
     
  • Je kunt de bouw en werking van het oog beschrijven.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Buitenkant van het oog
Door de pupil komt licht het oog binnen
Achter de pupil ligt de lens: zorgt ervoor dat je scherp kunt zien

Slide 18 - Tekstslide

Het oog: de buitenkant
Wenkbrauw
Ooglid
Wimpers
Pupil
Iris
Harde oogvlies

Slide 19 - Tekstslide

Bouw van het oog
De bouw van de ogen
Het oog bestaat uit drie lagen: 
  • harde oogvlies
  • vaatvlies
  • netvlies

Slide 20 - Tekstslide

Bouw van het oog: binnenkant
Vaatvlies: 
vlies met veel 
bloedvaten

Netvlies: zintuigcellen
liggen hierin


Slide 21 - Tekstslide

De bouw van de ogen
In het netvlies ligt de gele vlek: hiermee kun je het scherpst zien

De plek waar de 
oogzenuw het oog 
verlaat is 
de blinde vlek

Slide 22 - Tekstslide

De binnenkant van een oog
Aan het harde oogvlies zitten oogspieren vast (zie afbeelding). De oogspieren draaien de ogen in de richting waarin je kijkt.


Slide 23 - Tekstslide

Het oog: binnenkant
Oogspieren - draaien het oog in de richting waarin je kijkt
1
Glasachtig lichaam - houdt het netvlies op zijn plaats
2
Harde oogvlies - stevig, geeft bescherming
3
Hoornvlies - voortzetting van harde ooglives aan de voorkant (dus bescherming)
4
Vaatvlies - bevat veel bloedvaten
5
Netvlies - bevat zintuigcellen die licht waarnemen; in de zintuigcellen ontstaan dan impulsen
6
Pupil - opening in de iris, regelt de hoeveelheid licht dat door het oog komt
8
iris - voortzetting van het vaatvlies aan de voorkant (is gekleurd)
9
Gele vlek - plaats in het centrum van het netvlies. Hiermee kun je het scherpst zien.&nbsp;
10
Blinde vlek - hier verlaat de oogzenuw het oog, bevat <b>geen </b>zintuigcellen
11
Oogzenuw - brengt/ geleidt impulsen van het netvlies naar de hersenen
12
Lens - achter de iris en pupil, zorgt ervoor dat je scherp kunt zien
7

Slide 24 - Tekstslide

De werking van het oog

Slide 25 - Tekstslide

Werking oog

Slide 26 - Tekstslide

Zien
De lens kan boller en platter worden, zodat het licht precies op het netvlies valt

Slide 27 - Tekstslide

Bijziend:  dichtbij goed, veraf slecht
Holle. Negatieve lens in de bril
Bijziend: Oogbol te lang of lichtstralen worden te snel
gebroken

Slide 28 - Tekstslide

Verziend:  veraf goed, dichtbij slecht
Bolle, Positieve lens in de bril

Slide 29 - Tekstslide

Bijziend & Verziend
Bijziend: ziet dichtbij scherp. De lens is te bol of de oogbol is te lang
Verziend: ziet in de verte scherp. De lens is te plat of de oogbol te kort

Slide 30 - Tekstslide

Negatief & postief
Bijziend: ziet dichtbij scherp
  • negatieve bril nodig

Verziend: ziet in de verte scherp
  • positieve bril nodig

Slide 31 - Tekstslide

Bijziend & Verziend
Overzicht

Slide 32 - Tekstslide

Pupilreflex
Regelt de hoeveelheid licht die het oog binnen valt

Slide 33 - Tekstslide

Bij fel licht is de pupil...
A
klein
B
groot

Slide 34 - Quizvraag

Maken Thema 1:

Huiswerk 18 april
Maken §5.3: 1-4
+
Leren 5.1 + 5.2 + 5.3



KGT

Slide 35 - Tekstslide

Gezichtsbedrog
• Soms denk je iets te zien, terwijl het in werkelijkheid anders is. 

 • Je hersenen vertalen iets wat je ziet naar iets dat je kent

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

Practica 
Nr. 1  - Basisstof 1: blz. 135           : Warmte- en koude zintuigen
Nr. 2  - Basisstof 2: blz. 136         : Smaakzintuigen  (evt.)
Nr. 3  - Basisstof 2: blz. 137         : Tastknopjes
Nr. 4  - Basisstof 3: blz. 138         : De pupilreflex


Slide 38 - Tekstslide

Nabespreking
Hoe is het gegaan?
Wat ging goed?
Wat vond je moeilijk?
Welke vragen heb je nog?

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Video