lessonUp 2 - herhaling grammatica unit 5 NI 2 Blue- online oefeningen

grammatica unit 5 - NI 2  blue
recap grammar unit 5
Course book blue 2

1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsVoortgezet speciaal onderwijs

In deze les zitten 36 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 115 min

Onderdelen in deze les

grammatica unit 5 - NI 2  blue
recap grammar unit 5
Course book blue 2

Slide 1 - Tekstslide

grammar unit 5
past simple
present perfect
adverbs - word order
irr. verbs
past continuous
would

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

past simple
past simple negation (= ontkennend)
past simple question (= vragend)

Maak van ieder onderdeel minimaal 3 opdrachten; 
klik op de link op de volgende slide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Link

PRESENT PERFECT 
• Maak de opdrachten uit het eerste blokje:

- Present perfect positive = de gewone standaard zin
- Present perfect negative = dus met not
- Present perfect questions = dus vragende zin
- Present perfect all forms mixed exercise 1 
- Present perfect all forms mixed exercise 2

klik weer op de link op de volgende slide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

adverbs // adjectives
bijwoord = ADVERBS 
bijvoeglijke naamwoorden = ADJECTIVES
(always, never, often, beautifully, loudly, easily enz)

Maak de 4 oefeningen over de adjectives en adverbs (nr 1011, 1035, 1053, 1055) door link in volgende slide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

IRR. VERBS 
onregelmatige werkwoorden - veranderen van vorm
Maak hierbij exercises 
3687 – 3689 – 3691 – 3693 – 3695 – 3697 
(Exercises 1 t/m 6)

klik op de link op de volgende slide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Link

past continuous 
iets was toen bezig
juiste vorm van to be + ~ing

Maak uit het blokje past progressive = past continuous exercises minimaal 5 opdrachten

klik op de link op de volgende slide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

would - wouldn't
- bij iedere persoonsvorm hetzelfde
- altijd gevolgd door het hele werkwoord

I would go out if I had time. 
Would you like to go out with me?
He wouldn't go out with her. 

Slide 14 - Tekstslide

past simple
past simple: verleden tijd in meest simpele vorm
* wel belangrijk wanneer het gebeurde
* tijdsbepaling in de zin (yesterday, in 2009)

hoe maak je het:
- ww+ ed / ww+ d (dus: walked / liked)
- vragend: did + ww (dus: did walk)
- ontkennend: didn't + ww (dus: didn't like)

Slide 15 - Tekstslide

present perfect: 

* niet belangrijk wanneer precies gebeurd
* start in verleden en nu nog een effect/ gevolg

hoe maak je het:
- to have + verb 3
- belangrijk om wie het gaat - dus has/ have 
- ontkennend: hasn't / haven't + verb 3

Slide 16 - Tekstslide

word order - adverbs (zinsvolgorde en bijwoorden)

vaste plaats in de zin: 
- voor (hoofd)werkwoord
- tussen 2 werkwoorden in
- na een vorm van to be 

adverb zegt iets over werkwoord of over adjective
adjective zegt iets over een zelfstandig naamwoord

Slide 17 - Tekstslide

irr. verbs ( onregelmatige werkwoorden)

* veranderen van vorm
* moet je echt gewoon uit je hoofd leren

tip: 
- verleden tijd (2e vorm) maak je door:
yesterday he ........
- voltooid deelwoord (3e vorm = verb 3)maak je door:
He has ....

Slide 18 - Tekstslide

past continuous:

* iets was toen bezig
* in een zin, is de langste handeling in de past continuous (I was cleaning my room, when you called.)

hoe maak je het:
- vt vorm van to be (dus was / were)
- altijd ww+ing
- opletten dus om wie het gaat

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide