Paragraaf 2.1 Het skelet

Hoofdstuk 2 Bewegen
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2 Bewegen

Slide 1 - Tekstslide

Verwachtingen
  • Tijdens uitleg ben je stil
  • Heb je een vraag, dan steek je je hand op


  • Tijdens het werken aan hw overleg je rustig met de persoon naast je

Slide 2 - Tekstslide

Maatregel 3T
1> waarschuwing
2> Vooraan zitten
3> volgende week woensdag 15.20 tot 16.20 terug komen   
 (week erna 16.00-17.00)

> Overweging plattegrond te maken

Slide 3 - Tekstslide

Planning
Week 8: 2.1 het skelet 
Week 9: 2.2 Skelet en houding
Week 10: 2.3 in beweging
Week 11: 2.4 Blessures
Week 12: 2.5 Dieren bewegen
Week 13: herhalen + toetsweek vanaf woensdag 

       In de toetsweek H1 en H2 samen in een toets 

Slide 4 - Tekstslide

Het Skelet
-  Je hebt 206 botten / beenderen
- De botten in je hoofd vormen je schedel
- Je schedel staat op je wervelkolom (dubbele s vorm)

- Je borstkas bestaat uit je ribben, een deel van de wervelkolom en je borstbeen.
- De wervelkolom zit aan je heupbeenderen vast. Die horen bij je heupen of bekken.
- Je armen en benen noem je ledematen



Slide 5 - Tekstslide

Leerdoelen 2.1 Het skelet
  • Je kunt de functies van het menselijk skelet noemen
  • Je kunt de botten van het menselijk skelet benoemen
  • Je kunt beschrijven hoe botten gebouwd zijn en uit welke stoffen botten bestaan
  • Je kunt uitleggen hoe de samenstelling van je botten tijdens je leven verandert.

Slide 6 - Tekstslide

Het skelet

Het skelet heeft 4 functies:
- stevigheid geven
- vorm geven
- kwetsbare organen beschermen
- Beweging mogelijk maken



Slide 7 - Tekstslide

opperarmbeen
teenkootje
dijbeen
sleutelbeen
schedel
heupbeen
kuitbeen

Slide 8 - Sleepvraag

Uit welke delen bestaat het skelet?
A
Schedel en ledematen en armen
B
Romp, ledematen en armen en benen
C
Schedel, romp, ledematen
D
Schedel, romp, ledematen en armen en benen

Slide 9 - Quizvraag


Hoe heten de groen gekleurde botten?
A
Halswervels
B
Borstwervels
C
Lendewervels
D
Heiligbeen

Slide 10 - Quizvraag

Zet in de goede volgorgde, van boven naar beneden (1 is boven)
1
2
3
4
borstwervel
heiligbeen
halswervel
lendenwervel

Slide 11 - Sleepvraag

Leerdoel: 
Je kunt beschrijven uit welke stoffen botten bestaan.


Slide 12 - Tekstslide


Hoe noemen we nummers 1 en 2?
1
2
A
1 = schouderblad 2 = ribben
B
1 = sleutelbeen 2 = schouderblad
C
1 = schouderblad 2 = sleutelbeen
D
1 = ribben 2 = sleutelbeen

Slide 13 - Quizvraag

2 soorten beenderen/ botten:
  • Pijpbeenderen: zijn rond Pijpbeenderen zorgen voor stevigheid en houden je lichaam rechtop. 


  • Platte beenderen: zijn plat  Platte beenderen beschermen kwetsbare organen. 

Slide 14 - Tekstslide

Opbouw bot
Vul zelf aan, wat zou logisch zijn dat het doet? 

Kraakbeen: .................................

Beenvlies: .......................................

Beenweefsel:.......................................

Geelbeenmerg: ..................................


Slide 15 - Tekstslide

Opbouw bot
Kraakbeenweefsel = kraakbeen: zorgen dat botten soepel langs elkaar kunnen bewegen

Beenvlies: vlies rondom bot. Hierin zitten bloedvaten en zenuwen.
via deze bloedvaten krijgen beencellen stoffen en door de zenuwen kun je pijn voelen in je botten  

Beenweefsel: harde laag = bot

Slide 16 - Tekstslide

Opbouw bot
Geel beenmerg: hierin zit vet opgeslagen, vandaar de kleur geel. Dit zit alleen in pijpbeenderen.


Slide 17 - Tekstslide

2 soorten cellen in bot:
Beencellen 
Kraakbeencellen

Slide 18 - Tekstslide

0

Slide 19 - Video

Beencellen:
Beencellen: (botcellen) groeien in ringen. Het midden van de ringen is hol, daarin lopen bloedvaten.

Beencellen maken:
- Tussencelstof; veel kalk en weinig lijmstof

Kalk; maakt de botten hard 
Lijm; zorgen dat ze beetje buigzaam zijn

Slide 20 - Tekstslide

Beencellen:
Beencellen: (botcellen) groeien in ringen. Het midden van de ringen is hol, daarin lopen bloedvaten.

Beencellen maken:
- Tussencelstof; veel kalk en weinig lijmstof

Kalk; maakt de botten hard 
Lijm; zorgen dat ze beetje buigzaam zijn

Slide 21 - Tekstslide

Kraakbeencellen
Kraakbeenweefsel is een groepje kraakbeencellen met daar tussen 
gelei-achtige tussencelstof.

Tussencelstof; veel lijm en weinig kalk 

Daardoor is kraakbeen heel buigzaam. 

Slide 22 - Tekstslide

Bouw botten 
Leerdoel: Je kunt beschrijven hoe botten gebouwd zijn.

  • Mergholte in pijpbeenderen
  • Geel beenmerg in mergholte slaat vet op. Alleen in pijpbeenderen
  • Rood beenmerg vormt bloedcellen, in koppen pijpbeenderen en platte beenderen

Slide 23 - Tekstslide

Leerdoel: Je kunt beschrijven hoe botten gebouwd zijn.
  • Uiteinden van het bot zit een laagje kraakbeen.  soepel bewegen
  • Rondom het bot zit beenvlies. bevat bloedvaten en zenuwen
  • Onder het beenvlies zit een harde laag= beenweefsel/bot
  • In het midden van pijpbeenderen zit een holte. Geel beenmerg

Slide 24 - Tekstslide

Leerdoel: Je kunt beschrijven hoe botten gebouwd zijn.

  • Kraakbeenweefsel bestaat uit groepjes kraakbeencellen. Tussencelstof met veel lijmstof en weinig kalk. Hierdoor is het buigzaam.

  • Beenweefsel (= botweefsel) bestaat uit beencellen. Groeien in ringen, holtje met bloedvaten. Tussencelstof met veel kalk en weinig lijmstof. Hierdoor is het sterk.

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

 Groeischijven
Aan het einde van pijpbeenderen zitten groeischijven. Dit zijn kraakbeencellen die snel verdubbelen. 

Het gevormde kraakbeen wordt dan langzaam verbeend tot been. 

Slide 27 - Tekstslide

Planning
Week 8: 2.1 het skelet 
Week 9: 2.2 Skelet en houding
Week 10: 2.3 in beweging
Week 11: 2.4 Blessures
Week 12: 2.5 Dieren bewegen
Week 13: herhalen + toetsweek vanaf woensdag 

Slide 28 - Tekstslide

Aan de slag
HW 2.1 = opdracht 1 t/m 21

Vrijdag af

Slide 29 - Tekstslide